Werking

De Visitatieraad gaat na hoe goed een sociale huisvestingsmaatschappij (SHM) haar werk doet. Het prestatiemeetsysteem is ook een instrument voor zelfsturing voor SHM’s. Daarnaast vormt de prestatiebeoordeling de basis voor de erkenning als SHM.

De visitaties verlopen volgens een Draaiboek Prestatiebeoordeling SHM’s (vanaf 2017) (PDF bestand opent in nieuw venster) en vertrekken vanuit een aantal omgevings-, effect- en prestatie-indicatoren, opgenomen in een databank. SHM’s hebben toegang tot deze prestatiedatabank. Inmiddels is de eerste visitatieronde volledig afgerond. De tweede visitatieronde startte in het najaar van 2017

Goede praktijken

Samenstelling van de Visitatieraad

De Visitatieraad van Sociale Huisvestingsmaatschappijen bestaat uit maximaal 15 vaste leden. Deze werden geselecteerd naar aanleiding van een open oproep en het is de minister die hen formeel aanstelt.

Momenteel bestaat de Visitatieraad uit volgende leden:

Visitatierapporten: hoe goed presteert elke SHM?

De visitatierapporten van de eerste visitatieronde kan u via de link ‘zoek prestatierapporten ((opent in nieuw venster))’ raadplegen.

Elk visitatierapport bestaat uit 3 vaste onderdelen:

  1. Het visitatierapport zelf
  2. De reactie van de SHM op het visitatierapport (facultatief)
  3. De beslissing van de minister over de maatregelen die genomen worden n.a.v. deze visitatie

Voorbeelden van goede prestaties van SHM's

De Visitatieraad gaat na hoe goed een Sociale Huisvestingsmaatschappij (SHM) haar werk doet. Het prestatiemeetsysteem is ook een instrument voor zelfsturing voor SHM’s. Daarnaast vormt de prestatiebeoordeling ook de basis van de erkenning als SHM.

Wat wordt er van sociale huisvestingsmaatschappijen verwacht?

Sociale huisvestingsmaatschappijen hebben een grote aantal opdrachten die aansluiten bij verschillende doelstellingen van het Vlaams woonbeleid. Het Draaiboek Prestatiebeoordeling SHM’s (vanaf 2017) (PDF bestand opent in nieuw venster)brengt die opdrachten samen en structureert die in 6 prestatievelden:

  1. Beschikbaarheid van woningen
  2. Kwaliteit van de woningen en de woonomgeving
  3. Betaalbaarheid
  4. Sociaal beleid
  5. Financiële leefbaarheid
  6. Klantgerichtheid

Het visitatieproces: hoe verloopt een visitatie?

  • Stap 1

    Voorbereiding bij een visitatie: hoe bereidt u zich voor als SHM?

    Op vraag van de minister heeft de Visitatieraad als onafhankelijk orgaan, onder leiding van de voorzitter, de planning voor de eerste visitatieronde (2012-2016) opgesteld en bekend gemaakt. De Visitatieraad zocht een evenwichtige mix tussen kleine en grote maatschappijen, huur en koop, groot en minder groot. Daarbij is ook aandacht voor de geografische spreiding en het landelijk, semi-landelijk of het stedelijk karakter van de maatschappijen.

    De planning van de 2de visitatieronde gebeurde op basis van volgende principes:

    • de tweede visitatie volgt in principe 6 jaar na de eerste visitatie;
    • de tweede visitatie vindt plaats na 3, 4 of 5 jaar na de eerste visitatie wanneer de SHM verplicht werd een verbeterplan op te maken of wanneer het verbeterpotentieel aanzienlijk groter was dan bij andere SHM’s;
    • de visitatie van SHM’s die aangegeven hebben betrokken te zijn bij een splitsing of fusie is ingepland in onderling overleg ofwel voorlopig nog niet ingepland;
    • er werd maximaal rekening gehouden met eventuele opmerkingen of vragen van SHM’s over het visitatiemoment dat hen op basis van bovenstaande principes werd voorgesteld.

