Na een openbare consultatie besliste VREG definitief over de toekomstige tariefstructuur.

Met het oog op de energietransitie worden de ‘netkosten’ (de kosten voor het aanleggen, beheren en onderhouden van de elektriciteitsnetten en het vervoer van elektriciteit) vanaf 2022 grotendeels op basis van capaciteit aangerekend. Dit is ook het geval voor een deel van de transmissiekosten.

Op dit moment worden de nettarieven aangerekend op basis van de afgenomen kWh. Hoe meer u verbruikt, hoe hoger uw netfactuur. Dit verandert voor het deel ‘netkosten’ vanaf 2022. De andere kosten opgenomen in de distributienettarieven, met name de kosten voor openbaredienstverplichtingen, de toeslagen en de overige transmissiekosten, blijven aangerekend worden op basis van de afgenomen kWh.

Door meer lokale hernieuwbare energie, meer elektrische voertuigen en meer warmtepompen zullen de distributienetten in de toekomst meer en anders gebruikt worden én blootgesteld worden aan grotere (gelijktijdige) piekbelastingen. Die piekbelastingen zouden ertoe kunnen leiden dat de distributienetbeheerders zware investeringen moeten doen om het net betrouwbaar te houden. Dat zou de distributienettarieven sterk kunnen doen toenemen. Om dit te vermijden en het net voor iedereen betaalbaar te houden, willen we alle netgebruikers bewust maken dat hoge pieken in hun verbruik extra kosten voor het net met zich kunnen meebrengen en hen zo aanmoedigen om het net efficiënt te gebruiken.

Impact op een gezin en bedrijf

VREG begrijpt dat de invoering van een nieuwe tariefstructuur voor elektriciteit een ingrijpende wijziging is die mogelijk heel wat vragen oproept. Ter voorbereiding van de invoering op 1 januari 2022 zullen ze, samen met de netbeheerders en energieleveranciers, de nodige acties ondernemen om u wegwijs te maken in deze nieuwe situatie. U zal hierdoor beter kunnen inschatten wat het capaciteitstarief betekent voor uw portemonnee.

  • Het capaciteitstarief zal de energietransitie (meer lokale hernieuwbare energie, meer elektrische voertuigen en meer warmtepompen) faciliteren – niet afremmen.
  • Bij wie een digitale meter heeft, zal het capaciteitstarief aangerekend worden op basis van de ‘gemiddelde maandpiek (kW)’. Deze gemiddelde maandpiek is het gemiddelde van uw 12 laatste ‘maandpieken’. Deze maandpiek staat los van het aansluitingsvermogen. Het maakt dus niet uit of u een éénfasige of driefasige aansluiting heeft.
  • Wie een klassieke meter heeft zal een minimale vaste bijdrage betalen die overeenstemt met een verbruikspiek van 2,5 kW. De overige netkosten zullen op basis van uw afgenomen kWh aangerekend blijven worden.
  • Het samen aanzetten van verschillende gebruikelijke huishoudelijke toestellen heeft in de meeste gevallen maar een beperkte impact op het te betalen capaciteitstarief. De maandpiek komt namelijk overeen met het hoogste kwartiervermogen – ofwel het gemiddelde vermogen op kwartierbasis – dat u in een maand heeft gebruikt; niet met het hoogste ogenblikkelijke vermogen. Het vermogen weergegeven op een toestel geeft hierdoor geen volledig beeld van de impact van dat toestel op het te betalen capaciteitstarief. Ook de duur waarover dit vermogen wordt gevraagd en het verloop van de cyclus van het toestel spelen een belangrijke rol.

Veelgestelde vragen over de nieuwe tariefstructuur ((opent in nieuw venster)) en de impact op uw energiefactuur vindt u op de website van VREG.