Wat is de sperperiode?

De sperperiode is de periode van ongeveer vier maanden voor verkiezingen.

Tijdens de sperperiode zijn er specifieke regels voor:

  • Verkiezingscampagnes van politici en partijen
  • Overheidscommunicatie: alle communicatie die direct of indirect gefinancierd wordt met overheidsgeld.

Wanneer begint de sperperiode?

Bij de Vlaamse verkiezingen begint de sperperiode vier maanden voor de verkiezingen. Dat staat in artikel 5, paragraaf 1 van de federale wet van 19 mei 1994 die verkiezingscampagnes en -uitgaven van de deelstaten regelt ((opent in nieuw venster)).

Voor de regionale verkiezingen van 26 mei 2019 begon de sperperiode dus op 26 januari 2019.

Bij de lokale verkiezingen voor gemeente-, provincie- en districtsraden loopt de sperperiode vanaf 1 juli van een verkiezingsjaar tot en met de dag van de verkiezingen. Bij buitengewone verkiezingen begint de sperperiode op de dag van de oproeping van de kiezers en eindigt ze op de dag van de verkiezingen. Het Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet ((opent in nieuw venster)) regelt de organisatie van de lokale en provinciale verkiezingen.

Voor de lokale verkiezingen van 14 oktober 2018 begon de sperperiode dus op 1 juli 2018.

Uitgangspunt

Ministers, parlementsvoorzitters en politieke partijen mogen hun persoonlijke imago niet verbeteren via overheidscommunicatie en met overheidsmiddelen.

Er zijn ook buiten de sperperiode regels over de politieke neutraliteit van overheidscommunicatie. Die gelden voor alle overheidsinstanties die onder het bestuursdecreet vallen, dus ook voor de lokale besturen.

Tijdens de sperperiode moet alle overheidscommunicatie gedepersonaliseerd worden: alleen de functie van een minister mag eventueel vermeld worden. Dat staat in het protocolakkoord van de parlementsvoorzitters van ons land en geldt enkel voor de communicatie van de federale overheid en de deelstaten.

Onderaan de pagina vind je links naar de decreten over de politieke neutraliteit van overheidscommunicatie en informatie over het protocolakkoord tijdens de sperperiode.

Campagnes

Tijdens de sperperiode moeten campagnes uitgesteld worden, behalve terugkerende campagnes of campagnes die gebonden zijn aan vaste data, zoals Dag van, Week van. Campagnes die doorgaan moeten altijd informatief en objectief zijn.

Overheidspublicaties

Boeken en brochures

Tijdens de sperperiode neem je geen voorwoord, naam of foto op van een minister in een publicatie van de overheid of een gesubsidieerde organisatie. Wil een minister toch een voorwoord schrijven, dan mag hij dat alleen tekenen met zijn titel: ‘Vlaams minister van...’

Brochures van voor de sperperiode die getekend zijn door een minister, mogen verder verspreid worden tijdens de sperperiode. Het zou immers niet redelijk zijn dat een al gedrukte oplage van een publicatie moet blijven liggen.

Als er een herdruk nodig is vlak voor of tijdens de sperperiode, is het wel veiliger om de publicatie enkel te tekenen met de titel van de minister.

Publicaties zonder overheidsmiddelen

In principe mag een minister het voorwoord schrijven van publicaties waaraan de Vlaamse overheid op geen enkele manier mee betaalt, zoals boeken, brochures of krantenkaternen.
Maar spring hiermee voorzichtig om tijdens sperperiodes. De minister krijgt die vraag immers niet als privépersoon, maar net omdat hij minister is met een bepaalde bevoegdheid. Zorg er zeker voor dat het voorwoord niet voor verwarring kan zorgen, dus dat het niet lijkt alsof de publicatie communicatie is van de Vlaamse overheid.

Brieven en mails

Brieven en mails kunnen tijdens de sperperiode alleen:

  • naar een beperkte doelgroep
  • gedepersonaliseerd: zonder de naam van de minister.

Bijvoorbeeld: een brief naar alle scholen, een mail naar alle cultuurinstellingen kan de minister alleen tekenen met zijn titel.