    Visitaties hebben, onder andere, tot doel om maatschappijen te ondersteunen bij de doorlopende verbetering van hun werking. Een visitatierapport met aanbevelingen kan dienen als basis voor een nieuw beleidsplan, de verbeteragenda voor een nieuwe directeur of nieuw aangetreden raad van bestuur. Om dit te faciliteren, heeft de Visitatieraad het moment de eerste visitatie zoveel mogelijk afgestemd op de wensen van huisvestingsmaatschappijen. Het moment van de tweede visitatie vloeit voort uit het moment van de eerste visitatie maar SHM’s werden opnieuw nauw betrokken bij de planning.

    SHM’s kunnen in principe niet zelf kiezen wanneer zij worden gevisiteerd, maar zij kunnen wel een voorkeur doorgeven. Uiteindelijk beslist de minister over de planning.

    De concrete data waarop de visitatie plaatsvindt wordt steeds in overleg tussen de voorzitter van de visitatiecommissie en de SHM gekozen.

    • U kan zich als SHM het beste voorbereiden op de visitatie door het Draaiboek Prestatiebeoordeling SHM’s (vanaf 2017) (PDF bestand opent in nieuw venster) grondig door te nemen. In het Draaiboek Prestatiebeoordeling staat precies vermeld op welke manier de prestatiebeoordeling zal gebeuren.
    • De prestatiedatabank is voor elke SHM op elk moment toegankelijk. U kan dus op elk moment de output van de prestatiedatabank voor uw SHM raadplegen en interpreteren. Naast het Draaiboek Prestatiebeoordeling neemt u best ook het “Glossarium Prestatiedatabank 2.0 (23 05 2017) ((opent in nieuw venster))” bij de hand, omdat daar de bron van elke indicator wordt weergegeven, alsook de manier om eventuele correcties op de data te kunnen doorvoeren.
    • Voor de praktische kant van een visitatie zal de visitatiecommissievoorzitter minstens 3 maand voorafgaand aan de visitatie contact opnemen met de directeur van de SHM. In onderling overleg worden visitatiedata vastgesteld. Vertrekkende van een lijst van woonactoren die in het werkgebied van de SHM actief zijn, maar ook op basis van eventuele aanvullingen die de SHM signaleert, selecteert de Visitatiecommissie diegenen met wie ze graag wil praten over de prestaties van de SHM.
  • Stap 2

    De visitatie: het verloop van de visitatiedagen

    • Tenzij het verbeterpotentieel erg groot is, vindt een visitatie van een SHM uiterlijk zes jaar na de eerste prestatiebeoordeling plaats door een visitatiecommissie die bestaat uit 3 leden, waaronder een voorzitter.
    • De start van het proces vindt minstens 3 maand voor de visitatie zelf plaats, wanneer de voorzitter van de visitatiecommissie contact opneemt met de directeur van de SHM om afspraken te maken over de concrete data waarop de visitatie plaatsvindt.
    • Het visitatieproces verloopt via een strikte termijngebonden procedure, die gedetailleerd omschreven is in het Draaiboek Prestatiebeoordeling SHM’s (vanaf 2017). In het draaiboek zijn alle onderdelen van de visitatie gedetailleerd beschreven. De totale doorlooptijd bedraagt ongeveer 9 à 12 maanden (3 maanden vóór en 6 à 9 maanden na de visitatie).
    • De visitatie zelf gebeurt doorgaans op 1 à 2 werkdagen. We verwachten dat de visitatie van een maatschappij die alleen koopwoningen bouwt tot één dag beperkt kan worden. Voor maatschappijen met huuractiviteiten zal dat 2 of meer werkdagen zijn, afhankelijk van de grootte van het patrimonium en van het werkgebied van de maatschappij.
    • Hoewel elke SHM op elk moment toegang heeft tot de Prestatiedatabank, wordt ook formeel voorafgaand aan elke visitatie een moment voorzien, waarop de SHM een controle kan uitvoeren op de data die bij de prestatiebeoordeling zullen worden gebruikt.
  • Stap 3

    Het visitatierapport: hoe komt het rapport tot stand?

