tegenwoordige tijd of verleden tijd (in een bijzin)

Een bijzin in de indirecte rede staat meestal in de verleden tijd als het werkwoord van de hoofdzin (bijvoorbeeld zeggen of vertellen) in de verleden tijd staat. Als de handeling of gebeurtenis uit de bijzin nog voortduurt in het heden, is ook een tegenwoordige tijd mogelijk.

  • Hij vertelde dat hij graag wandelde / wandelt.
  • Lisa zei dat ze hoofdpijn had / heeft.

Als dat wat iemand heeft gezegd op het verleden slaat, is alleen een verleden tijd mogelijk.

  • Hij vertelde dat hij vroeger graag wandelde.
  • Lisa zei dat ze vorige week hoofdpijn had.

Hetzelfde geldt voor zinnen met werkwoorden zoals denken, beseffen, ontdekken, constateren, merken, vernemen en horen in de hoofdzin: als de hoofdzin in de verleden tijd staat en de bijzin iets uitdrukt wat nog altijd geldt of kan gelden, kan in de bijzin zowel de verleden tijd als de tegenwoordige tijd gebruikt worden.

  • Ze hoorde dat hij een minnares had / heeft.
  • Newton ontdekte dat de zwaartekracht van de aarde sterk genoeg was / is om de maan rond de aarde te laten draaien.

Als uit de context blijkt dat iets alleen in het verleden gold, is alleen de verleden tijd mogelijk in de bijzin.

  • Ze hoorde dat hij tien jaar geleden een minnares had.
  • De brandweer ontdekte dat er sprake was van brandstichting.

Taaladvies.net
Hij vertelde dat hij een nieuwe vriendin heeft / had

Hebt u een taalvraag?

Nieuwsbrief krijgen?

  • vraag & woord van de week
  • wekelijks in uw mailbox
  • meer dan 13.000 abonnees

Spellingtests

  • ontdek hoe goed u spelt
  • geen exotische kwesties
  • meteen feedback

Volg ons