Verwijlintresten en forfaitaire vergoeding
Als u een factuur te laat betaalt, is de kans groot dat u spontaan verwijlintresten en een forfaitaire invorderingskost moet betalen. U als woonmaatschappij moet hiervoor zelf het initiatief nemen. Op deze pagina leggen we u uit wat de regelgeving precies zegt en hoe u praktisch aan de slag gaat.
De wetgeving over verwijlinteresten
Als u een factuur te laat betaalt, is de kans groot dat u spontaan verwijlintresten en een forfaitaire invorderingskost moet betalen. In Europa zijn er namelijk specifieke regels om betalingsachterstanden te bestrijden, vooral bij handelstransacties.
Deze regels zijn gebaseerd op de Europese Richtlijn 2011/07/EU, die bedoeld is om bedrijven te beschermen tegen late betalingen en om eerlijke handelspraktijken te bevorderen.
De Europese richtlijn is omgezet in Belgische wetgeving en dus van kracht in België. Deze regels gelden ook voor de woonmaatschappijen.
Deze regels gelden voor transacties tussen ondernemingen onderling en tussen een onderneming en een overheidsinstantie als schuldenaar.
Deze regels gelden niet voor transacties met consumenten.
Deze wetgeving is dus ook van toepassing op de woonmaatschappijen. Voor deze wetgeving vallen woonmaatschappijen onder de definitie van overheidsinstantie en van aanbestedende overheid.
De wetgeving is van toepassing op facturen voor handelstransacties. Alle facturen die u ontvangt van leveranciers, bedrijven, ondernemingen, vrije beroepen, … voor geleverde goederen of diensten of voor de uitvoering van werken vallen dus onder deze regelgeving.
Dit geldt voor de projectgebonden facturen die u indient via een elektronische betalingsaanvraag, maar ook voor de facturen die u als woonmaatschappij zelf betaalt.
Voor facturen van overheidsinstanties gelden deze regels echter niet. Dit wil zeggen dat u geen verwijlintresten verschuldigd bent aan bijvoorbeeld een gemeente of de brandweer. Ook nutsmaatschappijen zijn in deze wetgeving overheidsinstanties. Voor laattijdig betaalde facturen van Fluvius of een watermaatschappij bent u dus geen verwijlintresten verschuldigd volgens deze wetgeving.
Als er geen specifieke behandelingstermijn is afgesproken, moet een factuur betaald worden binnen de 30 kalenderdagen. Het nazicht en de betaling van de factuur moet dus gebeuren binnen deze 30 dagen.
De behandelingstermijn begint te lopen de dag volgend op:
- de datum van ontvangst van de factuur door de schuldenaar (dus niet de factuurdatum die op de factuur vermeld staat).
- de datum van beëindiging van de levering van de goederen of diensten als u de factuur eerder ontving.
We raden aan om op elke factuur die u ontvangt de ontvangstdatum te noteren.
Bijvoorbeeld: Uw woonmaatschappij bestelt drie printers, te betalen vanuit eigen rekeningen buiten de VMSW:
Scenario 1:
- levering en installatie van de printers: 18.04.2025
- ontvangst factuur door uw woonmaatschappij: 22.04.2025
- factuurdatum: 18.04.2025
- behandelingstermijn = 30 kalenderdagen na 22.04.2025 (ontvangst factuur)
- uiterste betaaldatum: 22.05.2025
Scenario 2:
- ontvangst factuur door uw woonmaatschappij: 22.04.2025
- factuurdatum: 18.04.2025
- levering en installatie van de printers: 28.04.2025
- behandelingstermijn = 30 kalenderdagen na 28.04.2025 (ontvangst goederen is later dan ontvangst factuur)
- uiterste betaaldatum: 28.05.2025
Bij opdrachten voor werken is de werkwijze iets anders.
De behandelingstermijn van 30 (of 60) kalenderdagen (zie hierna) begint te lopen:
- de dag volgend op de ontvangst van de vorderingsstaat.
- als de aannemer zijn factuur niet heeft ingediend binnen de vijf dagen nadat hij het proces-verbaal van de goedgekeurde vorderingsstaat en het verschuldigde bedrag heeft ontvangen, dan wordt deze termijn verlengd naar rato van het aantal dagen te laat.