    Aan de publicatie van een definitief visitatierapport gaan verschillende stappen vooraf:

    1. Onmiddellijk na de laatste dag van de visitatie start de visitatiecommissie met het schrijven van het rapport. Om ervoor te zorgen dat de gegeven oordelen gedragen worden door de hele visitatiecommissie en ook in lijn liggen met de vereisten uit het draaiboek prestatiebeoordeling en met de oordelen en motiveringen die aan andere SHM’s werden gegeven, lezen ook andere visitatoren (die geen deel uitmaken van de visitatiecommissie van die SHM) de teksten grondig mee en neemt de voorzitter van de Visitatieraad een beslissing bij eventuele twijfel. Dit proces neemt verschillende weken in beslag. De visitatiecommissie streeft ernaar om zo een “meegelezen en door de Visitatieraad gedragen” rapport aan de SHM te bezorgen, uiterlijk 6 weken na de laatste dag van de visitatie. Die versie noemen we het eerste conceptrapport.
    2. Een visitatierapport wordt ook toegelicht aan de raad van bestuur. Het is de bedoeling dat de directeur van de SHM onnauwkeurigheden of technische onjuistheden in het eerste conceptrapport aan de visitatiecommissie meldt. De visitatiecommissie verwerkt die correcties tot een nieuw conceptrapport, dat zij aan de raad van bestuur van de SHM bezorgt en ook komt toelichten.
    3. Na de toelichting op de raad van bestuur van het (tweede) conceptrapport kan de SHM opmerkingen over het conceptrapport aan de visitatiecommissie bezorgen. De visitatiecommissie gaat heel nauwgezet de opmerkingen verwerken tot een definitief visitatierapport dat aan de SHM en de minister wordt bezorgd. De visitatiecommissie gaat tegelijk schriftelijk verantwoorden aan de SHM waarom een bepaalde opmerking niet tot de gewenste wijziging in het visitatierapport heeft geleid.
    4. In bepaalde gevallen kan de SHM op dit moment in beroep gaan tegen bepaalde oordelen uit het visitatierapport.
    5. Op basis van het definitief visitatierapport kan de SHM een formele reactie formuleren die zowel naar de visitatiecommissie als de minister wordt verstuurd. In die formele reactie kan de SHM al aangeven wat ze met de uitkomsten van de prestatiebeoordeling van plan is, maar ook nogmaals motiveren waarom ze eventueel niet eens is met sommige van de bevindingen of verwoordingen uit het visitatierapport.
    6. De minister neemt een beslissing over de maatregelen die gekoppeld worden aan de prestatiebeoordeling. De minister baseert zich daarvoor op het definitief visitatierapport én op de formele reactie van de SHM. Nadat de minister een beslissing heeft genomen en de SHM van die beslissing werd op de hoogte gebracht, wordt het definitief visitatierapport gebundeld met de formele reactie van de SHM en de beslissing van de minister. Die bundel wordt gepubliceerd op rapporten visitatieraad.
  • Stap 4

    Kan een SHM beroep aantekenen tegen een oordeel van een visitatiecommissie?

    Ja, dat kan. Maar niet op elk moment noch tegen elk oordeel.

    Vanaf de tweede visitatie is het mogelijk dat een een SHM op een doelstelling een oordeel “onvoldoende” krijgt. Dat gebeurt wanneer de prestaties van de SHM niet voldoen aan de vereisten en de SHM bij een eerdere prestatiebeoordeling aangezet werd tot verbetering, maar deze verbetering niet realiseerde. Als de verbetering niet of onvoldoende gelukt is, zal de visitatiecommissie in de praktijk vooral naar de geleverde inspanningen van de SHM kijken om tot prestatieverbetering te komen. De grens tussen een oordeel “onvoldoende” en een oordeel “voor verbetering vatbaar” kan in sommige gevallen erg dun zijn. Tegelijk zijn de maatregelen die aan een visitatie kunnen worden gekoppeld veel zwaarwichtiger, wanneer een SHM een oordeel “onvoldoende” krijgt op een of meerdere doelstellingen.

