Gedaan met laden. U bevindt zich op: PV-forfait versus PV-bijdrage Sociaal patrimonium beheren

PV-forfait versus PV-bijdrage

Sociale huurders met een PV-installatie op hun dak betalen een bijdrage voor de geleverde zonnestroom.

PV-forfait

Dit principe is enkel van toepassing als de PV-installatie aangesloten is op een mechanische Ferrarismeter die terugdraait (een terugdraaiende teller). Hierbij betaalt de huurder een forfaitaire bijdrage die gebaseerd is op het normatieve verbruik volgens zijn gezinsgrootte. Daarbij gaan we ervan uit dat de PV-installatie dit verbruik op jaarbasis levert. Het elektriciteitsnet wordt gebruikt om het teveel aan geproduceerde stroom tijdelijk op te slaan en een huurder kan deze ‘zonnestroom’ op een later moment opnieuw afnemen.

Het PV-forfait kan u als rapport uit Woningkenmerken exporteren.

Dit principe is uitdovend.

PV-bijdrage

Voor PV-installaties die zijn aangesloten op digitale tellers wordt het voordeel van de huurder sinds 1 maart 2021 niet langer bepaald als een forfait volgens hun gezinsgrootte, maar op basis van het zelfverbruik, dus de gelijktijdig gebruikte zonnestroom.

U leest via de tegels ‘Berekeningswijze ...’ hieronder wat dat betekende voor verrekeningen tot 2024 en vanaf 2024.

Collectieve installaties

U mag het PV-forfait of de PV-bijdrage niet aanrekenen voor een collectieve PV-installatie. De aanrekening gebeurt per woning en kan alleen als de PV-panelen aangesloten zijn op de individuele elektriciteitsmeter van die woning. Bij een collectieve installatie, bijvoorbeeld in een appartementsgebouw met een gemeenschappelijke stookplaats, is er geen rechtstreekse link tussen het verbruik van de installatie en de individuele huurder.