Gedaan met laden. U bevindt zich op: Reguliere herinvesteringsplicht Herinvesteringsplicht

Reguliere herinvesteringsplicht

De reguliere herinvesteringsplicht is van toepassing op de venale waarde van de sociale woning, geconventioneerde woning of op het basiskot die uit het huurstelsel verdwijnt.

Bij verkoop van een woning wordt ervan uit gegaan dat de verkoopprijs gelijk is aan de venale waarde. De volledige verkoopopbrengsten dienen dus geherinvesteerd te worden. Bij een uithuurneming zonder verkoop laat u de venale waarde best vaststellen en herinvesteert u dit bedrag.

U kunt herinvesteren in deze 7 opties (klik op de titel om meer info te openen):

de vervroegde terugbetaling van de lening op deze woning(en) of basiskot(en) aan de VMSW of Vlabinvest apb
realisatie en instandhouding van sociale huurwoningen, geconventioneerde woningen of basiskoten (de bouw of renovatie van woningen of het verwerven van woningen of gronden);
gesubsidieerde infrastructuur bij sociale woningen, geconventioneerde woningen of basiskoten
de werkings- en onderhoudskosten van de woonmaatschappij
de versterking van de financiële leefbaarheid van de woonmaatschappij
door een inbreng te doen in de woonmaatschappij
investeringen die in aanmerking komen voor een marktconforme lening bij de VMSW (kantoorgebouw, handelsruimte, bestelwagen,..)

Algemeen principe bij het herinvesteren van sociale huurwoningen

Wanneer u een sociale huurwoning verkoopt, is het belangrijk om rekening te houden met het algemeen principe waarbij minstens 50% van de venale waarde van de sociale huurwoning, die overblijft na de vervroegde terugbetaling van de leningen (verplichte optie 1), geherinvesteerd wordt op één van volgende drie manieren:

  • Realisatie en instandhouding van sociale huurwoningen (optie 2)
  • Kosten voor het opnieuw in verhuurbare staat brengen van sociale huurwoningen (ook ingehuurde) tussen twee verhuringen
  • Herhuisvestingskosten bij renovatiewerken

Dit principe is niet van toepassing indien er geherinvesteerd wordt in de versterking van de financiële leefbaarheid (optie 5). In alle andere gevallen moet er dus rekening gehouden met de verplichte herinvestering van de ‘eerste’ 50% van de resterende venale waarde van de sociale huurwoning volgens de drie hierboven beschreven opties. De ‘tweede’ 50% van de resterende venale waarde kan dan vrij geherinvesteerd worden volgens opties 2, 3, 4, en 7.

Het algemeen principe is niet van toepassing indien de venale waarde van een geconventioneerde woning of basiskot geherinvesteerd dient te worden.

Zelf opvolgen

De opvolging van de herinvesteringsplicht gebeurt door uw woonmaatschappij zelf. U bent verplicht om jaarlijks in uw jaarverslag een verantwoording te voorzien over de evolutie en het gebruik van de herinvesteringsverplichting. Sinds boekjaar 2024 controleert de afdeling Toezicht van Wonen in Vlaanderen dit. Wonen in Vlaanderen stelt hiervoor jaarlijks een sjabloon ter beschikking van de woonmaatschappijen.

Stappenplan praktische werking

Hieronder vindt u een stappenplan voor de praktische werking van de reguliere herinvesteringsplicht:

  • Stap 1

    U verkoopt een woning die niet langer sociaal verhuurd wordt.

  • Stap 2

    U stort de verkoopopbrengsten door naar uw rekening-courant bij de VMSW.

  • Stap 3

    U dient de kennisgeving van de verkoop in bij Wonen In Vlaanderen.

  • Stap 4

    U kiest zelf hoe u het resterende bedrag van de venale waarde wil herinvesteren. U houdt hierbij rekening met het algemeen principe en de overige herinvesteringsopties (2, 3, 4, 5 en 7). Opties 2, 3 en 7 laat u best via Wonen in Vlaanderen verlopen. U houdt het overzicht bij via het sjabloon van Wonen in Vlaanderen en rapporteert hierover in uw jaarverslag.