In België gebruiken particuliere en professionele gebruikers jaarlijks ongeveer 600 ton rodenticiden voor de bestrijding van knaagdieren zoals de bruine rat. Met de ontwikkeling van producten die inwerken op de bloedstolling, de anticoagulantia (AC) rodenticiden, is de bestrijding sinds de jaren 1950 vooral geëvolueerd naar een chemische bestrijding. Deze methode kende gaandeweg beperkingen door de ontwikkeling van resistentie bij (vooral) de bruine rat tegen de toen gebruikte eerste generatie AC rodenticiden. Met de ontwikkeling van de tweede generatie producten zoals bromadiolone, difenacoum, brodifacoum, flocoumafen en difethialon werd echter ook duidelijk dat roofdieren en aaseters een verhoogd risico liepen op secundaire intoxicatie. De studie bevat de resultaten van een onderzoek bij 150 bunzings en 75 steenmarters naar de aanwezigheid van residuen van AC in de lever.