Gedaan met laden. U bevindt zich op: Tips voor het formuleren van geboden en verboden in gebouwen Huisstijlrichtlijnen

Tips voor het formuleren van geboden en verboden in gebouwen

1. Gebruik duidelijk, korte en concrete taal

Vermijd vage en formele woorden of lange zinnen. Mensen scannen informatie snel, zeker op borden. Gebruik actieve werkwoorden en heldere instructies.

  • Niet: “Gelieve je handen te wassen.”
  • Wel: “Was je handen.”

2. Kies een positieve en vriendelijke toon

Mensen reageren beter op positieve formuleringen dan op negatieve of dwingende taal. Een vriendelijke toon vergroot de kans dat mensen de boodschap accepteren en opvolgen.

  • Niet: “Niet aan de bel trekken.”
  • Wel: “Bedankt om de bel niet te gebruiken.”
  • Niet: “Verboden te zitten.”
  • Wel: “Hou je deze plek vrij? Bedankt!”

3. Geef context of reden

Mensen zijn eerder geneigd instructies te volgen als ze begrijpen waarom iets gevraagd wordt.

  • Niet: “Laat de lift vrij voor wie slecht te been is. Bedankt voor je begrip.”
  • Wel: “We houden deze ruimte proper voor iedereen. Gooi afval in de vuilbak.”

4. Bied een alternatief aan als dat mogelijk is

Mensen zijn eerder geneigd een verbod te volgen als ze een alternatief hebben.

  • Niet: “Trek niet aan de bel.”
  • Wel: “Gebruik de intercom voor hulp.”
  • Niet: “Niet op de trap zitten”
  • Wel: “Gebruik de bankjes als je even wil uitrusten.”

5. Speel in op de sociale normen en groepsdruk

Mensen zijn geneigd zich aan regels te houden als ze denken dat anderen dat ook doen.

  • Wel: “De meeste collega’s wassen hun handen. Jij ook?”

6. Gebruik humor of creativiteit waar gepast

Een luchtige, grappige boodschap kan de weerstand verminderen en de aandacht trekken. Denk aan woordspelingen,
rijmpjes of ludieke illustraties.

  • Wel: “Was je handen en geef bacteriën geen kans om te feesten!”
  • Niet: “Maak het toilet schoon na gebruik.”
  • Wel: “Laat geen streep achter.”

7. Maak het visueel aantrekkelijk en herkenbaar

Combineer tekst met pictogrammen of afbeeldingen die de boodschap ondersteunen. Dat vergroot de begrijpelijkheid, ook voor mensen die de taal niet volledig beheersen. Gebruik kleurcodes: groen voor geboden, rood voor verboden.