Vier werelden, veel mobiliteitsmogelijkheden

De Vlaamse overheid heeft vier toekomstscenario’s uitgetekend: vier werelden met grote verschillen op sociaal, economisch, cultureel en politiek vlak. Hoe zal mobiliteit er uitzien in die werelden? Dat is de vraag waarmee de overheid momenteel mee aan de slag is. De verschillende werelden zijn geen wensbeelden, maar mogelijke toekomsten die ons helpen na te denken wat op ons af kan komen.

Samen aan de slag

Mobiliteit is van en voor iedereen. De beslissingen die we vandaag nemen, hebben een invloed op hoe we ons morgen kunnen voortbewegen.

Om zoveel mogelijk invalshoeken mee te nemen, werkt de Vlaamse overheid samen met partners en belanghebbenden aan de mobiliteitsvisie van de toekomst. Die krijgt vorm aan de hand van werksessies, interviews, rondetafelgesprekken en bevragingen. Burgers, bedrijven, belangenverenigingen, stakeholders, pioniers, kennisinstellingen, vervoerregio's: het is ieders verantwoordelijkheid om de toekomst zo goed mogelijk samen voor te bereiden, en daarom wil dit project iedereen betrekken.

Timing

Dit voorjaar gaat een ontwerp van de Vlaamse mobiliteitsvisie naar de minister van Mobiliteit en Openbare Werken, Lydia Peeters.

Basisbereikbaarheid: de mobiliteitsvisie van vandaag

De toekomstige mobiliteitsvisie gaat hand in hand met basisbereikbaarheid, de huidige visie op openbaar vervoer en combimobiliteit in Vlaanderen. Daarmee wil de Vlaamse overheid belangrijke maatschappelijke locaties, zoals bedrijventerreinen, scholen, ziekenhuizen en winkelcentra, optimaal bereikbaar maken voor de reiziger. Basisbereikbaarheid vertrekt niet langer vanuit het mobiliteitsaanbod, maar vanuit de mobiliteitsvraag en kent dus een sterk regionale invulling.

Daarom is Vlaanderen opgesplitst in 15 vervoerregio’s, die op dit moment hun eigen regionale mobiliteitsplannen opmaken. De Vlaamse mobiliteitsvisie dient als kader daarvoor. De effectieve invoering van basisbereikbaarheid wordt voorzien vanaf december 2021.