Voor wie?

De beschermingsmaatregelen gelden enkel voor meerderjarigen die 

  • wegens hun gezondheidstoestand, geheel of gedeeltelijk, tijdelijk of definitief, niet in staat zijn om zelf hun persoonlijke rechten te behartigen of hun goederen te beheren. Het gaat onder andere om comapatiënten, dementerenden, personen met een verstandelijke beperking of psychiatrische patiënten.
  • hun inkomsten verspillen aan nutteloze uitgaven (bijvoorbeeld door een geestesstoornis).

Buitengerechtelijke bescherming

De buitengerechtelijke bescherming is een maatregel zonder tussenkomst van de rechter en geldt alleen voor het beheer van goederen. De bedoeling is om u zoveel mogelijk zelf te laten beslissen wat er met uw goederen gebeurt en hoe die worden beheerd.

U kunt buitengerechtelijke bescherming krijgen door een volmacht (lastgeving) te geven aan iemand die u vertrouwt om bepaalde handelingen in uw plaats te stellen. De lastgeving moet gegeven worden wanneer u nog bekwaam bent om alles zelf te doen. U beslist zelf wanneer de volmacht van kracht gaat (bijvoorbeeld op het ogenblik dat u wilsonbekwaam wordt) en u kunt hem ook altijd stopzetten.

Gerechtelijke bescherming

Voor het opleggen van een bewind is de tussenkomst van de rechter nodig. De vrederechter zal een (of meerdere) bewindvoerders aanstellen die de beschermde persoon zal bijstaan of vertegenwoordigen.

De vrederechter zorgt voor een bescherming op maat van de persoon. Hij zal hierbij rekening houden met wat de beschermde persoon zelf nog kan. Hij bepaalt ook of de bescherming enkel nodig is voor de persoon, de goederen of allebei. Verder bepaalt de rechter of er enkel bijstand of ook vertegenwoordiging nodig is van de beschermde persoon.

  • Bijstand: de beschermde persoon handelt zelf, maar niet zelfstandig - de bewindvoerder moet akkoord gaan.
  • Vertegenwoordiging: de bewindvoerder treedt op in de plaats van de beschermde persoon. De bewindvoerder moet de beschermde persoon hierbij wel betrekken en inlichten.

Naast het aanduiden van een bewindvoerder, kan de rechter ook een vertrouwenspersoon aanstellen. Die speelt een belangrijke rol tussen de beschermde persoon en zijn bewindvoerder.

Gerechtelijke bescherming kan worden aangevraagd door de te beschermen persoon zelf, zijn familie of een andere belanghebbende (zoals een buur, een verzorger of een maatschappelijk werker), of door de procureur des Konings. Op justitie.belgium.be vindt u de aanvraagprocedure.

  • Laatst gewijzigd op 28 maart 2019