Energieprestatie-eisen bij de aankoop of huur van residentiële of niet-residentiële gebouwen
Vanaf 1 januari 2027 gelden minimale energieprestatie-eisen voor gebouwen die aanbestedende overheden en entiteiten kopen of waarvoor ze een nieuwe huurovereenkomst afsluiten. De eisen verschillen naargelang het gaat om een residentieel gebouw, een kleine niet-residentiële eenheid of een grote niet-residentiële eenheid.
De Vlaamse Regering keurde de energiebesparingsverplichting op 17 juli 2026 een eerste keer principieel goed. De informatie op deze pagina kan nog wijzigen tot de regelgeving definitief is goedgekeurd. Deze pagina wordt tijdens het goedkeuringsproces aangepast op basis van de meest actuele informatie.
De eisen gelden voor de aanbestedende overheden en aanbestedende diensten die vermeld zijn in artikel 2, 1° en 2, 4° van de wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten.
De verplichting geldt vanaf 1 januari 2027:
bij de aankoop van een gebouw of gebouweenheid in het Vlaamse Gewest;
bij het afsluiten van een nieuwe huurovereenkomst voor een gebouw of gebouweenheid in het Vlaamse Gewest.
De verplichting geldt niet voor bestaande huurovereenkomsten die worden voortgezet.
De minimale energieprestatie-eis hangt af van het type gebouw of gebouweenheid.
Type gebouw of gebouweenheid | Minimale energieprestatie |
|---|---|
Residentiële eenheid | Minstens label B op het energieprestatiecertificaat voor woningen |
Kleine niet-residentiële eenheid | Minstens energielabel B op het energieprestatiecertificaat voor kleine niet-residentiële eenheden |
Grote niet-residentiële eenheid | Een energiescore van maximaal 150 kWh/m² op het energieprestatiecertificaat voor niet-residentiële gebouwen |
Bij aankoop is er ook een renovatieverplichting van toepassing.
Meer informatie? Zie:
Voor grote niet-residentiële gebouweenheden geldt daarnaast een algemene minimale labeleis, los van een aankoop of nieuwe huurovereenkomst:
eenheden in publieke gebouwen en overheidsgebouwen moeten in 2028 minstens label E behalen;
alle andere grote niet-residentiële gebouweenheden moeten in 2030 minstens label E behalen.
Meer informatie? Zie: Tijdslijn van de verplichtingen voor het energieprestatiecertificaat van niet-residentiële gebouweenheden.
Volgende gebouwtypes zijn vrijgesteld van deze verplichting:
gebouwen en gebouweenheden die binnen 6 jaar na aankoop of na het afsluiten van een nieuwe huurovereenkomst worden gesloopt;
tijdelijk verplaatsbare constructies die niet permanent met de grond verankerd zijn;
beschermde monumenten of gebouwen of gebouweenheden die deel uitmaken van een beschermd cultuurhistorisch landschap, stads- of dorpsgezicht of gebouwen of gebouweenheden die opgenomen zijn in de vastgestelde inventaris van het bouwkundig erfgoed;
gebouwen en gebouweenheden waarvoor de verplichtingen in conflict zouden komen met de aard en het hoofddoel van de activiteiten van de strijdkrachten.
Nee, de verplichting geldt enkel bij het afsluiten van een nieuwe huurovereenkomst vanaf 1 januari 2027.
Met een nieuw EPC dat na de renovatiewerken wordt opgesteld.
Voorbeelden
Hieronder volgt een oplijsting van alle mogelijke situaties die zich kunnen voordoen waarbij ook de eventuele impact van de renovatieverplichting na aankoop en de algemene minimale labelplicht los van overdracht opgenomen is.
|
| Huidig label | Verplichting |
|---|---|---|---|
Huur
| Residentiële gebouweenheid | A of B | Geen verplichting. |
| F, E, D, of C | Binnen zes jaar moet minstens EPC-label B worden behaald. | |
Kleine niet-residentiële gebouweenheid | A of B | Geen verplichting. | |
| F, E, D of C | Binnen zes jaar moet minstens EPC-label B worden behaald. | |
Grote niet-residentiële gebouweenheid | Energiescore ≤ 150 kWh/m² | Eenheden in publieke gebouwen of overheidsgebouwen moeten in 2028 minstens EPC-label E behalen, alle andere eenheden in 2030. | |
Aankoop
|
| Energiescore > 150 kWh/m² | Binnen 6 jaar moet gerenoveerd worden naar een energiescore van maximaal 150 kWh/m² en eenheden in publieke gebouwen of overheidsgebouwen moeten in 2028 minstens EPC-label E behalen, alle andere eenheden in 2030. |
Residentiële gebouweenheid
| A of B | Geen verplichting. | |
F, E, D of C | Binnen zes jaar na overdracht moet minstens EPC-label B worden behaald. | ||
Kleine niet-residentiële gebouweenheid
| A of B | Binnen zes jaar na overdracht moet aan het minimaal maatregelenpakket van de renovatieverplichting worden voldaan. | |
F, E, D of C | Binnen zes jaar na overdracht moet minstens EPC-label B worden behaald en moet aan het minimaal maatregelenpakket van de renovatieverplichting worden voldaan. | ||
Grote niet-residentiële gebouweenheid
| Energiescore ≤ 150 kWh/m² | Eenheden in publieke gebouwen of overheidsgebouwen moeten in 2028 minstens EPC-label E behalen, alle andere eenheden in 2030. Daarnaast moet binnen 6 jaar na overdracht aan het minimaal maatregelenpakket van de renovatieverplichting worden voldaan. | |
Energiescore > 150 kWh/m² | Binnen 6 jaar na overdracht moet er gerenoveerd worden naar een energiescore van maximaal 150 kWh/m² en eenheden in publieke gebouwen of overheidsgebouwen moeten in 2028 minstens EPC-label E behalen, alle andere eenheden in 2030. Daarnaast moet binnen 6 jaar na overdracht aan het minimaal maatregelenpakket van de renovatieverplichting worden voldaan. |