Gedaan met laden. U bevindt zich op: WB 59 - BVR 19 maart 2021 Overzicht wijzigende besluiten VPS

WB 59 - BVR 19 maart 2021

19 maart 2021 - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het Vlaams personeelsstatuut van 13 januari 2006 wat betreft de uitbreiding van het geboorteverlof

Rechtsgronden

Dit besluit is gebaseerd op:
- de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, artikel 87, §1, gewijzigd bij de bijzondere wet van 16 juli 1993, en §3, vervangen bij de bijzondere wet van 8 augustus 1988 en gewijzigd bij de bijzondere wet van 6 januari 2014;
- het bijzonder decreet van 14 juli 1998 betreffende het gemeenschapsonderwijs, artikel 67, §2;
- het Bestuursdecreet van 7 december 2018, artikel III.23.

Vormvereisten

De volgende vormvereisten zijn vervuld:
- De Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, heeft zijn akkoord gegeven op 14 december 2020;
- Het Sectorcomité XVIII Vlaamse Gemeenschap - Vlaams Gewest heeft protocol nr. 395.1260 gesloten op 5 februari 2021;
- De Raad van State heeft advies nr. 68.811 gegeven op 8 maart 2021, met toepassing van artikel 84, §1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

Initiatiefnemer

Dit besluit wordt voorgesteld door de Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Bestuurszaken, Inburgering en Gelijke Kansen.

Na beraadslaging,

DE VLAAMSE REGERING BESLUIT:

Artikel 1. Aan artikel VII 20 van het Vlaams personeelsstatuut van 13 januari 2006, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 december 2017, wordt een paragraaf 6 toegevoegd, die luidt als volgt.
“§6. Het vakantiegeld en de eindejaarstoelage van een ambtenaar wordt niet verminderd gedurende het geboorteverlof tijdens welke de ambtenaar geen recht heeft op een volledig salaris.”.

Art. 2. In artikel VII 108bis van het hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 december 2017, worden de woorden ‘de zeven resterende dagen’ vervangen door de woorden ‘de periode van de vierde tot en met de tiende dag”.

Art. 3. Aan deel VII, titel 5 van hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 juli 2020, wordt een hoofdstuk 9, dat bestaat uit artikel VII 219, toegevoegd, dat luidt als volgt:
“Hoofdstuk 9. Geboorteverlof
Art. VII 219. Voor de geboortes die plaatsvonden voor 1 januari 2021 blijft de regeling inzake de toelage zoals deze gold op de dag van de geboorte van kracht.”.

Art. 4. In artikel X 10, vijfde lid van hetzelfde besluit, toegevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 december 2017 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 6 september 2019, worden de woorden “en pleegouderverlof” vervangen door de zinsnede “, pleegouderverlof en geboorteverlof tijdens welke de ambtenaar geen recht heeft op een volledig salaris.”.

Art. 5. In artikel X 61bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 december 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, vierde lid, wordt het woord “tien” vervangen door het woord “vijftien”;

2° aan paragraaf 1 wordt een zesde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
“Voor geboortes die plaatsvinden vanaf 1 januari 2023 bedraagt het geboorteverlof 20 werkdagen.”;

3° paragraaf 2, tweede lid, wordt opgeheven;

4° er wordt een paragraaf 3 toegevoegd, dat luidt als volgt:

Ҥ3. Het geboorteverlof wordt gelijkgesteld met dienstactiviteit. Wat de geboortes betreffen die vanaf 1 januari 2021 plaatsvinden geldt de volgende verloningsregeling:
1° een ambtenaar heeft gedurende de:
a) eerste tien dagen recht op een doorbetaling van het salaris;
b) vijf resterende dagen recht op 82% van het brutosalaris. Voor de bepaling van dit salaris wordt het brutosalaris op jaarbasis begrensd op 26230€ (100%).

2° een contractueel personeelslid heeft gedurende de:
a) eerste drie dagen recht op een doorbetaling van het salaris;
b) twaalf resterende dagen onverminderd VII 108bis geen recht op salaris.

Wat de geboortes betreffen die vanaf 1 januari 2023 plaatsvinden geldt de volgende verloningsregeling:
1° een ambtenaar heeft gedurende de:
a) eerste tien dagen recht op een doorbetaling van het salaris;
b) tien resterende dagen recht op 82% van het brutosalaris. Voor de bepaling van dit salaris wordt het brutosalaris op jaarbasis begrensd op 26230€ (100%);

2° een contractueel personeelslid heeft gedurende de:
a) eerste drie dagen recht op een doorbetaling van het salaris;
b) zeventien resterende dagen onverminderd VII 108bis geen recht op salaris.

Art. 6. Aan deel X, titel 14 van hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 26 juli 2020, wordt een artikel X 99 toegevoegd, dat luidt als volgt:
“Art. X 99. Op de geboortes die plaatsvonden vóór 1 januari 2021 blijft het geboorteverlof van toepassing dat gold op de dag van de geboorte.”.

Art. 7. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2021.

Art. 8. De Vlaamse minister, bevoegd voor de human resources, is belast met de uitvoering van dit besluit.

Brussel,

De minister-president van de Vlaamse Regering,

Jan JAMBON

De Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Bestuurszaken, Inburgering en Gelijke Kansen

Bart SOMERS