Berekening van de gezinsgrootte en de inkomensgrenzen voor de schooltoeslag
Je kan voor je kind een schooltoeslag krijgen als je gezinsinkomen niet te hoog is in verhouding tot je gezinsgrootte. Je gezinsgrootte wordt berekend en uitgedrukt in ‘punten’: hoe hoger het aantal punten in je gezin of ‘leefeenheid’, hoe groter je inkomen mag zijn om een toeslag te krijgen.
Wie maakt deel uit van je gezin?
- Kinderen, stiefkinderen, pleegkinderen en adoptiekinderen van jou of van je partner.
- Andere kinderen waarvoor jij of je partner Vlaams Groeipakket ontvangt.
- Andere personen die fiscaal ten laste staan.
- Andere leerlingen of studenten die niet fiscaal ten laste staan, en niet als gehuwde, zelfstandige of alleenstaande leerling worden beschouwd.
Het gaat telkens over personen die op 31 augustus voor het schooljaar in kwestie op het domicilieadres wonen van de leerling voor wie er een schooltoeslag betaald kan worden.
Gezinsgrootte in punten
Alle gezinnen starten met 1 punt (met uitzondering van de alleenstaande en zelfstandige leerlingen zonder kinderen).
Daar komt telkens 1 punt extra bij:
- voor elke persoon in het gezin die fiscaal ten laste is van de personen van wie we het inkomen gebruiken om de toeslag te berekenen
- voor elke leerling in het gezin die niet meer fiscaal ten laste is, maar die toch geen zelfstandige, gehuwde of alleenstaande leerling is
- voor elke persoon in het gezin die hoger onderwijs volgt (inclusief bachelor-na-bachelor of master-na-master).
Let op: Daarna trekken we 1 punt af van het totaal aantal punten voor studenten in het hoger onderwijs. Het resultaat kan nooit lager zijn dan 0. - voor elke persoon in het gezin die op 31 augustus voor het betrokken schooljaar minstens 4 punten in pijler 1 heeft (minstens 66% gehandicapt).
Dezelfde persoon in het gezin kan voor verschillende punten tellen. Voorbeeld: als een broer van de leerling fiscaal ten laste is én een handicap heeft, telt hij voor 2 punten.
Inkomensgrenzen voor schooljaar 2026-2027
| Aantal punten van je gezin | Minimumgrens (euro) | Maximumgrens (euro) |
|---|---|---|
| 0 | 14.927,91 | 30.532,90 |
| 1 | 25.870,75 | 42.875,07 |
| 2 | 29.187,79 | 52.449,97 |
| 3 | 31.978,19 | 59.527,67 |
| 4 | 33.663,05 | 67.201,34 |
| 5 | 35.330,39 | 76.663,03 |
| 6 | 36.997,61 | 83.070,14 |
| 7 | 38.664,87 | 86.501,04 |
| 8 | 40.332,11 | 89.889,87 |
| 9 | 41.999,38 | 93.286,35 |
| 10 | 43.666,67 | 96.899,70 |
| 11 | 45.333,98 | 100.079,47 |
| 12 | 47.001,21 | 103.620,47 |
| 13 | 48.668,47 | 106.944,79 |
| 14 | 50.335,80 | 110.341,31 |
| 15 | 51.959,53 | 113.737,76 |
| 16 | 53.489,32 | 117.134,34 |
| 17 | 55.019,09 | 120.530,84 |
| 18 | 56.548,85 | 123.927,33 |
| 19 | 58.078,64 | 127.323,93 |
| 20 of meer | 59.608,40 | 130.720,41 |
Krijg je een schooltoeslag?
Het bedrag van je inkomsten … | |
|---|---|
| ...ligt boven de maximumgrens | Geen schooltoeslag |
| ...is gelijk aan de maximumgrens | Minimumschooltoeslag |
| …ligt tussen de maximumgrens en de minimumgrens | Gedeeltelijke schooltoeslag |
| …is gelijk aan of lager dan de minimumgrens | Volledige schooltoeslag |
| …is lager dan of gelijk aan een 10de van de maximumgrens | Misschien uitzonderlijke schooltoeslag |