Wat is alternerend leren?

Alternerend leren is een leermethode waarbij het aanleren van algemene en beroepsspecifieke competenties verdeeld wordt over een werkplek bij een onderneming en een opleidingsverstrekker. Onder alternerend leren vallen zowel Duaal leren als Leren en Werken (L&W).

Vlaams Partnerschap Duaal Leren: bevoegdheden en jaarrapport

Het Departement Werk en Sociale Economie levert, ter ondersteuning van het Vlaams Partnerschap Duaal Leren, elk jaar een jaarrapport af met als doel een stand van zaken op te maken van alternerend leren in Vlaanderen. Het jaarrapport dat in dit artikel wordt samengevat, doet verslag over beide vormen van alternerend leren en over de rol van de sectorale partnerschappen en het Vlaams Partnerschap Duaal Leren in het schooljaar 2020-2021.

Bij de invoering van het decreet tot regeling van bepaalde aspecten van alternerende opleidingen (decreet OAO) in 2016 kreeg het Vlaams Partnerschap Duaal Leren zeven bevoegdheden toegekend. Die bevoegdheden omvatten het informeren, mobiliseren, erkennen en ondersteunen van ondernemingen met het oog op een versterking, zowel kwantitatief als kwalitatief, van het aanbod aan werkplekken. Daarnaast is het partnerschap bevoegd voor de controle op de uitvoering van overeenkomsten op de werkplek en voor het opheffen van erkenningen en uitsluiten van ondernemingen. Die bevoegdheden kunnen door het Vlaams Partnerschap Duaal Leren gedelegeerd worden aan sectorale partnerschappen. Op moment van opmaak van het rapport waren er 18 sectorale partnerschappen, samengesteld uit relevante onderwijs- en werkpartners uit de betreffende sector.

Het jaarrapport heeft als doel een stand van zaken op te maken van alternerend leren in Vlaanderen. De gegevens zijn verzameld aan de hand van data, getrokken uit het digitale loket werkplekduaal.be, de databank van het departement van Onderwijs en Vorming AGODI en de rapportering door de sectorale partnerschappen via een kwantitatieve en kwalitatieve survey. Het rapport neemt u mee door de jaarwerking van de partnerschappen en het Vlaams Partnerschap Duaal Leren, tussen september 2020 en augustus 2021, met een terugblik op de laatste schooljaren om bepaalde evoluties in kaart te brengen.

Het eerste deel van het rapport geeft een overzicht van de acties van de partnerschappen voor alternerend leren per bevoegdheid. Het tweede deel van het rapport focust specifiek op Duaal Leren in vergelijking met het stelsel Leren en Werken (L&W).

Een veranderende context: transities, corona en ondersteunende initiatieven

Schooljaar 2020-2021 was een jaar van verandering in de organisatie en regie van alternerend leren. Zo werd de ondersteuning van de regie van de werkplekcomponent alternerend leren door het Vlaams Partnerschap Duaal Leren vanaf 1 januari 2021 overgeheveld van SYNTRA Vlaanderen naar het Departement van Werk en Sociale Economie. Dit departement neemt samen met Departement Onderwijs en Vorming de secretariaatsrol op van het Vlaams Partnerschap Duaal Leren. Er werd gewaakt over de onverminderde verderzetting van de kwalitatieve dienstverlening. Daarnaast werd, net zoals het voorgaande schooljaar, schooljaar 2020-2021 getekend door de coronacrisis. De getroffen maatregelen hadden ook dat schooljaar een impact op de organisatie van ondernemingen én van onderwijs, en dus op de organisatie van duale en alternerende opleidingen, zeker binnen bepaalde sectoren. De betrokken administraties zorgden samen voor accurate en afgestemde informatieverstrekking om leerlingen, ouders, trajectbegeleiders, mentoren en ondernemers te ondersteunen.

