Via een laadpunt (Mode 3)

De installatie van een laadpunt thuis gebeurt het best door een elektro-installateur en moet achteraf gekeurd worden. De installateur kan die keuring regelen. Bij de keuze van een laadpunt zijn er een aantal zaken waar u rekening mee moet houden:

Plaats

  • Het laadpunt moet voldoende dicht bij het elektrische voertuig geplaatst worden, want een verlengkabel is verboden.
  • Het laadpunt plaatst u het best in rekening met de manier waarop u meestal parkeert: vooruit of achteruit.
  • Kies of u een laadpunt tegen de muur of aan een laadpaal wilt.

Laadkabel of stopcontact

Kies of u een laadpunt wilt met een vaste laadkabel of een laadpunt zonder vaste kabel en met stopcontact type 2. Als u kiest voor een laadpunt met een vaste laadkabel moet u wel nog de juiste connector type 1 of 2 aansluiten.

Laadvermogen

Kies een laadpunt afhankelijk van het laadvermogen van uw voertuig. Het heeft weinig zin om een krachtiger laadpunt te kiezen dan dat uw voertuig aankan.

Vermogen van aansluiting thuis

Het standaardvermogen van een huishoudelijke aansluiting bedraagt 9,2 kW en heet een monofasige aansluiting van 40 A. Niet elk huis heeft zo een aansluiting. De stroom kan groter of kleiner zijn.

  • Als uw huis een driefasige aansluiting heeft, dan moet zowel uw installatie, laadpunt, laadkabel en elektrisch voertuig dat toelaten.
  • Als er niet veel overschot is, kunt u tijdens het laden geen of weinig andere elektrische toestellen gebruiken.
  • U kunt een verzwaring aanvragen bij de distributienetbeheerder Fluvius.

De aansluiting van uw elektriciteitsnet

Het is belangrijk om te weten op welk elektriciteitsnet u bent aangesloten. In België bestaan er 2 soorten: 3N400V en 3,230 V. Als u aangesloten bent op de laatste soort, moet u rekening houden met de volgende zaken:

  • Om driefasig te laden, hebben alle elektrische wagens 400 V nodig. Wie aangesloten is op 3,230 V heeft een transformator nodig om driefasig te kunnen laden. Sommige elektrische wagens kunnen wel laden aan een driefasig laadpunt gevoed met 230 V, maar daarbij gebruiken ze maar 2 van de 3 fasen en het vermogen ligt dan lager.
  • Sommige elektrische wagens willen niet laden als er geen nulgeleider is. Zelfs als u alleen maar monofasig wilt laden, hebt u een transformator nodig, zowel voor een laadpunt (Mode 3) als voor laden via een stopcontact (Mode 2).
  • Sommige laadkabels voor Mode 2 werken niet als er geen nulgeleider is. Ligt het probleem enkel bij de laadkabel en niet bij uw elektrische wagen? Dan kunt u een andere laadkabel nemen.

Differentieelstroomschakelaar

Elk laadpunt moet beschermd worden door een aparte differentieelstroomschakelaar van 30 milli-ampère (mA) of minder. De installateur moet daarvoor zorgen.

CE-markering

Zoals alle elektrisch materiaal dat in Europa verkocht wordt, moet het laadpunt voorzien zijn van de CE-markering.

Via een stopcontact (Mode 2)

Wanneer er geen laadpunt beschikbaar is en de snelheid geen rol speelt, kunt u in veel gevallen laden via een gewoon, huishoudelijk stopcontact (Mode 2). Hou daarbij rekening met de volgende zaken.

Plaats

U moet uw elektrische wagen voldoende dicht bij het stopcontact kunnen parkeren. Het gebruik van een verlengkabel of stekkerdoos wordt sterk afgeraden, want die zorgen voor extra verliezen en kunnen te warm worden. Als u toch een verlengkabel of kabelhaspel wil gebruiken, moet die volledig afgerold worden. De temperatuur in een opgerolde kabel wordt immers ontoelaatbaar hoog, zelfs bij een laadstroom van maar 10A.

Mode 2- laadkabel

U hebt een Mode 2-laadkabel nodig. Met een gewoon, huishoudelijk stopcontact, moet de laadstroom beperkt blijven tot 10 A. Kijk na of uw laadkabel die begrenzing bevat.

Beveiliging

  • Vanaf 1 januari 2018 moeten alle Mode 2-laadkabels een beveiliging bevatten tegen een foutstroom van 6 mA DC of meer. Als u een oudere laadkabel hebt, moet u in de specificaties nagaan of hij die beveiliging heeft. Als dat niet het geval is, vervangt u hem beter.
  • De elektrische installatie in haar geheel en het stopcontact in het bijzonder moeten in goede staat zijn.

Aarding en nulgeleider

  • Het stopcontact moet een aarding hebben.
  • Bij een beperkt aantal elektrische voertuigen is ook een zogenaamde ‘nulgeleider’ vereist. Dat geldt ook voor sommige laadkabels voor Mode 2.

Als u twijfelt, kan een elektro-installateur u helpen.

Fiscaal voordeel voor plaatsing van laadstation

Geen elektrische wagens zonder laadstations. Daarom geeft de federale overheid een fiscaal voordeel voor de plaatsing van een laadstation om de aangroei van het aantal laadstations te stimuleren, zowel thuis als op het werk.