In deze studie is de modelprestatie van het Delft3D-NeVla model onderzocht voor de representatie van dwarsstromingen als gevolg van neervorming aan de oostzijde van de Platen van Ossenisse. Hiervoor werd het numeriek model NeVla in verschillende versies (i.e., in Simona/Waqua en Delft3D) en met verschillende eerder gekalibreerde ruwheidsvelden getest. Uit een beschikbare dataset aan gevaren ADCP-metingen is een selectie van enkele getijden gemaakt voor deze validatieoefening. De beschikbare dataset bevatte aanvankelijk enkel metingen tijdens hoge springtijen en stormtijen. In het kader van deze studie is ook een recente meetcampagne tijdens doodtij aan de dataset toegevoegd. Voorafgaand aan de validatieoefening is eerst de springtij-doodtij-variatie onderzocht voor de gemodelleerde dwarsstroming, alsmede de representatie van de springtij-doodtij-variatie van het verticaal getij in het studiegebied. Vervolgens is de representatie van de dwarsstroming en het verticaal getij voor de geselecteerde meetcampagnes gevalideerd. In alle configuraties is het model in staat de neervorming en bijbehorende circulaire stromingspatronen rond de Platen van Ossenisse kwalitatief te representeren. De sterke dwarsstromingen tijdens springtij worden echter onderschat door de modelsimulaties. Hetzelfde geldt voor de aan de dwarsstroming gecorreleerde maximum stijgsnelheid in Hansweert, die ook juist voor de hoogste getijden wordt onderschat. Ondanks deze onderschatting hebben simulaties waarin het ruwheidsveld uit het operationeel model is gebruikt toch een geringe voorspellende waarde voor de sterkte van de dwarsstroming tijdens de geselecteerde (spring)tijen (R2 = 0,56-0,75). Er wordt door de modellen wel een duidelijke springtij-doodtij-variatie in sterkte van de dwarsstroming gesimuleerd. Vanwege het ontbreken van voldoende meetdata tijdens reguliere tij-condities kon deze springtij-doodtij-variatie nog niet worden gevalideerd.
Publicatiedatum
Januari 2023
Publicatietype
Rapport
Thema's
Scheepvaart, waterwegen en zeewezen
Auteur(s)
J. Stark, J. Vanlede, Y. Plancke
Reeks
WL Rapporten 20_060_3