Uw elektrische wagen thuis laden
U kunt uw elektrische wagen thuis op 2 manieren laden: aan een laadpunt of aan het stopcontact.
Slim laden met uw zonnepanelen
Wilt u zoveel mogelijk zonnestroom gebruiken om uw elektrische wagen op te laden? Kies dan voor een laadpunt dat slim kan worden aangestuurd door een energiebeheersysteem. Zo’n systeem stemt het laden automatisch af op de productie van uw zonnepanelen. Uw wagen laadt dan sneller wanneer er veel zonnestroom beschikbaar is, en trager wanneer er minder productie is. Zo gebruikt u meer van uw eigen zonnestroom en maakt u laden voordeliger en milieuvriendelijker.
Wilt u energiebeheersystemen vergelijken? Meer informatie vindt u op maakjemeterslim.be.
Via een laadpunt
De installatie van een laadpunt thuis gebeurt het best door een installateur en moet achteraf gekeurd worden. De installateur kan die keuring regelen. Bij de keuze van een laadpunt zijn er een aantal zaken waar u rekening mee moet houden:
Plaats
- Het laadpunt moet voldoende dicht bij het elektrische voertuig geplaatst worden, want een verlengkabel is verboden. De meeste laadkabels zijn slechts 3 tot 5m lang.
- Het laadpunt plaatst u het best rekening houdend met de manier waarop u meestal parkeert: vooruit of achteruit.
- Kies of u een laadpunt tegen de muur of aan een paal wilt.
Laadkabel
Kies tussen een laadpunt met een vaste laadkabel, die u meteen in de wagen steekt, of een laadpunt zonder vaste kabel, waarvoor u telkens een losse laadkabel gebruikt.
Laadvermogen
Kies een laadpunt afhankelijk van het laadvermogen van uw voertuig. Het heeft weinig zin om een krachtiger laadpunt te kiezen dan dat uw voertuig aankan. De meeste laadpunten bedoeld voor thuisgebruik hebben een maximaal vermogen van 11 kW. Afhankelijk van uw laadbehoefte kan dat vermogen beperkt worden. Bij thuis laden volstaat het meestal om aan (veel) lagere vermogens te laden.
Vermogen van uw aansluiting thuis
Veel woningen hebben een elektriciteitsaansluiting van 9,2 kW. Dat is een gewone monofasige aansluiting van 40 A. Maar niet elke woning heeft dezelfde aansluiting.
- Als uw huis een driefasige aansluiting heeft, dan moeten zowel uw installatie, laadpunt, laadkabel en elektrisch voertuig dat toelaten indien u driefasig wenst te laden.
- Als uw huis een kleine elektrische aansluiting heeft zonder zonnepanelen, kunt u tijdens het laden geen of weinig andere elektrische toestellen gebruiken.
- U kunt een verzwaring aanvragen bij de distributienetbeheerder Fluvius.
De aansluiting van uw elektriciteitsnet
Het is belangrijk om te weten op welk elektriciteitsnet u bent aangesloten. In België bestaan er 2 soorten: 3N400V en 3 X 230 V. Als u aangesloten bent op de laatste soort, moet u rekening houden met de volgende zaken:
- Om driefasig te laden, hebben alle elektrische wagens 400 V nodig. Wie aangesloten is op 3 X 230 V heeft een transformator nodig om driefasig te kunnen laden. Sommige elektrische wagens kunnen wel laden aan een driefasig laadpunt gevoed met 230 V, maar daarbij gebruiken ze maar 2 van de 3 fasen en het vermogen ligt dan lager.
- Sommige elektrische wagens willen niet laden als er geen nulgeleider is. Zelfs als u alleen maar monofasig wilt laden, hebt u een transformator nodig, zowel voor een laadpunt als voor laden via een stopcontact.
- Sommige laadkabels voor laden via het stopcontact werken niet als er geen nulgeleider is. Ligt het probleem enkel bij de laadkabel en niet bij uw elektrische wagen? Dan kunt u een andere laadkabel nemen.
Differentieelstroomschakelaar
Elk laadpunt moet beschermd worden door een aparte differentieelstroomschakelaar van 30 milli-ampère (mA) of minder. De installateur moet daarvoor zorgen.
CE-markering
Zoals alle elektrisch materiaal dat in Europa verkocht wordt, moet het laadpunt voorzien zijn van de CE-markering.
Via een stopcontact
Laden via het stopcontact moet als een noodoplossing worden gezien en is geen volwaardig alternatief voor een vast laadpunt. Wanneer u over de mogelijkheid beschikt om een vast laadpunt te installeren, valt dit steeds te verkiezen boven een stopcontact. Een stopcontact is niet ontworpen is voor langdurige grote vermogens. Wanneer dit toch gebeurt kan dat leiden tot oververhitting en uiteindelijk brand.
Indien er toch gebruik gemaakt wordt van een stopcontact dient er aan een aantal voorwaarden te worden voldaan.
Het stopcontact & de elektrische installatie
Het stopcontact dat gebruikt wordt om de laadkabel op aan te sluiten moet op een eigen, exclusieve stroomkring rechtstreeks in de zekeringkast aangesloten zijn. Het is dus niet toegelaten om de laadkabel in te pluggen in een stopcontact dat aangesloten is op een stroomkring waar ook andere stopcontacten op aangesloten zijn.
Het stopcontact is gecertificeerd voor minimaal 16 ampère piekverbruik en 10 ampère continu verbruik.
De stroomkring moet beveiligd zijn tegen DC-lekstromen, met een Type B differentieelschakelaar van 30 milli-ampère of een differentieelschakelaar Type A van 30 milli-ampère in combinatie met een laadkabel die over een 6mA DC-lekdetectie beschikt.
De stroomkring moet correct gedimensioneerd zijn. Dit betekent dat de bekabeling een minimale doorsnede van 2,5 mm² moet hebben en beveiligd moet zijn met een passende automaat van maximaal 20A.
Plaats
U moet uw elektrische wagen voldoende dicht bij het stopcontact kunnen parkeren. Het gebruik van een verlengkabel of stekkerdoos is absoluut te vermijden. Die zorgen voor extra verliezen en kunnen te warm worden wat voor brand kan zorgen.
Laadkabel voor het stopcontact
U hebt een Mode 2-laadkabel nodig. Met een gewoon, huishoudelijk stopcontact, moet de laadstroom beperkt blijven tot 10A. Kijk na of uw laadkabel die begrenzing bevat.
Beveiliging
- Alle Mode 2-laadkabels moeten een beveiliging bevatten tegen een foutstroom van 6 mA DC. Als u een oudere laadkabel hebt, moet u in de specificaties nagaan of hij die beveiliging heeft. Als dat niet het geval is, vervangt u hem beter.
- De elektrische installatie in haar geheel en het stopcontact in het bijzonder moeten in goede staat zijn.
Aarding en nulgeleider
- Het stopcontact moet een aarding hebben.
- Bij een beperkt aantal elektrische voertuigen is ook een zogenaamde ‘nulgeleider’ vereist. Dat geldt ook voor sommige laadkabels.
Als u twijfelt, kan een elektro-installateur u helpen.