Er is geen sprake meer van verificatietermijn en betalingstermijn: alles moet gebeuren binnen één behandelingstermijn van 30 kalenderdagen (of 60 kalenderdagen – zie hierna ‘Afwijking van de behandelingstermijn’). Binnen deze behandelingstermijn moet zowel het nazicht van de vorderingsstaat als de betaling van de factuur gebeuren.
In sommige gevallen kan de behandelingstermijn worden verlengd tot maximaal 60 dagen. Deze afwijking moet u in de overeenkomst of in de opdrachtdocumenten opnemen.
De langere behandelingstermijn moet objectief gerechtvaardigd zijn door de bijzondere aard of door bepaalde elementen in de overeenkomst en mag niet te wijten zijn aan een interne werkwijze. Ook mag de verlengde behandelingstermijn niet onredelijk zijn voor de schuldeiser.
Een verlenging van de termijn kan bijvoorbeeld gerechtvaardigd zijn bij bepaalde opdrachten voor werken, waarbij de betalende instantie (de VMSW) verschilt van de aanbestedende overheid (de woonmaatschappij). Hierbij zijn er twee momenten van controle van de verschuldigde bedragen en moeten de standpunten tussen beiden gecoördineerd worden.
In de modelbestekken op de website van Wonen in Vlaanderen onder ‘Administratief bestek’\’Bouw- of renovatiewerken en gecombineerde dossier vanaf 1 januari 2025’ staat een dergelijke afwijkingsclausule.
Deze clausule vindt u in het hoofdstuk Inleiding. Betalingsregels van toepassing vanaf 1 januari 2025 in de volgende bestekken:
- VM/B2017: Eerste deel voor bouwwerken
- VM/B2017: Eerste deel voor gecombineerde dossiers
- VM/B2017: Eerste deel voor raamovereenkomsten.
U vindt meer gedetailleerde informatie over de betaling van facturen bij vorderingsstaten in de modelbestekken op de website van Wonen in Vlaanderen onder ‘Administratief bestek’\’Bouw- of renovatiewerken en gecombineerde dossier vanaf 1 januari 2025’:
- VM/B2017: Tweede deel voor bouwwerken: hoofdstuk 8.4 ‘Behandelingstermijn aanbestedende overheid’ en hoofdstuk 8.5 ‘Facturatie’
- VM/B2017: Tweede deel voor gecombineerde dossiers: hoofdstuk 9.4 ‘Behandelingstermijn aanbestedende overheid’ en hoofdstuk 9.5 ‘Facturatie’
Lees hierover ook meer in de nieuwsflash van 11 december 2024 en de nieuwsflash van 9 januari 2025. Hierin vindt u meer info over de gewijzigde betalingsregels voor overheidsopdrachten.
Betaalt u een factuur te laat, dan bent u aan de ondernemer verwijlintresten en een forfaitaire invorderingskost verschuldigd. Deze kosten bent u automatisch verschuldigd, zonder dat een ingebrekestelling nodig is.
Het bedrag van de verwijlintresten wordt berekend op het openstaande bedrag, inclusief btw (tenzij de btw verlegd is of niet verschuldigd) en inclusief andere belastingen, rechten, heffingen of kosten zoals vermeld in de factuur.
De verwijlintresten worden per dag aangerekend, voor het aantal dagen dat de factuur te laat betaald is.
De Minister van Financiën bepaalt het intresttarief per semester.
- in het eerste semester van 2025: 11,5%,
- in het tweede semester van 2025: 10,5%
- in het eerste semester van 2026: 10,5%
U vindt de toe te passen rentevoet op de website van de FOD Financiën.
