Onder impuls van de Europese regelgeving werden diverse technologieën en stalsystemen ontwikkeld die de ammoniakemissie sterk kunnen reduceren. Om te kunnen voldoen aan de Europese afspraken inzake ammoniakemissie besliste de Vlaamse Regering (bij besluit van 19 september 2003) dat elke nieuwe varkens- en pluimveestal emissiearm gebouwd moet worden. Enkel kleine verbouwingswerken zijn hiervan vrijgesteld. De systemen die als emissiearm erkend zijn in Vlaanderen worden beschreven in de ‘Lijst van stalsystemen voor ammoniakreductie’ (MB 19 maart 2004). Tot op heden werd de goede werking van de verschillende stalsystemen in de praktijk nog niet onderzocht. Nochtans betekende de omschakeling naar een emissiearm stalsysteem ongetwijfeld een grote aanpassing voor de veehouder en kampt vrijwel ieder innovatief systeem met groeipijnen. Deze code van goede praktijk beperkt zich tot de varkenshouderij en staat ten dienste van iedere varkenshouder. De basis van deze code van goede praktijk wordt gevormd door een reeks uitgebreide bedrijfsbezoeken waarbij werd gepeild naar de bevindingen van de bedrijfsleiders met deze technieken. In hoofdstuk 2 wordt de problematiek van ammoniakemissie kort toegelicht. Hoofdstuk 3 belicht kort de Vlaamse regelgeving en geeft bondige antwoorden op enkele veel gestelde vragen. Hoofdstuk 4 beschrijft in detail de vier belangrijkste emissiereducerende technieken en geeft tevens de resultaten van een reeks indicatieve metingen van het stalklimaat. In hoofdstuk 5 worden de meest gangbare staltypes beschreven voor de biggenopfok, de kraamhokken, de dek- en drachtafdeling en de vleesvarkens. Tenslotte wordt er in hoofdstuk 6 dieper ingegaan op de aspecten mestafvoer en mestopslag.