    Om die redenen heeft de Visitatieraad in overleg met de sector een “willig hiërarchische beroepsprocedure” uitgewerkt:

    • ‘willig’: de beroepsprocedure is een gunst waarop de Visitatieraad wel of niet kan ingaan;
    • ‘hiërarchisch’: het beroep wordt behandeld door een hiërarchisch hoger geplaatst lid van de Visitatieraad, bij voorkeur de Visitatieraadsvoorzitter.*

    Wie kan in beroep gaan?

    Enkel de directeur en/of de voorzitter van de raad van bestuur van de betrokken SHM kan een beroep indienen.

    Wanneer kan men in beroep gaan?

    Een beroep kan pas worden ingediend nadat de voorziene woord- en wederwoordprocedure bij het tot stand komen van een definitief visitatierapport is afgelopen en de visitatiecommissie het definitief visitatierapport aan de minister en de SHM heeft bezorgd. Uiterlijk de 10de dag nadat het definitief visitatierapport werd bezorgd moet het beroep ingediend zijn.

    Waartegen kan men in beroep gaan?

    Er kan enkel in beroep worden gegaan tegen een oordeel “onvoldoende”.

    Hoe kan men in beroep gaan?

    Een beroep kan enkel schriftelijk en per e-mail worden ingediend, gericht aan de voorzitter van de Visitatieraad, met een kopie naar de voorzitter van de betrokken visitatiecommissie.

    Het beroep moet minimaal volgende elementen bevatten:

    • de operationele doelstellingen met een oordeel onvoldoende waartegen in beroep wordt gegaan;
    • een motivering waarom in beroep wordt gegaan, waarin de argumenten helder en coherent worden uiteengezet;
    • elementen die aantonen dat de SHM inspanningen geleverd heeft om de visitatiecommissie te overtuigen van het onterechte oordeel in de reguliere woord- en wederwoordprocedure (zoals wijzigingsformulieren).

    Hoe wordt het beroep behandeld?

    De beoordeling van het beroep gebeurt op basis van gekende elementen en argumenten waarvan kan aangetoond worden dat de visitatiecommissie geen of onvoldoende rekening hield. De beroepsprocedure is immers geen forum om bepaalde aspecten inherent aan een visitatie, op basis van nieuwe argumenten, opnieuw te beoordelen.

    Het is de voorzitter van de Visitatieraad (of zijn vervanger*) die beslist. Dat gebeurt binnen de 20 kalenderdagen na ontvangst van het beroep. De beroepsbehandelaar stelt de SHM, de leden van de visitatiecommissie, het agentschap Wonen-Vlaanderen en de minister in kennis van de beslissing inclusief de motivering waarom het beroep wel of niet is ingewilligd. De beslissing maakt geen deel uit van het te publiceren visitatierapport. Als de beoordeling verandert, zal de visitatiecommissie ook de motivering aanpassen die tot het oordeel leidt.

    De behandelingstermijn (10 + 20 = max. 30 dagen) schort de afhandelingstermijnen van het definitief visitatierapport op. Dat betekent dat de periode waarbinnen de SHM een formele reactie op het visitatierapport kan bezorgen aan de minister en de voorzitter van de visitatiecommissie wordt opgeschort vanaf de dag nadat het beroep werd ontvangen tot de dag nadat de beslissing over het beroep aan de SHM werd bekend gemaakt.

    *Als de voorzitter van de Visitatieraad zelf lid was van de visitatiecommissie die het oordeel gegeven heeft of wanneer bij afwezig is, wordt hij vervangen door het oudste lid van de Visitatieraad. Als ook dat lid deel uitmaakte van de visitatiecommissie of niet beschikbaar is, wordt het beroep behandeld door het volgende oudste lid van de Visitatieraad, en zo verder. Een SHM krijgt ook de mogelijkheid om op gemotiveerde en onderbouwde wijze de voorgestelde beroepsbehandelaar te wraken, wanneer er een (schijn van) belangenvermenging of partijdigheid kan worden aangetoond.

