Gemeenschappelijk wonen (definitie Vlaamse Codex Wonen) veronderstelt de volgende kenmerken:

  • Een gebouw of gebouwencomplex dat wonen als hoofdfunctie heeft
  • en bestaat uit meerdere woongelegenheden
  • waarbij minimaal 2 huishoudens
  • op vrijwillige basis minimaal 1 leefruimte delen
  • en daarnaast over minimaal 1 eigen private leefruimte beschikken
  • en de bewoners gezamenlijk instaan voor het beheer.

Het delen van een leefruimte (bv. keuken, eetkamer, woonkamer, badkamer) is een belangrijke factor. Bij een klassiek appartement of meergezinswoning delen de gezinnen geen leefruimte, enkel de gemeenschappelijke gedeelten om zich te verplaatsen (gang, trap, lift, parkeergarage). In dat geval spreken we niet van ‘gemeenschappelijk wonen’.

Ook leefgemeenschappen (bv. kazernes, internaten, kloosters, communes) en co-wonen (niet te verwarren met cohousing) vallen niet onder ‘gemeenschappelijk wonen’. Bij co-wonen woont elk gezin in hun eigen woning aan of rond een gemeenschappelijke tuin of binnenplaats. Enkel de buitenruimte, een berging, wasplaats, garage, … wordt gedeeld, geen leefruimten.

Woonzorgcentra, groepen van assistentiewoningen (en andere huisvestingsvormen die behoren tot het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin) vallen niet onder de gewestelijke bevoegdheid huisvesting en worden daarom niet meegenomen onder de definitie van gemeenschappelijk wonen.

Cohousing

Verschillende gezinnen in zelfstandige wooneenheden (drie basisfuncties aanwezig in de woning: keuken, bad of douche en toilet) delen meer dan enkel inkomhal, trap of parkeerplaats:

  • Op zijn minst de ruimte waar de gezinnen samen kunnen eten, wordt gedeeld.
  • Keukens, eetzalen of andere ruimtes voor gemeenschappelijk gebruik kunnen in sommige gevallen ook voor niet-bewoners worden opengesteld.

Woningdelen

Verschillende gezinnen delen alle leefruimtes, met uitzondering van de slaapkamer en eventueel een private woonkamer (ook bijvoorbeeld een oudere bewoner die een kamer ter beschikking stelt van een student).

Kangoeroewonen en zorgwonen

Bij kangoeroewonen leven 2 gezinnen in een woning, die bestaat uit een grote wooneenheid voor het ene gezin en een kleinere wooneenheid voor het andere gezin (bv. grootouders).

Specifiek voor zorgwonen wonen 2 gezinnen op hetzelfde adres, met een minimum aan privacy, en dragen ze zorg voor elkaar (bv. gezin woont in bij grootouders of omgekeerd). Zorgwonen is enkel mogelijk voor de tijdelijke creatie van een kleinere woongelegenheid binnen of bij een bestaande woning, waar een gezin op hetzelfde adres woont met maximaal 2 oudere (65+) of hulpbehoevende personen, met respect voor bepaalde ruimtelijke, sociale en tijdelijke voorwaarden. Als deze voorwaarden niet gerespecteerd zijn, spreekt men van kangoeroewonen.

Informatie en advies

Voor sommige vormen van gemeenschappelijk wonen zijn de administratieve formaliteiten beperkt (bv. cohousing), voor andere vormen (bv. zorgwonen, woningdelen) is er een grotere impact, zoals ruimtelijke ordening, juridisch statuut voor het beheer of fiscaal statuut van de bewoners. Neem contact op met uw gemeente voor meer info.