Hieronder vindt u een overzicht van de wijzigingen in de regelgeving en tegen wanneer reeds bestaande asielen in orde moeten zijn.

Verhandelen van dieren

Sinds 11 april 2019

Sinds 1 oktober 2019

  • Honden mogen slechts gespeend en verhandeld worden op de leeftijd van 8 weken. Voor katten is dit op 12 weken.
  • Er is een document voor de verklaring van afstand (PDF bestand opent in nieuw venster) en een adoptiecontract (PDF bestand opent in nieuw venster) specifiek voor paarden.
  • Honden mogen alleen verhandeld worden als ze een primovaccinatie kregen tegen:

    • het parvovirus

    • het distempervirus

    • kennelhoest (bordetellose en para-influenza)

    • hepatitis contagiosa canis

  • Katten mogen alleen verhandeld worden als ze een primovaccinatie kregen tegen:

    • panleucopenie

    • rhinotracheïtis

    • feline leucose.

Infrastructuur en inrichting

Sinds 1 oktober 2019

  • In uitzonderlijke gevallen van overbevolking mag afgeweken worden van de minimumoppervlaktenormen mits voorafgaande schriftelijke toelating van de dienst Dierenwelzijn. De dieren mogen daarbij niet in hun welzijn geschaad worden en ze moeten dagelijks voldoende lichaamsbeweging krijgen. De periode mag niet meer dan twee maanden per dier per jaar bedragen.
  • Alle reptielen, behalve slangen, hebben UV-verlichting.

  • Reptielen en amfibieën: alle territoriale dieren zitten afzonderlijk om conflicten te vermijden.

  • Aquariumvissen: het water van elk aquarium wordt gezuiverd door een individueel of gecentraliseerd filtersysteem

  • Konijnen en kleine knaagdieren moeten een knaagvoorwerp hebben en een plek om zich te verstoppen.

Tegen 1 januari 2021

  • Voor alle paarden is een stal aanwezig:
    • de afmetingen en de deuropening zijn aangepast aan de grootte van het dier
    • de stal is voldoende verlucht
    • de vloer is effen, proper en bedekt met een dikke laag, kwalitatief strooisel
    • er is een degelijke drinkbak aanwezig
    • bij krachtvoer: er is een degelijke voederbak, beschut tegen vuil
    • de bodem en de wanden worden schoon gehouden
    • de mest wordt dagelijks verwijderd
  • Voor alle paarden is een onverhard buitenbeloop aanwezig
    • dat voldoende groot is voor alle paarden
    • dat regelmatig onderhouden wordt, de mest wordt geregeld verwijderd
    • met goed onderhouden omheining van minstens 1,2 m hoog. Als er pony's zijn, bevindt het onderste niveau van de afsluiting zich op maximum 40 centimeter.
  • De bodem van de paardenverblijven voorkomt uitglijden. Er wordt geen prikkeldraad of ander materiaal gebruikt waaraan de dieren zich kunnen kwetsen.
  • De lokalen waar de dieren zitten, zijn uitgerust met een brandalarmsysteem.

Tegen 1 januari 2024

  • Honden moeten minstens per 2 zitten, tenzij de hond ziek of agressief is of niet langer dan 1 maand deel kan uitmaken van een stabiele groep.

  • Honden moeten minstens 2 uur per dag, 5 dagen per week, toegang hebben tot een buitenbeloop. Uitzondering: honden met niet-gespeende jongen, honden in quarantaine of afzondering.
    Wanneer de honden geen permanente toegang hebben tot het buitenbeloop, worden de honden minstens 2 uur per dag, 5 dagen per week uitgelaten. De verantwoordelijke moet dit kunnen aantonen met bijv. camerabeelden of chipregistratie.

  • Roostervloeren zijn verboden. Geperforeerde vloerprofielen mogen voor een beperkt deel gebruikt worden op voorwaarde dat ze voldoende steun geven aan de poten, volledig verwijderd kunnen worden en niet boven een mestkelder liggen.

Verzorging

Sinds 11 april 2019

  • Het gebit van honden moet regelmatig gecontroleerd en verzorgd worden.

