Een ruimtelijk uitvoeringsplan geeft uitvoering aan een ruimtelijk structuurplan.
Het heeft een verordenende waarde voor alle overheidsbeslissingen en legt voor de in het plan opgenomen percelen onder meer vast:
- welke activiteiten er mogen plaatsvinden
- waar al dan niet mag worden gebouwd en aan welke stedenbouwkundige voorschriften huizen en constructies in een bepaalde zone moeten voldoen
- hoe een bepaald gebied ingericht en beheerd moet worden
De toegelaten gebouwen en activiteiten worden aangeduid op kaart (grafisch plan met zones). Bij elke zone wordt in de stedenbouwkundige voorschriften omschreven welke regels van toepassing zijn in dat gebied.
Een ruimtelijk uitvoeringsplan heeft een verordenende, dus verplichtende waarde voor iedereen. Het heeft met andere woorden kracht van wet. Dit betekent concreet dat een omgevingsvergunning slechts kan worden verleend als de beoogde ingreep in overeenstemming is met het ruimtelijk uitvoeringsplan op die plaats.
De Vlaamse overheid maakt gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen (GRUP’s) op.
Bij een geïntegreerd planningsproces lopen de planfase voor het ruimtelijk uitvoeringsplan en de planfase voor onder andere de milieubeoordeling samen. Op die manier worden beide fasen op elkaar afgestemd. Consultatie en participatie maken integraal deel uit van het geïntegreerd planningsproces. Het planningsproces kent volgende fasen:
- opstartfase
- scopingsfase
- ontwerp planvormingsfase
- planvormingsfase
- goedkeuringsfase .
Je leest hier ook meer over in de procesnota. De procesnota vind je in de bibliotheek.
De procesnota omschrijft zowel hoe het proces wordt gepland als hoe het effectief zal uitgevoerd worden. Het is een dynamisch document dat in elke fase van het proces geactualiseerd wordt. De nota geeft weer wat de aanpak, overleg- en participatiemomenten en de resultaten van elke fase in het proces zijn. De procesnota vind je in de bibliotheek.
De startnota verduidelijkt de doelstellingen van het GRUP, bakent het plangebied af en beschrijft de aanpak van het onderzoek naar milieueffecten. De startnota toont de eerste onderzoeksresultaten van het geïntegreerd planningsproces van het GRUP. Met de startnota en de bijhorende procesnota start de Vlaamse overheid het planningsproces voor de concrete uitvoering van het GRUP formeel op.
Het planteam verwerkt de adviezen, reacties en opmerkingen uit het eerste participatiemoment en de publieke raadpleging over de startnota in een scopingnota. Hierin wordt duidelijk hoe suggesties om het plan te verbeteren in acht genomen worden, of wat de bijkomende aandachtspunten zijn in functie van het effectenonderzoek. Er kunnen meerdere scopingnota’s voor eenzelfde plan worden opgemaakt.
Voor kleine projecten zoals het bouwen van een huis is het eenvoudig: er bestaat een bestemmingsplan met stedenbouwkundige voorschriften voor een wijk. De architect ontwerpt een aanvraag voor de (omgevings)vergunning binnen de randvoorwaarden van deze geldende voorschriften.
Voor grote projecten, zoals bijvoorbeeld een nieuwe weg, is het vaak complexer: wat moet gebouwd worden past niet binnen de bestaande bestemmingen en voorschriften. De bestemmingen en voorschriften aanpassen is een belangrijke beleidsbeslissing met een (wettelijk bepaald) eigen proces en inspraak. Om de aanpassing te verantwoorden worden al plannen opgemaakt met voldoende informatie om de beslissing te kunnen nemen, maar ze bevatten nog niet alle details op projectniveau.
Het GRUP, het bijhorend plan-MER en andere documenten bevatten alle documenten om de bestemmingswijziging en de bijhorende stedenbouwkundige voorschriften aan te passen.
In een volgende stap wordt het project in al zijn details uitgewerkt, met een veel meer gedetailleerd ontwerp. Bijvoorbeeld met de exacte breedte van de weg op elke plek, de exacte locatie en hoogte van de geluidsschermen, de waterbufferbekkens, … Voor dat gedetailleerd ontwerp is nog meer onderzoek nodig, zoals bv. grondstaalnames, detailontwerpen van elke weg of andere onderzoeken van percelen waar een deel van de verbinding komt, etc. Die plannen worden dan deel van de omgevingsvergunningsaanvraag, die op haar beurt vergezeld is van een meer gedetailleerd project-MER en waar alle actoren opnieuw inspraak krijgen tijdens .een openbaar onderzoek.
In het grafische plan en de stedenbouwkundige voorschriften van het GRUP zijn dus die elementen verordenend opgenomen die moeten vastgelegd worden op planniveau en die garanderen dat de nodige kwaliteitseisen bij realisatie van het project gehaald worden, zowel op ruimtelijk vlak als op vlak van milieu.
Bij de opmaak van een gewestelijk RUP wordt uitgegaan van de typevoorschriften waar gebiedsspecifieke elementen aan worden toegevoegd. Er worden ook marges in acht genomen om een beperkte flexibiliteit toe te laten bij verdere uitwerking van het project.
Deze voorschriften zijn op maat aangevuld, onder meer op basis van het milieu- en ruimtelijk onderzoek. Dit betekent concreet dat de typevoorschriften worden aangepast als dit voor onder meer het realiseren van milderende maatregelen noodzakelijk blijkt.
Elementen die betrekking hebben op uitvoeringsaspecten of op projectniveau worden niet mee vertaald in de stedenbouwkundige voorschriften, maar zijn onderdeel van een omgevingsvergunning.
Nieuwsbrief
Wil je op de hoogte gehouden worden over het verloop van de procedure? Schrijf je dan zeker in voor de nieuwsbrief.