Voorbeeld 1: factuur inclusief 6% btw – termijn van achterstal valt binnen één semester
- factuurbedrag: € 10.000 exclusief btw + € 600 btw = € 10.600 inclusief btw
- datum ontvangst factuur: 31.03.2025
- behandelingstermijn: 30 dagen
- uiterste betaaldatum: 30.04.2025
- datum van betaling: 12.05.2025 = 11 dagen te laat
- intrestvoet periode 01.01.2025 – 30.06.2025: 11,5%
- rente per dag: 11,5% / 365 = 0,0315%
- intrestbedrag per dag: € 10.600 x 0,0315% = € 3,34
- totaal bedrag verwijlintresten: € 3,34 x 11 dagen = € 36,74
Voorbeeld 2: factuur met verlegging van btw – termijn van achterstal valt binnen één semester
- factuurbedrag: € 10.000 exclusief btw + 6% btw (€ 600) verlegd = € 10.600
- datum ontvangst factuur: 31.03.2025
- behandelingstermijn: 30 dagen
- uiterste betaaldatum: 30.04.2025
- datum van betaling: 12.05.2025 = 11 dagen te laat
- intrestvoet periode 01.01.2025 – 30.06.2025: 11,5%
- rente per dag: 11,5% / 365 = 0,0315%
- intrestbedrag per dag: € 10.000 x 0,0315% = € 3,15
- totaal bedrag verwijlintresten: € 3,15 euro x 11 dagen = € 34,65
Voorbeeld 3: factuur met verlegging van btw – termijn van achterstal valt in twee semesters
- factuurbedrag: € 10.000, exclusief btw + 6% btw (€ 600) verlegd = € 10.600
- behandelingstermijn: 30 dagen
- datum ontvangst factuur: 26.11.2024
- uiterste betaaldatum: 26.12.2024
- datum van betaling: 06.01.2025 = 10 dagen te laat, waarvan 5 in december 2024 en 5 in januari 2025
- intrestvoet periode 01.07.2024 – 31.12.2024: 12,5%
- rente per dag: 12,5% / 365 = 0,0342%
- intrestbedrag per dag in december 2024: € 10.000 x 0,0342% = € 3,42
- totaal bedrag verwijlintresten in december 2024: € 3,42 x 5 dagen = € 17,10
- intrestvoet periode 01.01.2025 – 30.06.2025: 11,5%
- rente per dag: 11,5% / 365 = 0,0315%
- intrestbedrag per dag in januari 2025: € 10.000 x 0,0315% = € 3,15
- totaal bedrag verwijlintresten in januari 2025: € 3,15 euro x 5 dagen = € 15,75
- totaal bedrag verwijlintresten: € 17,10 + € 15,75 = € 32,85
Voorbeeld 4: factuur voor opdracht voor werken, met verlegging van btw
- factuurbedrag: € 50.000 exclusief btw + 6% btw (€ 3.000) verlegd = € 53.600
- datum ontvangst vorderingsstaat: 31.03.2025
- behandelingstermijn: 60 dagen
- kennisgeving goedkeuring vorderingsstaat + vraag indiening factuur: 29.04.2025
- datum ontvangst factuur: 02.05.2025 (= binnen de 5 dagen)
- uiterste betaaldatum: 30.05.2025 (= 60 dagen na ontvangst vorderingsstaat)
- datum van betaling: 11.06.2025 = 11 dagen te laat
- intrestvoet periode 01.01.2025 – 30.06.2025: 11,5%
- rente per dag: 11,5% / 365 = 0,0315%
- intrestbedrag per dag: € 50.000 x 0,0315% = € 15,75
- totaal bedrag verwijlintresten: € 15,75 euro x 11 dagen = € 173,25
Naast verwijlintresten heeft een schuldeiser ook recht op een forfaitaire vergoeding van 40 euro per laattijdig betaalde factuur.
In de voorbeelden van hierboven is er dus in totaal verschuldigd:
- Voorbeeld 1: € 36,74 verwijlintresten + € 40 forfaitaire invorderingskost = € 76,74
- Voorbeeld 2: € 34,65 verwijlintresten + € 40 forfaitaire invorderingskost = € 74,65
- Voorbeeld 3: € 32,85 verwijlintresten + € 40 forfaitaire invorderingskost = € 72,85
- Voorbeeld 4: € 173,25 verwijlintresten + € 40 forfaitaire invorderingskost = € 213,25
De verantwoordelijkheid voor het tijdig betalen van facturen ligt bij de opdrachtgever of aanbestedende instantie. De woonmaatschappijen zijn dus verantwoordelijk voor de tijdige betaling van hun facturen en de spontane betaling van verwijlintresten en invorderingskost bij laattijdige betaling.
Gevolgen voor de eBA's
Veel facturen van de woonmaatschappijen worden niet rechtstreeks door de woonmaatschappijen betaald, maar via een elektronische betalingsaanvraag (eBA) door de VMSW, die de betaling uitvoert als lastnemer.
