In het kader van de onderhoudsbaggerwerken van de vaargeul in de Westerschelde wordt het sediment teruggestort deels in de hoofdgeulen, deels in de nevengeulen en deels langs een aantal plaatranden. Bij de opvolging van deze stortstrategie worden jaarlijks een aantal kwaliteitsparameters getoetst. In macrocel 5 werd er bezorgdheid geuit rond de mogelijke invloed van de plaatrandstortingen op de ophoging van de Plaat van Walsoorden. Om deze bezorgdheden te onderzoeken, wordt in dit rapport een analyse uitgevoerd van het sedimenttransport ter hoogte van de stortzone Plaat van Walsoorden. Het sedimenttransport over de plaatrand verloopt voornamelijk in de richting van de vloedstroming. De uitgevoerde stortingen leiden initieel tot een toename van het netto sedimenttransport in de zone waar de stortingen zijn uitgevoerd. Opwaarts hiervan daalt het sedimenttransport en wordt een deel van het geërodeerde sediment afgezet. In verschillende gevallen geven de variaties in sedimentflux aan dat het sediment het jaar nadien opnieuw erodeert en verder opwaarts wordt afgezet of uit de plaatrandstortzone verdwijnt. Een ander deel van het geërodeerde sediment verdwijnt reeds in het eerste jaar in oostelijke richting uit de plaatrandstortzone. In enkele morfologische deelzones loopt de voornaamste richting van sedimenttransport echter niet volledig gelijk met de richting van de rekenrijen. Voornamelijk op de plaatpunt wordt veel van het gestorte sediment zuidwaarts in de richting van de zuidelijke vloedschaar getransporteerd. De opwaartse migratie van het aangebrachte sediment heeft vooral in de noordelijke, en in mindere mate ook in de zuidelijke vloedschaar een vermindering van diepte tot gevolg.
Publicatiedatum November 2019
Publicatietype Rapport
Thema's Scheepvaart, waterwegen en zeewezen
Auteur(s) M. Goossens, G. Van Holland, Y. Plancke, F. Mostaert
Reeks WL rapporten