Verjaring stedenbouwkundige schendingen
Sinds 1 april 2026 gelden de verjaringsregels van het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving (KVH) voor stedenbouwkundige schendingen. De regels bepalen hoelang de overheid een bestuurlijke sanctie of een publieke herstelmaatregel kan opleggen. Na die termijn is dat niet meer mogelijk. Dit noemen we verjaring.
Publieke herstelmaatregelen
Een publieke herstelmaatregel heeft als doel de ruimtelijke schade als gevolg van een stedenbouwkundige schending te herstellen. Dat kan bijvoorbeeld door:
- herstel in de oorspronkelijke toestand;
- het uitvoeren van aanpassingswerken;
- het beëindigen van een strijdig gebruik;
- andere wettelijk voorziene herstelmaatregelen.
Publieke herstelmaatregelen worden opgelegd via een gerechtelijke procedure of via een bestuurlijke procedure.
Bestuurlijke sancties
Een bestuurlijke sanctie is een administratieve geldboete die kan worden opgelegd wegens een stedenbouwkundige schending.
Strafrechtelijke handhaving
Een stedenbouwkundige schending kan naast bestuurlijke handhaving ook strafrechtelijk worden vervolgd door het Openbaar Ministerie.
De federale strafwetgeving regelt de strafrechtelijke verjaring.
Voor stedenbouwkundige misdrijven geldt in principe een verjaringstermijn van tien jaar. Die termijn begint te lopen vanaf de dag waarop het misdrijf is gepleegd. Voor voortdurende, voortgezette en gewoontemisdrijven gelden bijzondere regels voor het aanvangspunt van de verjaring.
Als een strafzaak aan de rechter is voorgelegd, schorsen de federale strafprocesrechtelijke regels de verjaring van de strafvordering.
De strafrechtelijke verjaring staat los van de verjaring van bestuurlijke sancties en publieke herstelmaatregelen. Ook wanneer een strafrechtelijke vervolging niet langer mogelijk is, kan in bepaalde gevallen nog een bestuurlijke sanctie of een publieke herstelmaatregel worden opgelegd, zolang de daarvoor geldende verjaringstermijnen niet zijn verstreken.
Overgangsregeling
Voor dossiers die reeds liepen vóór de toepassing van het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving gelden bijzondere overgangsregels.
De verjaringsregels van artikel 35 en artikel 50 van het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving gelden in principe meteen voor lopende dossiers. Ze gelden niet als het recht om een bestuurlijke sanctie of publieke herstelmaatregel op te leggen al verjaard was vóór 1 april 2026.