Taalgebieden

België telt vier taalgebieden:

  • het Nederlandse taalgebied
  • het Franse taalgebied
  • het Duitse taalgebied
  • het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad (Nederlands en Frans).

Het Nederlandse taalgebied is ééntalig. De bestuurstaal is het Nederlands. Het Nederlandse taalgebied omvat alle 300 gemeenten uit het Vlaamse Gewest, inclusief de 12 zogenaamde faciliteitengemeenten in Vlaanderen. Het Nederlandse taalgebied zonder de faciliteitengemeenten, wordt het homogeen Nederlandse taalgebied genoemd.

Het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad is het enige tweetalige taalgebied, waar het Nederlands en het Frans als bestuurstaal op voet van gelijkheid staan.

Taalvrijheid en taalwetgeving

Privé hebt u de vrijheid om de taal te gebruiken die u verkiest. Zo kunnen privépersonen onderling in principe de taal gebruiken die ze willen. Ook een winkelier mag zijn klant in principe aanspreken of verder helpen in om het even welke taal.

Op een aantal terreinen is die taalvrijheid ingeperkt, en moet u rekening houden met de taalwetgeving. Dat geldt onder andere voor:

  • het taalgebruik in bestuurszaken (bv. contacten van overheidsdiensten met burgers en ondernemingen en omgekeerd)
  • het taalgebruik in gerechtszaken (bv. een gerechtelijke procedure voor een rechtbank)
  • de handelingen van het openbaar gezag (bv. taalgebruik in het leger)
  • het taalgebruik in het onderwijs
  • het taalgebruik in het bedrijfsleven (bv. wettelijk verplichte documenten van ondernemingen, contacten tussen werkgevers en werknemers).

Meer informatie over de taalwetgeving ((opent in nieuw venster)) vindt u op de website van Taalwetwijzer.