  • Stap 5

    Hoe kan u reageren op een definitief visitatierapport?

    Met de oplevering van het definitieve visitatierapport kan men de indruk hebben dat het grote werk erop zit en dat de reactie niet zo belangrijk meer is. Niets is minder waar. De reactie is een belangrijk onderdeel van het visitatieproces. Het feit dat uw reactie integraal deel uitmaakt van het gepubliceerde visitatierapport illustreert dit. De reactie is ook van groot belang voor de beslissing van de minister n.a.v. de visitatie. Wees daarom zorgvuldig en bedachtzaam bij het formuleren van uw reactie op het visitatierapport.

    Meewerken aan de prestatiebeoordeling en de nodige maatregelen nemen om prestaties te verbeteren zijn expliciete erkenningsvoorwaarden voor SHM’s (zie Vlaamse Wooncode). De sanctionerende maatregelen die aan de prestatiebeoordeling verbonden kunnen worden zijn vermeld in artikel 32, 33 en 34 van het Erkenningenbesluit:

    • de SHM verplichten tot het opstellen en uitvoeren van een verbeterplan;
    • de eerstvolgende visitatie van de SHM vervroegen;
    • de SHM verplichten om een beroep te doen op externe bijstand;
    • het aanstellen van een bestuurder die geheel of gedeeltelijk in de plaats treedt van het bestuursorgaan van de SHM;
    • de activiteiten van de SHM tijdelijk uitbesteden;
    • verplichten tot samenwerking met een andere SHM;
    • de projectfinanciering opschorten (wanneer ook niet voldaan is aan de minimale schaalgrootte);
    • de SHM verplichten tot fusie met een andere sociale huisvestingsmaatschappij;
    • de erkenning van de SHM intrekken.

    De minister neemt een beslissing over de maatregelen die ze aan elke visitatie verbindt op basis van het definitief visitatierapport én op basis van de formele reactie van de SHM op dat definitief visitatierapport. Uit de meeste van die formele reacties op visitatierapporten blijkt gelukkig dat SHM’s de visitatieresultaten aangrijpen als ijkpunt om hun prestaties waar nodig te verbeteren. Daarom gebeurt het gelukkig zelden dat sanctionerende maatregelen nodig zijn.

    Hieronder geven we een aantal tips die bedoeld zijn als hulpmiddel voor de SHM bij het formuleren van een reactie op het definitief visitatierapport. Die doen op geen enkele manier afbreuk aan de autonomie van de maatschappij. Daarmee willen we zeggen dat ze volledig vrijblijvend zijn.

    • De reactie van de SHM kan handelen over de ervaringen met de visitatie en of deze al dan niet een meerwaarde heeft voor de maatschappij. De SHM kan eventueel suggesties formuleren ter verbetering van de methodiek van de visitaties evenals aanbevelingen voor het Vlaams woonbeleid. De maatschappij beslist volledig vrij welke onderwerpen ze wil behandelen in de reactie.
    • Reageer zeker op de inhoud van het rapport, meer in het bijzonder op de operationele doelstellingen waarvoor de visitatiecommissie de prestaties als onvoldoende of voor verbetering vatbaar heeft beoordeeld. Probeer voor ogen te houden dat de maatregelen die de SHM neemt of aankondigt te zullen nemen de minister en zij die het gepubliceerde rapport raadplegen, moeten overtuigen dat de SHM uiterlijk tegen de volgende visitatie minstens goede prestaties zal leveren voor alle operationele doelstellingen.
    • Vermijd dus beter een vage reactie in de zin van “De SHM zal de gepaste initiatieven nemen om de in het visitatierapport gesignaleerde verbeterpunten aan te pakken”. Probeer een perspectief op verbetering te bieden door bijvoorbeeld inzicht te verstrekken in het (al dan niet per doelstelling) gefaseerd stappenplan, plan van aanpak, verbetertraject, … met tijdsaanduidingen dat u zal volgen om tot betere prestaties te komen. Probeer daarin duidelijke en logische prioriteiten te leggen. En geef ook duidelijkheid over de manier waarop u de verbeteracties zal opvolgen.
    • De reactie van de SHM hoeft niet lang te zijn, als ze maar duidelijk aangeeft hoe de maatschappij met de resultaten van de visitatie aan de slag wil. De lengte hangt af van het aantal te verbeteren operationele doelstellingen maar meestal kan dit op 2 à 4 bladzijden.
    • Structureer de reactie zodanig, dat de lezer een duidelijk zicht krijgt op welke acties u wanneer zal ondernemen ter verbetering van de prestaties van welke operationele doelstelling.
    • Geef bij voorkeur ook aan op welke manier u zal omgaan met de aanbevelingen aan de SHM die op het einde van het visitatierapport staan opgesomd. De meeste aanbevelingen hebben betrekking op operationele doelstellingen met een score voor verbetering vatbaar. De SHM kan in dat geval uiteraard ook verwijzen naar acties die u elders in uw reactie hebt verwoord.
  • Stap 6