Dossiergebonden brieven, zoals over de toekenning van een subsidie, mag de minister wel tekenen met zijn naam en handtekening. Zeker als het juridisch nodig is.

Personeelsbladen, nieuwsbrieven, magazines van de Vlaamse overheid

In magazines, nieuwsbrieven en personeelsbladen kunnen tijdens de sperperiode geen voorwoord, naam of foto’s. De titel van de minister mag ook hier wel.

Websites en sociale media van de overheid

Je mag geen nieuwe foto van een minister op een overheidswebsite plaatsen. Bestaande foto’s mogen blijven staan.

Net zoals bij andere overheidskanalen, kunnen ook sociale media alleen gedepersonaliseerde informatie brengen. Er mogen dus geen tweets of facebookposts verschijnen met namen of foto’s van ministers.

Overheidssteun

Een gesubsidieerde organisatie mag overheidssteun alleen duidelijk maken met het logo van de Vlaamse overheid volgens de huisstijlregels.

Publieke optredens

Een minister mag tijdens de sperperiode deelnemen aan evenementen of studiedagen. Hij mag er ook als spreker optreden.

De uitnodigingen gaan tijdens de sperperiode het best uit van de administratie.

De zenders hebben hun eigen deontologie om politici uit te nodigen in de periode voor de verkiezingen. Die bepaalt of een minister mag meedoen aan spelprogramma’s of human interest-programma’s op radio of tv die tijdens de sperperiode worden uitgezonden.

Omgaan met de pers

Een minister mag persconferenties geven of persberichten versturen. De pers beoordeelt immers zelf wat ze schrijft of toont. De persconferenties en persberichten moeten wel gaan over het beleid van de Vlaamse Regering of de minister als Vlaams minister, dus niet over partijstandpunten of het verkiezingsprogramma.

Wanneer de Vlaamse overheid (mee) mediaruimte aankoopt, mag de bevoegde minister niet geïnterviewd worden. Zijn naam of foto mogen ook niet voorkomen in de publicatie. Omdat de Vlaamse overheid mee betaalt, is het niet zeker dat de journalisten volledig zelf mogen beoordelen wat ze schrijven of tonen.

Verkiezingscommunicatie medewerkers

Medewerkers van een minister die opkomen voor de verkiezingen mogen geen overheidsmiddelen of -kanalen gebruiken, zoals bijvoorbeeld briefpapier of omslagen van het kabinet van de minister.

Wel mogen ze eigen verkiezingscommunicatie voeren. Een raadgever van een minister die opkomt voor de verkiezingen mag in zijn eigen verkiezingscommunicatie vermelden dat hij voor die minister werkt.

De eigen verkiezingscommunicatie van die raadgever is geen overheidscommunicatie en valt dus ook niet onder de regels voor overheidscommunicatie. Ze valt wel onder de regelgeving voor verkiezingsuitgaven ((opent in nieuw venster)).

Media leggen zichzelf extra regels op

Media leggen zichzelf tijdens sperperiodes ook vaak extra regels op.

Voor de verkiezingen van 26 mei 2019 ging bij de VRT een sperperiode in op 8 april 2019. Vanaf dan konden politici alleen nog te gast zijn in programma’s van de VRT Nieuwsdienst. Vanaf 11 maart al mochten er geen politici of verkiezingskandidaten meer in spelprogramma’s. Wel konden ze nog optreden nog in infotainment- en interviewprogramma’s.

Bij VTM kunnen politici vanaf zes weken voor de verkiezingen alleen nog te gast zijn in nieuwsprogramma’s of in entertainmentprogramma’s van een dergelijke maatschappelijke relevantie dat een minister erin belangrijk is.

Decreten over politieke neutraliteit en protocolakkoord tijdens de sperperiode

Wetgeving controle op verkiezingscampagnes

Wie een verkiezingscampagne voert, moet strikte regels volgen tijdens de sperperiode.

De kandidaten, de lijsten en de politieke partijen mogen niet meer besteden dan wettelijk toegelaten.

Campagnemiddelen die niet gebruikt mogen worden zijn: gadgets, commerciële reclameborden of affiches, commerciële telefooncampagnes, commerciële spots op radio, tv en in de bioscoop, niet-commerciële reclameborden en affiches groter dan 4m².