Een bepaalde periode kan alleen gelijkgesteld worden aan een periode van werkloosheid als de werknemer tussen die bepaalde periode en zijn aanwerving minstens één dag ingeschreven is als niet-werkende werkzoekende bij VDAB.

Gelijkgestelde periodes

Arbeidsongeschiktheid of hechtenis

Een periode van arbeidsongeschiktheid wegens ziekte of ongeval, of een periode van hechtenis.
Telt u een van die gelijkgestelde periodes mee als u als werkgever de aanwervingsincentive aanvraagt? Laad dan meteen ook het juiste bewijs op in het WSE-loket ((opent in nieuw venster)).

  • Bij arbeidsongeschiktheid: een ziekteattest
  • Bij hechtenis: een bewijs van de FOD Justitie. De werknemer kan dat aanvragen

Korte tewerkstelling

Elke onderbreking van maximaal drie maanden van de inschrijving als niet-werkende werkzoekende, bijvoorbeeld door een of meerdere periodes van korte tewerkstelling.

IBO

Een periode waarin de werknemer een individuele beroepsopleiding (IBO) ((opent in nieuw venster))volgde.
Werft u als werkgever de werknemer aan meteen nadat hij een IBO volgde in uw organisatie? Dan hoeft hij zich niet meer voor één dag in te schrijven als niet-werkende werkzoekende. De vaste tewerkstelling mag in dat geval onmiddellijk aansluiten op de IBO.

Studie of beroepsopleiding

Een periode waarin de werknemer bij de VDAB is ingeschreven als ‘werkloze vrijgesteld van inschrijving als werkzoekende wegens studies of beroepsopleiding’.
Werft u als werkgever de werknemer aan meteen na die periode? Dan hoeft hij zich niet meer voor één dag in te schrijven als niet-werkende werkzoekende.

Niet-gelijkgestelde periodes

Bepaalde periodes worden niet gelijkgesteld aan een inschrijving als niet-werkende werkzoekende bij de VDAB. Bijvoorbeeld periodes waarin de werknemer langer dan drie maanden:

  • onder of met een DAC-statuut werkte
  • werkervaring opdeed in de sociale inschakelingseconomie (SINE) of in een plaatselijk werkgelegenheidsagentschap (PWA)
  • een vrijstelling van inschrijving kreeg wegens familiale of sociale redenen, bijvoorbeeld als mantelzorger.

Ook periodes waarin de werknemer een leefloon ontving, geven geen recht op de aanwervingsincentive. Tenzij de werknemer tegelijk was ingeschreven als niet-werkende werkzoekende bij de VDAB.