    Hoe bepaalt de minister welke maatregelen aan de visitatie worden gekoppeld?

    Ja, dat kan. Maar niet op elk moment noch tegen elk oordeel.

    Vanaf de tweede visitatie is het mogelijk dat een een SHM op een doelstelling een oordeel “onvoldoende” krijgt. Dat gebeurt wanneer de prestaties van de SHM niet voldoen aan de vereisten en de SHM bij een eerdere prestatiebeoordeling aangezet werd tot verbetering, maar deze verbetering niet realiseerde. Als de verbetering niet of onvoldoende gelukt is, zal de visitatiecommissie in de praktijk vooral naar de geleverde inspanningen van de SHM kijken om tot prestatieverbetering te komen. De grens tussen een oordeel “onvoldoende” en een oordeel “voor verbetering vatbaar” kan in sommige gevallen erg dun zijn. Tegelijk zijn de maatregelen die aan een visitatie kunnen worden gekoppeld veel zwaarwichtiger, wanneer een SHM een oordeel “onvoldoende” krijgt op een of meerdere doelstellingen.

    Om die redenen heeft de Visitatieraad in overleg met de sector een “willig hiërarchische beroepsprocedure” uitgewerkt:

    • ‘willig’: de beroepsprocedure is een gunst waarop de Visitatieraad wel of niet kan ingaan;
    • ‘hiërarchisch’: het beroep wordt behandeld door een hiërarchisch hoger geplaatst lid van de Visitatieraad, bij voorkeur de Visitatieraadsvoorzitter.*

    Wie kan in beroep gaan?

    Enkel de directeur en/of de voorzitter van de raad van bestuur van de betrokken SHM kan een beroep indienen.

    Wanneer kan men in beroep gaan?

    Een beroep kan pas worden ingediend nadat de voorziene woord- en wederwoordprocedure bij het tot stand komen van een definitief visitatierapport is afgelopen en de visitatiecommissie het definitief visitatierapport aan de minister en de SHM heeft bezorgd. Uiterlijk de 10de dag nadat het definitief visitatierapport werd bezorgd moet het beroep ingediend zijn.

    Waartegen kan men in beroep gaan?

    Er kan enkel in beroep worden gegaan tegen een oordeel “onvoldoende”.

    Hoe kan men in beroep gaan?

    Een beroep kan enkel schriftelijk en per e-mail worden ingediend, gericht aan de voorzitter van de Visitatieraad, met een kopie naar de voorzitter van de betrokken visitatiecommissie.

    Het beroep moet minimaal volgende elementen bevatten:

    • de operationele doelstellingen met een oordeel onvoldoende waartegen in beroep wordt gegaan;
    • een motivering waarom in beroep wordt gegaan, waarin de argumenten helder en coherent worden uiteengezet;
    • elementen die aantonen dat de SHM inspanningen geleverd heeft om de visitatiecommissie te overtuigen van het onterechte oordeel in de reguliere woord- en wederwoordprocedure (zoals wijzigingsformulieren).

