Genderkamer komt als neutrale derde tussen in de zaak Semenya bij het EHRM

Najaar 2021 - Caster Semenya is een wereldfenomeen op de atletiekpiste en ze wordt dat weldra ook in de rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (ook: EHRM of het Hof).

Wat voorafging: Caster Semenya is een atlete die vanaf 2009 vooral op de 800 meter opmerkelijk presteerde. Ze werd verschillende keren wereldkampioen (2009, 2011 en 2017) en behaalde twee titels op de Olympische Spelen (2012 in Londen en 2016 in Rio). Toch is haar traject op dit moment vooral getekend door de hordes die ze onderweg zag opdoemen.

De prestaties van Semenya werden door sommigen met argwaan bekeken. Daarop volgde een geslachtstest die aantoonde dat Caster Semenya een persoon is met een intersekse-achtergrond, d.w.z. een variatie in geslachtskenmerken die maakt dat ze niet zomaar past in het traditionele hokje van de biologische ‘vrouw’. Haar lichaam produceert bijvoorbeeld meer testosteron dan het lichaam van een gemiddelde vrouw en dit zou haar beweerdelijk een competitievoordeel kunnen opleveren.

Deelnemen aan competitie was voor haar op die manier nooit echt gewoon. Ze liep voortdurend in het oog van de publieke opinie en ook haar lichaam werd aan allerlei testen onderworpen. In 2018 kwam er vanuit de wereldatletiekbond (World Athletics) na eerdere procedures een nieuwe regel die diende om de vrouwencompetitie te beschermen tegen oneerlijke voordelen, bijvoorbeeld bij een intersekseconditie. Om op dat hoogste niveau te kunnen participeren, zouden atleten als Semenya hun testosteronwaarden omlaag moeten brengen door hormonen te nemen.

Semenya heeft daarop haar strijd op de piste verlegd naar de rechtbanken. Ze passeerde langs het Hof van Arbitrage voor de Sport (CAS) en langs Zwitserse rechtbanken en nu ligt haar zaak voor bij het EHRM dat zal oordelen of de mensenrechten van Semenya geschonden zijn.

En toen: De Vlaamse Ombudsvrouw Gender zorgde voor een absolute primeur in de geschiedenis van de Vlaamse Ombudsdienst doordat het EHRM haar toeliet om tussen te komen als neutrale derde partij vanwege de opgebouwde expertise op het vlak van interseksecondities aan de ene zijde en het kruispunt gender/geslacht en sport aan de andere zijde. Het Hof aanvaardde dus de vraag van de Genderkamer om te mogen tussenkomen en afgelopen oktober diende de Genderkamer een zogenaamde Third Party Intervention (TPI) (PDF bestand opent in nieuw venster) in, van de hand van dr. Nina Callens en
dr. Annelies D’Espallier.

Deze TPI zit boordevol informatie die de Genderkamer ter overweging naar het Hof bracht. Hier volgt slechts een greep daaruit. Zo vroeg de Genderkamer in deze TPI om intersekse te zien als een normale geslachtsvariatie en dus niet als iets dat op de een of andere manier abnormaal zou zijn. De Genderkamer belichtte de gevolgen van het al dan niet conformeren aan de voorwaarde om het testosteronpeil omlaag te brengen voor de atleten en vroeg voldoende aandacht voor het belang van inclusie in sport en de privacy van de betrokken atleten. Om die redenen zouden maatregelen alleen toegelaten kunnen worden wanneer legitieme belangen daadwerkelijk in het gedrang komen. Dan gaat het evident om bijvoorbeeld een eerlijke en veilige competitie. Ingrepen moeten steeds nauw bemeten zijn.

En nu: Intussen heeft het IOC nieuwe richtlijnen uitgevaardigd die ook een impact zouden hebben op topsporters met een intersekse-achtergrond. Die nieuwe richtlijnen bouwen nog meer dan tevoren op inclusie. Maar nu is het vooral uitkijken naar de beslissing van het EHRM die in de loop van 2022 zal volgen.