Voorwaarden en beoordeling publieke en semi-publieke laadinfrastructuur voor elektrische personenwagens en bestelwagens

De laadinfrastructuur die valt onder Artikel 4, punt 1, 2 & 3 moet voldoen aan deze voorwaarden:

  • De laadpunten zijn minstens 10 uur per dag publiek toegankelijk. Ook in het weekend. Tijdens die periode moeten alle gebruikers van een elektrische wagen of bestelwagen die kunnen opladen.
  • Alle gebruikers van elektrische voertuigen kunnen er via een ad-hoc oplaadmogelijkheid laden, zonder dat een contract moet worden gesloten met de betrokken elektriciteitsleverancier of exploitant.
    Concreet betekent dit dat je aan de laadpaal kan laden zonder laadpas. Je regelt de betaling dan via een betaalterminal, een QR-code, een app of sms.
  • Aan de laadpunten kan geladen worden met de meest gangbare laadpassen en de prijzen moeten marktconform zijn.
  • De laadpunten worden voorzien van groene stroom.
    Dit kan bijvoorbeeld door eigen voorziening zoals door een PV-installatie of door een energiecontract met groenestroomleverancier.
  • Bij het plaatsen en de uitbating van de oplaadpunten wordt rekening gehouden met het ‘do not significantly harm’ (DNSH) principe.

De toelichting van de toe te passen DNSH principes kan u terugvinden in het DNSH-sjabloon.

  • De informatie over de laadpunten, zoals locatie, vermogen en toegankelijkheid wordt in open dataformats en via open data-uitwisselingsprotocollen ter beschikking gesteld aan Eco-movement ((opent in nieuw venster)). De meeste CPO’s bezorgen hun gegevens al aan Eco-movement.

Beoordeling

Bij het beoordelen wordt rekening gehouden met de mate waarin de laadinfrastructuur bijdraagt aan de doelstellingen uit de laadstrategie (PDF bestand opent in nieuw venster) en de CPT-visie 2030 ((opent in nieuw venster)), de geografische spreiding en schaalgrootte.

Er wordt op de volgende manier voorrang gegeven aan de projecten:

  1. Projecten waarbij de projectindiener geen gebruik kan maken van de fiscale aftrek van laadinfrastructuur in het kader van de vennootschapsbelasting.
  2. Projecten voor de uitrol van publieke laadinfrastructuur, (laadinfrastructuur die 24/7 toegankelijk is).
  3. Projecten die worden uitgerold op parkings of plaatsen, die niet voornamelijk bedoeld zijn om de eigen bedrijfsvoertuigen te parkeren.

Voorwaarden niet-publieke laadinfrastructuur voor bestelwagens met het oog op emissievrije stedelijke logistiek

De laadinfrastructuur die valt onder Artikel 4, punt 4 moet voldoen aan deze voorwaarden:

  • het principe van marktconforme prijzen wordt gerespecteerd;
  • de palen worden van groene stroom voorzien;
  • bij het plaatsen en de uitbating van de oplaadpunten wordt rekening gehouden met het ‘do not significantly harm’ (DNSH) principe;
  • de laadinfrastructuur wordt uitsluitend aangewend voor voertuigen die bestemd zijn voor emissievrije belevering van stedelijke kernen;
  • met het oog op het delen van best-practices stemt de indiener in om ten laatste in 2025 deel te nemen aan een onderzoek naar het gebruik van de laadinfrastructuur. De noodzakelijke data voor dit onderzoek wordt ter beschikking. Commercieel gevoelige informatie zal vertrouwelijk behandeld worden.

Voorwaarden (semi-) publieke laadinfrastructuur voor hoog vermogen voor elektrische vrachtwagens

De laadinfrastructuur die valt onder Artikel 4, punt 5 moet voldoen aan deze voorwaarden:

  • De laadpunten zijn minstens 10 uur per dag publiek toegankelijk. Ook in het weekend. Tijdens die periode hebben alle potentiële gebruikers toegang tot de laadinfrastructuur;
  • alle gebruikers van elektrische voertuigen kunnen er via een ad-hoc oplaadmogelijkheid laden, zonder dat een contract moet worden gesloten met de betrokken elektriciteitsleverancier of exploitant;
  • de principes van interoperabiliteit met betrekking tot de uitbating en marktconforme prijzen worden gerespecteerd;
  • de palen worden van groene stroom voorzien;
  • de statische en dynamische informatie over de oplaadpunten wordt gedeeld door middel van beheersystemen die een digitale gegevensuitwisseling mogelijk maken;
  • bij het plaatsen en de uitbating van de oplaadpunten wordt rekening gehouden met het ‘do not significantly harm’ (DNSH) principe;
  • er is een principiële goedkeuring voor het plaatsen en uitbaten van de laadinfrastructuur van de eigenaar, beheerder en/of de concessiehouder van het domein;
  • met het oog op het delen van best-practices stemt de indiener in om ten laatste in 2025 deel te nemen aan een onderzoek naar het gebruik van de laadinfrastructuur. De noodzakelijke data voor dit onderzoek wordt ter beschikking. Commercieel gevoelige informatie zal vertrouwelijk behandeld worden.

Voorwaarden niet publieke laadinfrastructuur voor hoog vermogen voor elektrische vrachtwagens

De laadinfrastructuur die valt onder Artikel 4, punt 6 moet voldoen aan deze voorwaarden:

  • het principe van marktconforme prijzen wordt gerespecteerd;
  • de palen worden van groene stroom voorzien;
  • bij het plaatsen en de uitbating van de oplaadpunten wordt rekening gehouden met het ‘do not significantly harm’ (DNSH) principe;
  • er is een principiële goedkeuring voor het plaatsen en uitbaten van de laadinfrastructuur van de eigenaar, beheerder en/of de concessiehouder van het domein;
  • met het oog op het delen van best-practices stemt de indiener in om ten laatste in 2025 deel te nemen aan een onderzoek naar het gebruik van de laadinfrastructuur. De noodzakelijke data voor dit onderzoek wordt ter beschikking. Commercieel gevoelige informatie zal vertrouwelijk behandeld worden.

Beoordeling van vracht gerelateerde projecten (art. 4 punten 4°, 5° en 6°)

De projecten die voldoen aan de voorwaarden vermeld in het ministerieel besluit worden beoordeeld op basis van:

  • bijdrage aan de doelstellingen uit het beleidskader;
  • de haalbaarheid en resultaatgerichtheid.

Bij de beoordeling zal in de volgende volgorde voorrang worden gegeven aan:

  1. projecten waarbij de projectindiener kan aantonen dat er twee jaar na de kennisgeving van de selectie van het project aan de betrokken laadpalen een verzekerde afname is van elektriciteit door de eigen vloot of door de vloot van een klant;
  2. projecten waarbij de projectindiener kan aantonen dat er geen verzwaring van het elektriciteitsnet nodig is.

Commercieel gevoelige informatie zal vertrouwelijk behandeld worden.