Om de impact van corona zoveel mogelijk in te perken en kwaliteitsvolle opleidingstrajecten te blijven garanderen, werd in 2020 vanuit het Vlaams Partnerschap een relancenota geschreven, ie opriep tot acties om de organisatie van duaal leren tijdens en na de coronacrisis verder te versterken. Centraal zetten de stakeholders alles in het werk opdat lerenden in een veilige omgeving kunnen leren en werken, zowel in scholen en opleidingscentra als in ondernemingen. Verder pleitte men voor flexibele trajecten, ondersteuning voor ondernemingen, opleidingsverstrekkers en leerlingen, aandacht voor technologie en sensibilisering op maat van jongeren, ouders, leerkrachten en directies.

Vanuit het Relanceplan ‘Alle Hens Aan Dek’ kende de Vlaamse Regering aan de ondernemingen die zich engageren in het alternerend en duaal leren, een aanvullende stagebonus toe. Dat was een tijdelijke maatregel voor het schooljaar 2020-2021, die ondernemingen een duwtje in de rug gaf om ook tijdens coronatijden te kiezen voor de jeugd en toekomstige werknemers een kans te geven op een kwalitatief opleidingstraject op de werkvloer. Deze maatregel werd definitief goedgekeurd door de Vlaamse Regering op 23 april 2021 en werd gerealiseerd met financiële steun van de Europese Unie.

Daarnaast vormen de duale addenda bij de sectorconvenants een nieuw financieel kader voor de sectorale organisaties betrokken in sectorale partnerschappen, om zo tegemoet te komen aan de nood aan extra tijd, middelen en mensen. Mede dankzij de duale addenda van 2021-2022 zetten de sectoren (bijkomend) in op prospectie en op het ondersteunen en aanmoedigen van ondernemingen bij het hernieuwen van de erkenning. Ook aan het verhogen van de kwaliteit van de leerwerkplekken wordt gewerkt; via bezoeken aan de onderneming ter plaatse (of virtueel tijdens corona), via acties die inzetten op het ondersteunen en coachen van mentoren, via het organiseren (digitaal of met kleinere deelnemersgroepen tijdens corona) en het nauwgezet opvolgen van de mentoropleiding. Daarnaast zijn er ook acties rond samenwerking en kennisdeling tussen onderwijs- en werkpartners, zoals het organiseren van verschillende netwerkmomenten en lerende netwerken en het gezamenlijk ontwikkelen van didactisch materiaal en tools. Deze (bijkomende) acties uit de duale addenda werden vertaald in de jaaractieplannen van de sectorale partnerschappen.

Verder werd er ingezet op de verruiming van het aantal standaardtrajecten, waardoor opleidingsverstrekkers bij de start van het schooljaar 2021-2022 tal van extra mogelijkheden hadden om duale opleidingen aan te bieden aan hun leerlingen. Sectoren stonden klaar om de zoektocht naar kwalitatieve werkplekken te ondersteunen. Via de banden die gesmeed worden tussen de sectorale partnerschappen en de provinciale overlegfora voor Duaal Leren, zorgen we dat opleidingsverstrekkers duidelijk in het vizier hebben welke opleidingen in hun regio relevant zijn, en waar ondernemingen klaar staan om leerlingen een plaats aan te bieden.

Door deze acties en de inzet van de sectorale partnerschappen kon alternerend leren zoveel mogelijk worden verdergezet tijdens schooljaar 2020-2021. In dat schooljaar werden zelfs twee nieuwe sectorale partnerschappen opgestart, namelijk ‘Binnenvaart’ en ‘Grafische sectoren en papier- en kartonbewerkende sector’.

Mobilisering en erkenning van nieuwe werkplekken

De meerderheid van de partnerschappen hebben hun promotionele activiteiten kunnen verderzetten ter mobilisering van nieuwe werkplekken. Uit de bevraging blijkt dat alle partnerschappen één of meerdere acties ondernemen om ondernemingen te mobiliseren, zoals actieve prospectie en promotie via sociale media, brochures en netwerkevents. Vaak ondernemen de partnerschappen mobiliserende acties voor verschillende vormen van alternerend leren, zowel Leren en Werken als Duaal Leren. Ten opzichte van vorig schooljaar ondernamen ook dubbel zoveel sectorale partnerschappen acties voor Duaal Leren, voornamelijk met betrekking tot prospectie van nieuwe werkplekken. In juli 2021 liepen de eerste erkenningen die goedgekeurd werden in 2016 af, waarna de ondernemingen konden beslissen deze erkenning te hernieuwen. De partnerschappen ondernamen daarom ook uitgebreid acties om ondernemingen aan te moedigen om hun aflopende erkenningen te hernieuwen.

