3 niveaus waar je je lezer houvast kunt geven

Structuur aanbrengen doe je op 3 niveaus:

  1. tekst
  2. alinea
  3. zin

Geef structuur op tekstniveau

Baken eerst je onderwerp zorgvuldig af en bepaal je kernboodschap. Welke info is belangrijk om je doel te bereiken en wat laat je beter weg? De structuur die je uitdenkt, moet je lezer naar dat doel leiden.

Geef je tekst een duidelijke titel

De titel van je tekst is een belangrijk structuurelement. Die trekt de aandacht van je doelgroep, wekt interesse op en zet aan tot lezen.

Schrijf nietSchrijf wel
Het nieuwe werkenThuiswerken en glijdende uren

Schrijf duidelijke, unieke en bondige titels, met daarin het belangrijkste zoekwoord voor je webpagina. Je pagina komt hoger in de lijst met zoekresultaten van Google als:

  • het zoekwoord in de hoofdtitel (h1) van je webpagina staat.
  • de titel in het webadres van de webpagina staat.

Schrijf sterke tussentitels

Wat geldt voor je titel, geldt in grote lijnen ook voor je tussentitels. Ze maken de rode draad in je tekst zichtbaar en hebben als voornaamste functie:

  • aandacht trekken
  • structureren en de weg wijzen
  • stimuleren tot doorlezen of overslaan
  • een boodschap geven.

Wil je een bepaalde boodschap geven? Ook al leest je lezer niet verder, hij krijgt toch de boodschap mee in de titel. Voor webteksten zijn tussentitels extreem belangrijk.

Mag niet in titels en tussentitels

  • nummer je titels of tussentitels niet.
  • Gebruik de ik-vorm niet in titels of tussentitels, tenzij in contenttype vraag.

Geef je tekst een sterke inleiding

Start je webtekst altijd met je kernboodschap en de allerbelangrijkste info. Waarom? Een surfer wil snel vinden wat hij zoekt. Opwarmtekst die je boodschap inleidt, vindt hij tijdverlies.

Gebruik vet en witruimte

Maak je tekst scanbaar, zodat je lezer grip krijgt op de structuur:

  • onderlijn links
  • zet de belangrijkste woorden in het vet.

Overdrijf niet: te veel vette woorden maken je tekst onrustig.

Geef structuur op alineaniveau

Maak korte alinea’s. Gebruik sprekende tussentitels en zet voldoende witruimte tussen de alinea’s.

Maak korte blokjes tekst

Schrijf je tekst in kleine tekstblokjes met maximaal 4 regels. Zo vindt je lezer gemakkelijk zijn weg en heeft hij op tijd een rustpunt.

Niets is vervelender dan een blok tekst zonder ademruimte voor je neus te krijgen. Je hebt gewoon geen zin om zo’n tekst te lezen.

Zorg voor samenhang

De rode draad in wat je schrijft, moet voor je lezer duidelijk zijn. Kortom: je hebt een opbouw of inhoudelijke logica nodig die je lezer op sleeptouw neemt.

Zet 1 onderwerp in 1 alinea

De belangrijkste informatie over het onderwerp zet je in de eerste zin van de alinea.

Een alinea bestaat uit enkele samenhangende zinnen die samen een element van je verhaal vormen. Stop dus geen verschillende thema’s of gedachten in 1 alinea. Spring ook niet van de hak op de tak in je alinea’s.

Denk goed na over welke elementen bij elkaar horen en in welke volgorde ze aan bod komen.

Geef structuur op zinsniveau

Schrijf korte zinnen, wissel de zinslengte af en geef ze genoeg reliëf.

Elke zin heeft maar 1 gedachte. Maak zinnen daarom niet te complex en vermijd lange aanlopen zoals:

  • Het is zo dat…
  • Zoals iedereen wel weet…
  • Het is een bekend gegeven dat...

Net zoals bij de alinea, zet je de belangrijkste informatie vooraan en niet achteraan in de zin.