Taalgebruik in het bedrijfsleven - faciliteitengemeenten

Artikel 52 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 op het gebruik van de talen in bestuurszaken (Bestuurstaalwet of SWT) is van toepassing op private nijverheids-, handels- of financiebedrijven met een exploitatiezetel of onderscheiden exploitatiezetels in de faciliteitengemeenten. Ook voor de toepassing van art. 52 van de Bestuurstaalwet is niet de maatschappelijke zetel, maar wel de exploitatiezetel het relevante criterium.

Dit zijn de basisregels voor de private nijverheids-, handels- en financiebedrijven met een exploitatiezetel in een faciliteitengemeente:

  • Documenten die zijn voorgeschreven bij de wetten en de reglementen, maar die niet bestemd zijn voor het personeel, zoals de statuten van een privaat handelsbedrijf of de verplichte onderdelen van een factuur, moeten in het Nederlands worden opgesteld.

  • Documenten die bestemd zijn voor het personeel, zoals de loonfiches, moeten in het Nederlands opgesteld worden.

De werkgever mag eventueel een vertaling in een of meerdere talen toevoegen aan de originele documenten als dat door de personeelssamenstelling te verantwoorden is.

Lees ook