Tegen 1 januari 2021

  • Paarden:
    • De paarden worden meermaals per dag gevoederd. Het voeder is aangepast aan de fysiologische behoeften. Paarden beschikken minstens 16 uur per dag over ruwvoeder.
    • De tanden en hoeven worden regelmatig gecontroleerd en verzorgd.
    • Elk paard heeft dagelijks minstens 1 uur toegang tot het buitenbeloop tenzij bij extreme weersomstandigheden of als dit om gezondheidsredenen niet is aangewezen.
    • Het asiel neemt maatregelen om stalondeugden te voorkomen. Paarden worden zo veel mogelijk permanent of tijdelijk in groep gehouden.
    • Bij paarden die voor adoptie worden aangeboden, wordt er naar gestreefd om ze handtam te maken en de belangrijkste omgangshandelingen aan te leren zoals het aan- en uitdoen van een halster, het meelopen aan een touw en het borstelen.

Personeel

Sinds 11 april 2019

  • Een asiel kan een overeenkomst sluiten met gastgezinnen die dieren opvangen en die ze ter adoptie kunnen aanbieden in naam van het dierenasiel. Er is een goed uitgewerkt protocol voor de selectie van gastgezinnen dat het asiel steeds kan voorleggen aan de dienst Dierenwelzijn.
  • Het asiel heeft een register met de gegevens van het gastgezin en de dieren die er verblijven. Wijzigingen moeten hierin binnen de 48 uur worden geregistreerd.
  • Het gastgezin houdt zelf de administratie bij: het bezoekrapport van de contractdierenarts, de afstandsverklaring, de beoordelingsfiche van het gedrag en het adoptiecontract van de dieren die er verblijven of verbleven.

Tegen 1 januari 2024

  • Ten minste de verantwoordelijke of een vast personeelslid heeft één van de volgende diploma’s of getuigschriften ((opent in nieuw venster)) behaald:
    • dierenzorg (niveau secundair onderwijs)
    • bachelor agro- en biotechnologie: dierenzorg
    • diergeneeskunde
    • asielmedewerker, uitgereikt door de Vlaamse overheid, dienst Dierenwelzijn
    • diploma’s of getuigschriften die door de minister als evenwaardig zijn erkend
  • De verantwoordelijke zorgt voor een interne opleiding voor de personeelsleden die niet over één van bovenstaande diploma’s of getuigschriften beschikken en betrokken zijn bij de verzorging van de dieren.

Contractdierenarts

Sinds 1 oktober 2019

  • Frequentie van bezoeken van de contractdierenarts
    • als er honden, katten of paarden zijn: 1 keer per maand
    • andere gevallen: 1 keer per trimester
  • De contractdierenarts vult bij elk bezoek een bezoekrapport in met volgende informatie:

    • de datum van het controlebezoek en de handtekening van de contractdierenarts

    • bij behandeling: de diersoort, het chipnummer, de diagnose en de behandeling van elk dier dat hij behandelt

    • bij euthanasie: de diersoort, het chipnummer en de reden van de euthanasie

    • afwijkend gedrag: de diersoort, het chipnummer en het afwijkend gedrag

    • eventuele aanbevelingen: over het welzijn, de gezondheid, de hygiëne, het gedrag en de socialisatie van de dieren.

Statistieken

Sinds 11 april 2019

  • Elk dierenasiel moet jaarlijks volgende gegevens doorgeven aan de dienst Dierenwelzijn. Het asiel ontvangt hiervoor jaarlijks een invulformulier.
    • het aantal binnengekomen dieren opgedeeld in zwerfdieren, gevonden dieren, afgestane dieren en in beslag genomen dieren
    • het aantal dieren dat is vertrokken uit het asiel, opgedeeld in: dieren die zijn herenigd met hun eigenaar, geëuthanaseerde dieren, dieren die een natuurlijke dood zijn gestorven en geadopteerde dieren
    • voor zwerfkatten: het aantal opgevangen dieren, gesteriliseerde dieren, geëuthanaseerde dieren, gesteriliseerde dieren en dieren die werden uitgezet