In combinatie met het werkwoord scoren is zowel op als voor gebruikelijk als voorzetsel.

  • Hoe goed scoort jouw organisatie op / voor duurzaamheid?
  • Ze heeft slecht gescoord op / voor haar toets.
  • Scholieren die muziekles volgen, scoren beter op / voor wiskunde.
  • Een project moet minstens 60% scoren op / voor de essentiĆ«le criteria.

Soms is ook op het gebied van of op het vlak van mogelijk.

  • Een gietvloer scoort hoog op het gebied van slijtvastheid.
  • Hoe goed scoort jouw organisatie op het vlak van duurzaamheid?