Doel

Met het storyblock Kaart kun je locaties tonen en extra informatie geven over deze locaties. Een Kaart bevat meerdere kaartlagen. Elke kaartlaag kan een of meerdere locaties bevatten (punt, lijn of zone) en extra informatie over deze locaties.

Storyblock Kaart kan gebruikt worden in volgende inhoudstypes: Artikel, Topic, Topicsubpagina, Journey, Hub, Verhaal en Nieuwsbericht.

Kaarten verschijnen niet op de voorlichterssite

Als de informatie in de kaart (bijv. adressen) ook moet voorgelicht kunnen worden door 1700, dan moet de informatie ook op een andere manier worden aangeboden, zoals in de tekst of via een veelgestelde vraag.

3 types kaartlagen

  • Eenvoudige kaartlaag
    Een bestaande kaart waarop je locaties (pinnen) kunt toevoegen. Een pin toont enkel een bepaalde locatie. Aanvullende contactinformatie kan niet in de kaart zelf worden opgenomen, wel op de pagina waar de kaart wordt ingebed.
  • Kaartlaag via GeoJson bestand
    Kaartlaag met locaties en extra informatie in een detailfiche (zoals een beschrijving, foto, ...).
  • Kaartlaag via geoservice
    Kaartlaag met locaties en extra informatie in een detailfiche (zoals een beschrijving, foto, ...). Deze kaartlaag is interessant voor veranderende data.

Voor de 2 onderste opties heb je zelf een GeoJson bestand of een URL naar een gepubliceerd GeoJson bestand en een aanvullend Json bestand nodig. Neem hiervoor contact op met de centrale redactie van Digitaal Vlaanderen.

Opbouw

  • Stap 1
  • Stap 2
    • Stap 1
      • Klik op Pin toevoegen.
      • Gebruik de kaart ‘OpenStreetMap_Mapnik’. Dit is de kaart die standaard verschijnt.
      • Voeg een pin toe door op de kaart te klikken of door de velden Breedtegraad en Lengtegraad in te vullen
      • Geef de locatie een naam
      • Voeg eventueel een adres toe
    • Stap 2
      • Laad je GeoJson bestand eerst op in de tab Media (optie bestand)
      • Koppel je bestand hier
      • Kies om de kaartlaag te gebruiken als achtergrondlaag of als gegevenslaag:
        • Een achtergrondlaag wordt gebruikt om gebieden op de kaart te markeren.
        • Een gegevenslaag geeft informatie over locaties op de kaart.
      • Om bij een gegevenslaag aan te geven waar en hoe de data op de kaart worden getoond, laad je een Jsonbestand op in het veld “metagegevens”.
    • Stap 3
      • Geef de geoservice URL in
      • Kies om de kaartlaag te gebruiken als achtergrondlaag of als gegevenslaag:
        • Een achtergrondlaag wordt gebruikt om gebieden op de kaart te markeren.
        • Een gegevenslaag geeft informatie over locaties op de kaart.
      • Om bij een gegevenslaag aan te geven waar en hoe de data op de kaart worden getoond, laad je een Jsonbestand op in het veld “metagegevens”.
      • Bij een gegevenslaag heb je nog de optie om
        • als je werkt met zones (en in de toekomst lijnen), deze een bepaalde kleur en doorzichtigheid geven. Als je geen kleur selecteert, zal de locatie blauw zijn.

        • clustering aan te vinken. Hiermee zorg je dat locaties (pointers, zones) die dicht bij elkaar staan, clusters worden wanneer je uitzoomt.

  • Stap 3

Voorbeeld

Kaartlaag met geoservice.