Om ervoor te zorgen dat de factuur op tijd betaald wordt, is het dus van belang om de elektronische betalingsaanvraag op tijd, volledig en correct in te dienen!
Vul in het FIS de juiste vervaldag in. Dit is de datum waarop u de factuur ontving + 30 kalenderdagen. Het is best mogelijk dat deze datum niet overeenkomt met de vervaldatum die op de factuur zelf staat.
Bijvoorbeeld:
- U ontvangt een factuur op 28.04.2025
- Ontvangstdatum factuur: 28.04.2025
- zorg ervoor dat u deze ontvangstdatum op de factuur registreert
- vanaf deze datum begint de behandelingstermijn te lopen.
- Factuurdatum (datum vermeld op de factuur): 25.04.2025
- deze datum geldt niet als begindatum van de behandelingstermijn
- Vermelde vervaldatum op factuur: 25.05.2025
- deze datum geldt niet als vervaldatum
- Werkelijke vervaldatum: woensdag 28.05.2025
- = datum ontvangst factuur 28.04.2025 + 30 dagen
- U vult in het FIS als vervaldatum 28.05.2025 in.
De VMSW betaalt de ingediende eBA’s volgens de vervaldag die de woonmaatschappij invult in het FIS.
Naast de correcte vervaldatum, is het belangrijk dat u de eBA op tijd indient. Het Betaalreglement bepaalt dat de vervaldag van een elektronische betalingsaanvraag minimum 5 werkdagen na de lastgeving ligt. Dit betekent dus dat u een eBA in het FIS moet indienen uiterlijk 5 werkdagen vóór de vervaldag van de factuur.
In het voorbeeld van hierboven:
- U ontvangt een factuur op 28.04.2025
- Ontvangstdatum factuur: 28.04.2025
- zorg ervoor dat u deze ontvangstdatum op de factuur registreert
- vanaf deze datum begint de behandelingstermijn te lopen.
- Factuurdatum (datum vermeld op de factuur): 25.04.2025
- deze datum geldt niet als begindatum van de behandelingstermijn
- Vermelde vervaldatum op factuur: 25.05.2025
- deze datum geldt niet als vervaldatum
- Werkelijke vervaldatum: woensdag 28.05.2025
= datum ontvangst factuur 28.04.2025 + 30 dagen
==> U vult in het FIS als vervaldatum 28.05.2025.
==> U dient de eBA in uiterlijk op woensdag 21.05.2025.
= vervaldag factuur woensdag 28.05.2025 – 5 werkdagen = woensdag 21.05.2025
In het FIS zal u voor projectgebonden betalingsaanvragen voortaan als vervaldatum alleen maar een datum kunnen kiezen die minstens 5 werkdagen na de datum van indiening ligt.
Bijvoorbeeld:
- U dient een projectgebonden eBA in op donderdag 19.06.2025.
- De vroegste vervaldatum die u kan kiezen is donderdag 26.06.2025.
Voor overschrijvingen naar andere eigen externe rekeningen van de lastgever bepaalt het Betaalreglement dat de vervaldag minimaal 1 werkdag na de lastgeving ligt. Voor niet-projectgebonden betalingsaanvragen zal u voortaan dus geen vervaldatum meer kunnen kiezen die gelijk is aan de datum van indiening.
Bijvoorbeeld:
- U dient een niet-projectgebonden betalingsaanvraag in op donderdag 19.06.2025
- De vroegste vervaldatum die u kan kiezen is vrijdag 20.06.2025
Bij voorkeur, en in de mate van het mogelijke, raden we aan om eBA’s zo snel mogelijk in te dienen en niet te wachten tot de uiterste datum. Als er toch nog problemen zouden zijn met de eBA, is de kans groter dat die nog binnen de behandelingstermijn opgelost geraken en vermijdt u verwijlintresten en invorderingskosten.
Tot nu toe was het mogelijk om in het FIS een uitzondering te vragen op de vervaldag van minimum 5 werkdagen. We schrappen deze uitzondering.
U zal dus als vroegste vervaldatum de datum kunnen kiezen die 5 werkdagen na de datum van indiening van de eBA ligt. We benadrukken nogmaals het belang om een eBA zo snel mogelijk na ontvangst in te dienen in het FIS.
