We schrijven erheen aan elkaar als de combinatie een voornaamwoordelijk bijwoord is. Dat is het geval als u de combinatie kunt vervangen door het oorspronkelijke voorzetsel en een naamwoord. De vorm -heen gaat terug op de voorzetselcombinatie naar … toe of het voorzetsel naar.

  • Alle supporters zijn erheen gegaan. (= alle supporters zijn ergens naartoe gegaan, bijvoorbeeld naar de wedstrijd)
  • Als je erheen wandelt, kom je langs heel wat andere mooie pleinen. (= als je ergens naartoe wandelt, bijvoorbeeld naar het marktplein toe)

In andere gevallen schrijven we er heen in twee woorden. Er en heen zijn dan woorden die tot een verschillend zinsdeel behoren.

  • Uren gingen er heen met de vraag of het vliegtuig nog zou vertrekken. (gingen en heen vormen samen het werkwoord heengaan, met de betekenis ‘voorbijgaan')
  • Geboren in Mechelen op 30 september 1902 en er heengegaan op 30 juli 2004. (heen en gegaan vormen samen het werkwoord heengaan, met de betekenis ‘sterven')

De delen van het voornaamwoordelijk bijwoord erheen zijn ook van elkaar gescheiden als er tussen er en heen een ander zinsdeel staat. De volgorde met de gesplitste vorm is vaak gebruikelijker dan die met de ongesplitste vorm. Soms is de ongesplitste vorm uitgesloten.

  • Alle supporters zijn er vrijwillig heen / vrijwillig erheen gegaan.
  • Als je er via deze route heen / via deze route erheen wandelt, kom je langs heel wat andere mooie pleinen.