    Hoe wordt het beroep behandeld?

    De beoordeling van het beroep gebeurt op basis van gekende elementen en argumenten waarvan kan aangetoond worden dat de visitatiecommissie geen of onvoldoende rekening hield. De beroepsprocedure is immers geen forum om bepaalde aspecten inherent aan een visitatie, op basis van nieuwe argumenten, opnieuw te beoordelen.

    Het is de voorzitter van de Visitatieraad (of zijn vervanger*) die beslist. Dat gebeurt binnen de 20 kalenderdagen na ontvangst van het beroep. De beroepsbehandelaar stelt de SHM, de leden van de visitatiecommissie, het agentschap Wonen-Vlaanderen en de minister in kennis van de beslissing inclusief de motivering waarom het beroep wel of niet is ingewilligd. De beslissing maakt geen deel uit van het te publiceren visitatierapport. Als de beoordeling verandert, zal de visitatiecommissie ook de motivering aanpassen die tot het oordeel leidt.

    De behandelingstermijn (10 + 20 = max. 30 dagen) schort de afhandelingstermijnen van het definitief visitatierapport op. Dat betekent dat de periode waarbinnen de SHM een formele reactie op het visitatierapport kan bezorgen aan de minister en de voorzitter van de visitatiecommissie wordt opgeschort vanaf de dag nadat het beroep werd ontvangen tot de dag nadat de beslissing over het beroep aan de SHM werd bekend gemaakt.

    *Als de voorzitter van de Visitatieraad zelf lid was van de visitatiecommissie die het oordeel gegeven heeft of wanneer bij afwezig is, wordt hij vervangen door het oudste lid van de Visitatieraad. Als ook dat lid deel uitmaakte van de visitatiecommissie of niet beschikbaar is, wordt het beroep behandeld door het volgende oudste lid van de Visitatieraad, en zo verder. Een SHM krijgt ook de mogelijkheid om op gemotiveerde en onderbouwde wijze de voorgestelde beroepsbehandelaar te wraken, wanneer er een (schijn van) belangenvermenging of partijdigheid kan worden aangetoond.

  • Stap 7

    Publicatie van het visitatierapport

    Wonen-Vlaanderen publiceert het visitatierapport, inclusief de formele reactie van de SHM en de beslissing van de minister, uiterlijk 5 werkdagen nadat de minister een beslissing heeft genomen over de maatregelen die ze koppelt aan de prestatiebeoordeling.

    Van zodra Wonen-Vlaanderen een ondertekende beslissing van de minister ontvangt, krijgt de directeur van de SHM een kopie van die beslissing per e-mail, met ook de aankondiging wanneer het rapport ‘in principe’ gepubliceerd zal worden.

    Binnen de marge van de vermelde 5 werkdagen kan de SHM kiezen wanneer het rapport wordt openbaar gemaakt. Op die manier kan de SHM de publicatie laten aansluiten bij een eigen persbericht of informatiemoment.

Vastgelegde visitatiedata en planning

Op 21 februari 2017 heeft de minister een beslissing genomen over de planning van de 2de visitatieronde. Die tweede ronde start in oktober 2017 en loopt tot juni 2022. Sommige SHM’s zijn niet opgenomen in deze planning, bijvoorbeeld omdat ze ons hebben gemeld concrete fusieplannen te hebben. Wanneer daarbij de overnemende SHM al gekend is, is wel al een visitatie gepland van die maatschappij.

Deze planning is indicatief. De visitatiecommissie moet in overleg met de SHM het precieze visitatiemoment vastleggen. Dat gebeurt uiterlijk 3 maanden voor elke visitatie en wordt op deze pagina ook gepubliceerd.