In een hoogst uitzonderlijke situatie kan het zijn dat een eBA toch sneller betaald moet worden. U heeft bijvoorbeeld voor een verwerving pas laat de informatie van de notaris gekregen, de akte wordt al over enkele dagen verleden en het geld moet tijdig op de rekening van de notaris staan. In dat geval kiest u in het FIS de vroegst mogelijke datum (dit zal 5 werkdagen zijn) en neemt u contact op met een medewerker van het team Projectfinanciering. Zij zullen het nodige doen om, in deze uitzonderlijke situatie, de eBA toch nog op tijd uit te betalen. Deze werkwijze blijft echter beperkt tot zeer uitzonderlijke gevallen.
De VMSW engageert zich om tijdig ingediende eBA’s ook op tijd te betalen, op voorwaarde dat u de eBA volledig en correct indiende en de nodige financiering beschikbaar is.
Elke eBA die u indient in het FIS moet de volgende informatie bevatten:
- Het correcte woonproject en de juiste verrichting
- Naam van de begunstigde
- Correct rekeningnummer van de begunstigde
- Bedrag exclusief btw
- Correct btw-tarief
- Correcte mededeling: gestructureerd of vrij
- Correcte vervaldag: zie hierna
- Als bijlage de factuur die aan de basis van de lastgeving ligt
Zorg ervoor dat er voldoende financiering beschikbaar is om de betalingsaanvraag uit te voeren. Dit kan u verifiëren in het FIS via Rapporten -> Overzicht financiering.
Als u de uitgave financiert met een lening, zorg er dan voor dat de leningsovereenkomst volledig ondertekend is en opgeladen is in het Projectportaal. Pas dan kan de VMSW met deze lening betalingen uitvoeren.
Indienen en betalen verwijlintrest en invorderingskost
Als u verwijlintresten en invorderingskosten verschuldigd bent voor een projectgebonden factuur, dan dient u een niet-projectgebonden eBA in. Het verschuldigde bedrag wordt betaald met eigen middelen van de rekening-courant bij de VMSW.
De betaling van verwijlintresten en invorderingskosten valt namelijk niet onder de definitie van studiekosten overeenkomstig artikel 5.40, §3 van het Besluit Vlaamse Codex Wonen. Deze kosten kunnen dus niet gesubsidieerd worden.
Deze kosten zijn ook geen investeringen, waardoor een financiering via een marktconforme lening ook niet mogelijk is.
Voor facturen die u zelf rechtstreeks betaalt, betaalt u ook de verwijlintresten en invorderingskost rechtstreeks vanuit uw rekeningen buiten de VMSW.
De VMSW ondersteunt de woonmaatschappijen bij de berekening van het correcte bedrag van de verschuldigde verwijlintresten en invorderingskost.
Raadpleeg hiervoor het sjabloon op de website.
De wetgeving schrijft niet expliciet voor op welk moment de verwijlintresten en de invorderingskost moeten worden betaald. Impliciet lijken we te kunnen afleiden dat deze kosten gelijktijdig moeten worden betaald met de hoofdsom. Niets belet echter om dit op een pragmatische manier aan te pakken en verwijlintresten en forfaitaire vergoeding apart te berekenen en te betalen met een bepaalde frequentie (bijvoorbeeld per kwartaal).
Meer informatie
U vindt meer informatie op deze website over:
- Betaalreglement (Hoofdstuk 6 van het Commissiereglement)
- Handleiding voor de elektronische betalingsaanvragen (Betalingen indienen in het FIS)
- Sjabloon voor de berekening van verwijlintresten en forfaitaire vergoeding
De wetgeving kan u hier raadplegen:
- Richtlijn 2011/07/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 betreffende bestrijding van betalingsachterstand bij handelstransacties
Deze richtlijn is omgezet in Belgische wetgeving:
- Wet van 2 augustus 2002 betreffende de bestrijding van betalingsachterstand bij handelstransacties (gewijzigd bij wet van 22 november 2013)
- Koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten (KB Uitvoering) (gewijzigd bij koninklijk besluit van 12 augustus 2024).
Met specifieke vragen kan u terecht bij projectfinanciering.wonen@vlaanderen.be(opent in uw e-mail applicatie).