Tijdens de gerechtelijke procedure bepaalt de rechter of de onteigening wettig is, en welke vergoeding de eigenaars moeten krijgen.

Tot op het moment dat de vrederechter een uitspraak doet, blijft een vrijwillig akkoord tussen de overheid en de te onteigenen persoon mogelijk.

Onteigeningsvergoeding bij een gerechtelijke procedure

Wettigheid van de onteigening

De vrederechter doet eerst uitspraak over de wettigheid van de onteigening. Als hij oordeelt dat de onteigening wettig is, stelt hij een deskundige aan. De vrederechter kan advies vragen aan de deskundige over de geschiktheid van het bedrag van het aanbod.

Voorlopige vergoeding

Vervolgens doet de vrederechter uitspraak over de provisionele vergoeding die toekomt aan de persoon die onteigend wordt. Hij baseert zich daarbij op het aanbod dat de overheid die onteigent aan de persoon die ze wil onteigenen heeft voorgesteld. En als hij vindt dat dat nodig is ook op het advies van de aangestelde deskundige. Het bedrag dat hij bepaalt, is de provisionele – voorlopige – vergoeding. De Deposito- en Consignatiekas stort die vergoeding aan elke partij aan wie hij een vergoeding heeft toegewezen.

Definitieve vergoeding

Vervolgens stelt de deskundige op basis van onder meer een plaatsbeschrijving en plaatsbezoek een verslag op met daarin zijn advies over de definitieve waarde van het te onteigenen goed of afzonderlijk zakelijk recht. In een laatste vonnis doet de vrederechter uitspraak over de definitieve onteigeningsvergoeding.

  • Is die definitieve vergoeding lager dan de provisionele? Dan moet de onteigende persoon het te veel gestorte bedrag terugstorten.
  • Is die definitieve vergoeding hoger dan de provisionele? Dan stort de Deposito- en Consignatiekas het nog verschuldigde bedrag op de rekening van elke partij die een provisionele vergoeding kreeg.