Sinds 2021 mag een aardgasdistributiebeheerder geen aardgasaansluiting meer voorzien bij:

  • nieuwe grote verkavelingen, appartementsgebouwen, of groepswoningbouwprojecten waarvan de omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen is aangevraagd vanaf 1 januari 2021,
  • behalve als het aardgas gebruikt wordt
    • als bijverwarming in combinatie met een hernieuwbaar energiesysteem dat de hoofdverwarming vormt
    • of als het aardgas gebruikt wordt voor collectieve verwarming via warmtekrachtkoppeling.

Vanaf 2025 wordt een aardgasaansluiting algemeen verboden bij nieuwbouw, zowel voor woongebouwen als bij niet-residentiële gebouwen.

Nieuwe grote verkavelingen en nieuwe grote groepswoningbouwprojecten

Voor een groepswoningbouwproject moet u een omgevingsvergunning aanvragen, en geen verkavelingsvergunning.

Nieuwe verkavelingen en groepswoningbouwprojecten worden ‘groot’ genoemd als:

  • de aanvraag meerdere gebouwen omvat en de som van het aantal woningen en niet-residentiële gebouwen minstens gelijk is aan 15 en/of de te bebouwen grond een oppervlakte heeft van tenminste 1 hectare.
  • Ook als een project van een verkavelaar of bouwheer aansluit op een ander project dat door dezelfde verkavelaar of bouwheer wordt ontwikkeld, en die projecten samen een oppervlakte hebben van meer dan 1 hectare of samen 15 of meer woningen en niet-residentiële gebouwen omvatten, spreken we van een ‘nieuwe grote verkaveling of groepswoningbouw’. Deze regel dient om te vermijden dat men een groot project opdeelt in kleinere projecten om het verbod te omzeilen.

De ontwikkeling van projecten van deze omvang gaat samen met het aanleggen van wegen. Omdat men op dat moment beslist om een netuitbreiding voor aardgas te voorzien of niet, is het verbod vanaf 2021 op die grootte afgestemd.

Voor verkavelings- en vergunningsaanvragen vanaf 1 januari 2023 is er al sprake van ‘grote’ verkavelingen en groepswoningbouwprojecten als het gaat over 5 of meer woningen en niet-residentiële gebouwen.

Nieuw groot appartementsgebouw

  • Een nieuw groot appartementsgebouw is in hoofdzaak een woongebouw dat 15 of meer gebouweenheden (wooneenheden en niet-residentiële eenheden) omvat. Per definitie is een ‘gebouweenheid’ de kleinste eenheid binnen een gebouw die voldoet aan alle volgende voorwaarden:
    • is geschikt voor woon-, bedrijfsmatige, of recreatieve doeleinden of is een gemeenschappelijk deel
    • én wordt ontsloten via een eigen afsluitbare toegang vanaf de openbare weg, een erf of een gedeelde circulatieruimte
    • én is in functioneel opzicht zelfstandig.
  • Ook als het project van een verkavelaar of bouwheer aansluit op een ander project dat door dezelfde verkavelaar of bouwheer wordt ontwikkeld en waarbij de projecten samen 15 of meer gebouweenheden bevatten, is een gasaansluiting niet meer toegelaten.

Bij appartementsgebouwen met die omvang wordt het immers rendabel geacht om over te schakelen op een collectieve opwekking met hernieuwbare energie.

Voor vergunningsaanvragen vanaf 1 januari 2023 is er sneller sprake van ‘grote’ appartementsgebouwen, namelijk als het gaat over 5 of meer gebouweenheden.

Wanneer is de combinatie met een aardgasaansluiting nog toegelaten?

Het is enkel nog mogelijk om een aardgasaansluiting te voorzien voor:

  • collectieve warmtekrachtkoppeling en
  • collectieve bijverwarming

      Collectieve bijverwarming kan enkel als voor de hoofdverwarming 1 van de onderstaande hernieuwbare energiesystemen is toegepast:

      • een elektrische warmtepomp die dient voor de collectieve verwarming van meerdere woningen, niet-residentiële gebouwen of gebouweenheden
      • een aansluiting op een systeem van externe warmtelevering waarvan de warmte minstens voor 45% uit hernieuwbare energiebronnen wordt geproduceerd
      • een biomassaketel, een biomassakachel of een gebouwgebonden kwalitatieve WKK op biomassa, die dienen voor de collectieve verwarming van meerdere woningen, niet-residentiële gebouwen of gebouweenheden.

      De hoofdverwarming staat in voor minstens 85% van de bruto-energiebehoefte voor ruimteverwarming van elke woning, niet-residentieel gebouw of gebouweenheid binnen het project.

    Veelgestelde vragen