In volgende uitzonderlijke gevallen is het wel toegestaan (om diergeneeskundige reden):

  • in het kader van bestrijding van dierziektes
  • bij specifieke ingrepen om het dier gemakkelijker of veiliger in te schakelen in de bedrijfsvoering of om de voortplanting van de soort in te perken.

Deze ingrepen zijn bepaald bij wet en vermeld in de bijlage van het KB van 17 mei 2001 (PDF bestand opent in nieuw venster). Andere ingrepen zijn verboden.

Pijnlijke ingrepen moet altijd onder verdoving gebeuren.

Dieren met een verboden ingreep mogen niet verhandeld worden of deelnemen aan tentoonstellingen, keuringen of wedstrijden. Ook als de ingreep werd verricht in een land waar dat wel toegestaan is, is deelname of verhandeling niet toegestaan.
Als de ingreep werd gedaan voor 16 april 2018 om medische redenen en kan gestaafd worden met een medisch bewijs is deelname aan tentoonstellingen, keuringen en wedstrijden wel toegelaten.

Om een ingreep toe te staan wordt rekening gehouden met volgende criteria:

  • graad van aantasting van het dierenwelzijn
  • mogelijke (blijvende) verminking van het dier
  • nagestreefde doel en het bestaan van diervriendelijkere alternatieven
  • efficiëntie van de uitvoering.

Een dier alleen ‘mooier maken’ is geen criterium.