De overzichtstabel (PDF bestand opent in nieuw venster)geeft inzicht in de reeds uitgevoerde en geplande visitaties van de eerste en tweede visitatieronde. Noteer dat de minister een aantal visitaties die in 2021 en 2022 gepland waren heeft opgeschort n.a.v. de vorming van de woonmaatschappijen. Deze opschorting is bedoeld om de betrokken SHM’s voldoende tijd en ruimte te geven om zich optimaal te organiseren op de opeenvolgende noodzakelijke herstructureringen die met de vorming van woonmaatschappijen gepaard gaat, en die in principe allemaal tegen 01/01/2023 moeten zijn afgerond. Deze opschorting is voorlopig en na de vastlegging van de werkingsgebieden voor woonmaatschappijen zal de minister de opportuniteit van deze opschortingen opnieuw beoordelen.

Wat is vanaf de tweede visitatieronde veranderd?

De Vlaamse Regering heeft er bij haar aantreden in 2014 voor gekozen om het Visitatiesysteem verder te zetten, waarbij het belangrijkste doel van visitaties het verbeteren van prestaties blijft. Conform wat de beleidsnota Wonen 2014-2019 vooropstelde vond in 2015 een grondige evaluatie van het visitatiesysteem plaats, op basis waarvan verbeterpunten werden gedetecteerd rond de methode van prestatiebeoordeling en de inhoud van de doelstellingen die aan sociale huisvestingsmaatschappijen (SHM) worden opgelegd.

Het eerste resultaat daarvan is de beslissing van de Vlaamse Regering van 26 februari 2016 waarbij zij een aantal bepalingen in het ‘Boek 4, Deel 1, Titel 3, Hoofdstuk 1 van de Vlaamse Codex Wonen’ van SHM’s wijzigt. De wijzigingen worden van kracht op 1 januari 2017, om duidelijk te maken dat deze beslissing genomen werd met het oog op de tweede visitatieronde gebeurt.

De drie belangrijkste wijzigingen in de tweede visitatieronde zijn:

  1. Visitaties vinden meestal pas elke 6 jaar in plaats van elke 4 jaar plaats.
  2. Er zijn minder doelstellingen, maar de vereisten blijven dezelfde.
  3. Er is geen globaal oordeel meer per prestatieveld, enkel nog per doelstelling.

Tussen september 2015 en januari 2017 heeft het agentschap Wonen-Vlaanderen samen met andere overheidsinstellingen, de SHM’s en VIVAS het evaluatierapport gebruikt als basis om aan de minister een voorstel te doen over hoe de prestatiebeoordeling vanaf de 2de visitatieronde moet verlopen. Daarbij zijn expliciet heel veel inspanningen gedaan om voorbeelden aan te reiken en goed te omschrijven wat van SHM’s precies wordt verwacht. Het voorstel werd integraal door de minister aanvaardt en vastgesteld als een ministerieel uitvoeringsbesluit van het ‘Boek 4, Deel 1, Titel 3, Hoofdstuk 1 van de Vlaamse Codex Wonen’.

Heeft u klachten over de Visitatieraad of over een visitatiecommissie?

Bent u niet tevreden over de werking van de Visitatieraad of het optreden van een visitatiecommissie? Wenst u daarover een klacht in te dienen?

Sociale huisvestingsmaatschappijen, evenals alle andere bij een visitatie betrokken actoren en bewoners die van oordeel zijn dat de Visitatieraad of een visitatiecommissie of één of meerdere raads- of commissieleden onvoldoende objectief of deontologisch niet correct handelen, kunnen hierover klacht indienen bij de heer Tom Raes, voorzitter van de Visitatieraad. Indien uw klacht uitsluitend betrekking heeft op de voorzitter van de Visitatieraad, dient de klacht worden gericht aan de heer Helmer Rooze, administrateur-generaal van het agentschap Wonen-Vlaanderen.

De voorzitter van de Visitatieraad of de administrateur-generaal zullen elke klacht, op een onafhankelijke wijze, grondig onderzoeken. Indien uw klacht gegrond is, zal de klachtenbehandelaar ook een oplossing proberen uit te werken voor het gesignaleerde probleem. Alle geformuleerde klachten worden bovendien behandeld en gerapporteerd met toepassing van het decreet van 1 juni 2001 houdende toekenning van een klachtrecht ten aanzien van bestuursinstellingen.

Regelgeving