Verbod op uithuiszettingen
© Karolina Grabowska

De afgelopen 5 maanden konden huurders en verhuurders die door de coronacrisis in de problemen kwamen, een beroep doen op de Vlaamse ombudsman om te bemiddelen.

Daar zaten ook heel wat ervaringen tussen met het verbod op uithuiszetting.

Uit die ervaringen blijkt alvast dat er veel meer verhalen te vertellen zijn dan het verhaal van de niet-betalende huurder die door het verbod beschermd wordt.

We luisterden de afgelopen maanden ook naar het verhaal van de huurder die heel graag weg wou uit zijn woning maar voor wie de deur van de hulpverlening dicht bleef.

Het verhaal van de verhuurder wiens huurder al maanden niet meer in de woning woonde, maar die door het verbod nog 6 maanden moest wachten om de woning te kunnen betreden.

Het verhaal van het gepensioneerde koppel dat in de problemen dreigde te komen nu de huurinkomsten van hun verhuurde appartementje nog vele maanden zouden uitblijven.

Het verhaal van de huurder die er voor koos in de woning te blijven zitten tot het einde omdat het daar nu eenmaal goedkoper wonen was.

Het verbod op uithuiszettingen treft verschillende groepen en lijkt als botte maatregel dan ook niet het meest geschikt. De overheid kan beter: hulpverlening voor wie het nodig heeft, extra tijd om een woning te zoeken voor wie daarin kan slagen, uithuiszetting voor wie doelbewust een oplossing blokkeert, aandacht voor de verhuurder die zelf kopje onder dreigt te gaan, compensaties via de onroerende voorheffing voor wie veel verlies lijdt, … En, in afwachting, is het aan de vrederechter om individuele beoordelingen te maken. Daar is geen extra oproep voor nodig. Dat doen vrederechters altijd al.