Mogelijke bestemmingen

  • Residentieel: bestemd voor (collectieve) bewoning
    • woningen: een (eengezins)woning is een gebouw bestaande uit 1 residentiële gebouweenheid
    • appartementen en studio’s: een residentiële gebouweenheid in een gebouw met meerdere gebouweenheden
    • collectieve woongebouwen: een residentiële gebouweenheid waarbij verschillende personen buiten gezinsverband wonen met uitzondering van welzijns- of gezondheidsvoorzieningen, internaten in een onderwijsinstelling, slaap-, verblijf- en leefruimtes in kazernes, religieuze gebouwen en penitentiaire voorzieningen.
  • Industrie: bestemd voor de productie, de bewerking, de opslag of manipulatie van goederen, zoals herstelplaatsen voor voertuigen (auto, tram, trein), industriële bakkerijen en slachterijen, datacentra, drukkerijen, textielfabrieken, brouwerijen.
  • Landbouw: gebouw(deel) in een landbouwbedrijf dat niet voor bewoning bestemd is.
  • Niet-residentieel: niet-residentiële, niet-industriële en niet-landbouw bestemming:
    • kantoor
    • school
    • gezondheid
    • sport
    • handel
    • horeca
    • bijeenkomst
    • eenheden in publieke gebouwen of overheidsgebouwen.

Hoofdbestemming bepalen

In een gebouweenheid kunnen meerdere bestemmingen voorkomen.

Als dit het geval is, moet de hoofdbestemming worden bepaald en dit gebeurt op basis van de bruikbare vloeroppervlakte die elke bestemming inneemt in de eenheid.

  • Als gebouwdelen met de bestemming industrie meer dan 70% van de bruikbare vloeroppervlakte innemen, is de hoofdbestemming van de gebouweenheid industrie.
  • In alle andere gevallen is de hoofdbestemming gelijk aan de bestemming (die niet industrie is) met de grootste bruikbare vloeroppervlakte.
  • Als er geen grootste bruikbare vloeroppervlakte bepaald kan worden en geen redelijke inschatting, is de hoofdbestemming niet-residentieel.
  • Is er twijfel bij het bepalen van de hoofdbestemming, dan moet de hoofdbestemming ‘niet-residentieel’ genomen worden.
  • Is de hoofdbestemming industrie of landbouw, dan kan er geen EPC opgemaakt worden.
  • Bij het bepalen van de bestemming wordt de feitelijke situatie beoordeeld.
  • Bij twijfel wordt naar het laatste gebruik van de eenheid gekeken.
  • Alleen als de bestemming niet uit de feitelijke situatie of voorgaand gebruik kan afgeleid worden, mag uitzonderlijk worden gekeken naar de vergunde bestemming (vb. cascobouw of ruwbouw).
  • Als ook de vergunde situatie niet gekend is, moet gekozen worden voor niet-residentieel.

Voorbeelden