Gedaan met laden. U bevindt zich op: Financiering geconventioneerde huurwoningen (budgethuren) Financiering

Financiering geconventioneerde huurwoningen (budgethuren)

Woonmaatschappijen kunnen zelf budgethuurwoningen (geconventioneerde huurwoningen) realiseren via aankoop, nieuwbouw, renovatie of vervangingsbouw. Ook de bijhorende infrastructuuraanleg kan deel uitmaken van het project.

Hierbij zijn een aantal concrete voorwaarden waarmee u als woonmaatschappij rekening moet houden.

Financieringsmogelijkheden

Voor de realisatie van budgethuurwoningen of de bijhorende infrastructuuraanleg kan uw woonmaatschappij financiering aanvragen via het Projectportaal.

De financiering verschilt naargelang het type investering:

In het projectportaal maakt u voor de financiering van de realisatie van geconventioneerde woningen en/of de bijhorende infrastructuuraanleg een woonproject aan van het type ‘standaard’.

U gebruikt het type ‘geconventioneerd’ enkel om de verhuursubsidie aan te vragen, u kan dit type niet gebruiken om de financiering van de realisatie aan te vragen.

Voorafgaand aan de toekenning van de financiering, gaat Wonen in Vlaanderen na of de investering voldoet aan het maximaal jaarlijks investeringsvolume (20%).

Maximaal jaarlijks investeringsvolume

Woonmaatschappijen kunnen ook woonprojecten realiseren met budgethuurwoningen. Daarbij houdt u steeds rekening met een maximaal jaarlijks investeringsvolume van 20% in geconventioneerde huurwoningen.

Dit jaarlijks investeringsvolume wordt periodiek berekend door Wonen in Vlaanderen. U kan hiervoor contact opnemen met team projectfinanciering via projectfinanciering.wonen@vlaanderen.be(opent in uw e-mail applicatie)

Berekeningswijze

Het investeringsvolume wordt berekend door enerzijds in de totale investeringen enkel rekening te houden met de investeringen in sociale huur- en koopwoningen, en anderzijds rekening te houden met de investeringen in geconventioneerde huurwoningen die u deed in de 4 jaar voorafgaand aan het project en in het jaar waarin u de nieuwe investering plant. Deze brengen we in mindering van het maximale investeringsvolume van 20% voor 5 jaar.

Zo wordt het percentage enkel afgezet tegen de investeringen in sociale huur- en koopwoningen, via de volgende formule: (0,2 x A) – B, waarbij:

  • A = het totaal van de investeringen van de woonmaatschappij in de realisatie van sociale huur- en koopwoningen in jaar X-1, X-2, X-3, X-4 en X-5 (waarbij X het jaar van de berekening is);
  • B = het totaal van de investeringen van de woonmaatschappij in geconventioneerde huurwoningen in jaar X, X-1, X-2, X-3 en X-4 (waarbij X het jaar van de berekening is), vermeerderd met de geplande maar nog niet-uitgevoerde investeringen in geconventioneerde huurwoningen;

Rekenvoorbeeld:

We maken het concreter aan de hand van volgend rekenvoorbeeld.

Stel: we zijn vandaag 1 januari 2026 en u wilt in 2026 een project realiseren met geconventioneerde huurwoningen. Om het maximaal investeringsvolume te berekenen, kijken we eerst naar de totale investeringen die uw woonmaatschappij deed de afgelopen 5 jaar. Stel dat dit op het volgende neerkomt:

  • 2021: 5 mio euro in sociale huur- en koopwoningen, 0 euro in budgethuur, 0 euro in basiskoten
  • 2022: 10 mio euro in sociale huur- en koopwoningen, 0 euro in budgethuur, 0 euro in basiskoten
  • 2023: 10 mio euro in sociale huur- en koopwoningen, 0 euro in budgethuur, 0 euro in basiskoten
  • 2024: 10 mio euro in sociale huur- en koopwoningen, 0 euro in budgethuur, 0 euro in basiskoten
  • 2025: 20 mio euro in sociale huur- en koopwoningen, 0 euro in budgethuur, 0 euro in basiskoten
  • 2026 (op 1 januari): 0 euro in sociale huur- en koopwoningen, 0 euro in budgethuur, 0 euro in basiskoten

De afgelopen 5 jaar investeerde u in totaal voor 55 mio euro in sociale huur- en koopwoningen en 0 euro in basiskoten of budgethuurwoningen.

Daardoor bedraagt het maximaal investeringsvolume (in 2026) 11 mio euro: ((5+10+10+10+20) * 0,20) – 0 – 0 – 0 – 0 – 0.