Om als werkplek erkend te worden voor een bepaalde opleiding, moet de onderneming een erkenningsaanvraag indienen via de applicatie werkplekduaal. Dit jaar werden duidelijk meer erkenningsaanvragen ingediend dan vorig schooljaar, een indicatie van herstel na de zware eerste periodes van lockdown in het voorjaar van 2020. Er worden steeds meer erkenningsaanvragen ingediend bij de sectorale partnerschappen en steeds minder bij het Vlaams Partnerschap Duaal Leren, wat betekent dat de sectoren steeds meer het erkenningsproces zelf in handen nemen. Dit heeft te maken met de opstart van de nieuwe sectorale partnerschappen Binnenvaart en Grafische sector. In het schooljaar 2021-2022 wordt ook voor de grootste sector onder het Vlaams Partnerschap, namelijk Verkoop en Marketing, een sectoraal partnerschap voor Duaal Leren opgericht. De meeste erkenningsaanvragen worden echter nog steeds niet ingediend door de ondernemingen zelf, maar door de opleidingsverstrekkers. Het zijn dus nog steeds voornamelijk opleidingsverstrekkers die ondernemingen aanzetten om zich te laten erkennen, doorgaans in het kader van de zoektocht naar de werkplek voor een leerling.

Tijdens de erkenningsprocedure moeten de ondernemingen en mentoren aan alle voorwaarden voldoen om als werkplek erkend te worden. Daarom worden ondernemingen uitgebreid begeleid en geëvalueerd via administratieve controles, contactopnames en plaatsbezoeken. Ook bij de begeleiding van de werkplekken was de impact van corona voelbaar. Zo vonden net als vorig schooljaar weinig fysieke plaatsbezoeken plaats, met voornamelijk een daling in het aantal bezoeken in de sectoren Horeca en Technologische industrie. Alternatief werden wel duidelijk meer virtuele bezoeken geregistreerd. Andere acties zoals administratieve controle en contactopname werden wel nog ondernomen voor de meerderheid van de vestigingen die een erkenningsaanvraag indienden. Bijkomende acties die door de meerderheid van de partnerschappen ondernomen werden, waren onder meer het voorzien van bijkomende informatie tijdens de erkenningsprocedure, het inwinnen van advies van sociale partners, ondersteuning bieden bij het gebruik van werkplekduaal en contactopname met de school.

Dit schooljaar werden 35% meer erkenningsaanvragen behandeld ten opzichte van vorig schooljaar. De meerderheid van deze erkenningsaanvragen zijn nog steeds voor opleidingen in het kader van L&W, maar het aandeel erkenningsaanvragen voor Duaal Leren stijgt elk jaar. Quasi al deze erkenningen werden manueel behandeld door de sectorale partnerschappen met zeer weinig automatische goedkeuringen. Dit geeft aan dat de sectorale partnerschappen de aanvragen voornamelijk binnen de periode van 14 dagen behandelen (binnen die termijn dient de aanvraag behandeld te worden, en wanneer dat niet gebeurt, volgt de automatische goedkeuring). Het merendeel van deze erkenningsaanvragen werden goedgekeurd. Zo werden in schooljaar 2020-2021, 5778 erkenningen goedgekeurd bij 2720 ondernemingen en 2994 vestigingen, voornamelijk in de provincie Antwerpen. Wanneer een erkenning toch werd afgekeurd, was dat voornamelijk omwille van het ontbreken van de nodige bedrijfsuitrusting. In het schooljaar 2020-2021 werd ook een groot aantal erkenningen opgeheven omwille van het gebrek aan een mentor die aan alle voorwaarden voldoet. Daarnaast liepen ook voor het eerst erkenningen te einde, na een erkenningstermijn van 5 jaar.

