Zowel zittenblijven als blijven zitten is correct. Het werkwoord zittenblijven komt niet voor als vervoegde vorm of in combinatie met vervoegde vormen. Daarvoor gebruiken we formuleringen met blijven zitten.

  • Die leerling blijft zitten / is blijven zitten / is moeten blijven zitten.

Zittenblijven komt alleen als verzelfstandigd werkwoord voor.

  • Zittenblijven is een groot probleem.
  • De overheid neemt maatregelen tegen het zittenblijven.