Begeleiding van werkplekken en mentoren

Ook na de erkenning ondernamen de meeste partnerschappen verschillende acties om de ondernemingen te begeleiden, zoals contactopname met de opleidingsverstrekker, trajectbegeleider, vestiging of mentor, administratieve ondersteuning, informatieverschaffing en ondersteuning bij matching. Partnerschappen kunnen proactief acties ondernemen, maar veel partnerschappen reageren eerder op meldingen of signalen van stakeholders zoals de opleidingsverstrekkers en ondernemingen, knipperlichten in werkplekduaal of eigen monitoring.

Sinds 1 september 2019 zijn mentoropleidingen verplicht en wordt de opvolging hiervan geregistreerd in de applicatie werkplekduaal. De meeste partnerschappen ondernemen acties om de ondernemingen te informeren en stimuleren tot het volgen van deze mentoropleiding. Omwille van de coronamaatregelen werd de termijn voor het volgen van een mentoropleiding verlengd met 6 maanden voor ondernemingen die een erkenning kregen in de periode van 1 september 2019 tot en met 31 maart 2020. 58% van de als mentor opgegeven personeelsleden van ondernemingen in schooljaar 2019-2020, volgden de opleiding of kregen een vrijstelling. Voor mentoren die opgegeven werden in het schooljaar 2020-2021, is dit 42%. Het grootste aandeel mentoren heeft nog steeds de status “op te volgen”, omdat de termijn voor het volgen van hun mentoropleiding nog niet verlopen is. Omwille van de coronacrisis was het soms moeilijk om mentoropleidingen te laten doorgaan. Slechts bij 12 partnerschappen kon de meerderheid van de mentoropleidingen georganiseerd worden. 11 partnerschappen konden hun aanbod aan mentoropleidingen ook in meer of mindere mate digitaliseren.

Bijkomende acties

Naast de acties op vlak van mobilisering, erkenning en begeleiding van de werkplekken, zetten de partnerschappen ook in op bijkomende acties, de meeste hiervan specifiek voor Duaal Leren. Het gaat hier dan voornamelijk om verschillende vormen van samenwerking tussen de sectorale partnerschappen en andere stakeholders zoals opleidingsverstrekkers, leergemeenschappen, ondernemingen, andere sectorale partnerschappen of leerlingen in het kader van een verbeterde samenwerking, informatie-uitwisseling, ondersteuning, monitoring en onderzoek en de algemene verbetering van de kwaliteit de opleiding. Daarnaast werden ook nog extra acties ondernomen in het kader van corona, om het indienen van erkenningsaanvragen aan te moedigen en te blijven behandelen, mentoropleidingen te blijven organiseren en ondernemingen beter te ondersteunen.

Evolutie van inschrijvingen en overeenkomsten

In het algemeen vond er een lichte stijging plaats van het aantal inschrijvingen in alternerende opleidingen, met een stijgend aandeel inschrijvingen voor duale opleidingen (+17%). De meerderheid van de inschrijvingen wordt nog steeds geregistreerd in DBSO-opleidingen. Daarnaast is over alle stelsels heen 70% van de inschrijvingen van mannelijke leerlingen en 30% vrouwelijke. De leerlingen in het DBSO zijn het jongst; zo is 69% van de leerlingen in DBSO 18 jaar of jonger. Binnen Duaal Leren is 47% van de leerlingen ouder dan 18 jaar. De meerderheid van de leerlingen hadden de Belgische nationaliteit. In DBSO heeft 27% van de leerlingen een niet-Belgische nationaliteit. Binnen de opleidingen Duaal Leren is dit 11% van de leerlingen. In het schooljaar 2020-2021 werden 1810 inschrijvingen geregistreerd voor Duaal Leren in 74 standaardtrajecten bij 186 scholen. De meerderheid van de duale leerlingen ingeschreven op 1 februari 2021 haalden een studiebewijs, voornamelijk een diploma secundair onderwijs (35%).

In het schooljaar 2020-2021 liepen 6734 overeenkomsten van 5742 leerlingen bij 180 scholen en 4316 ondernemingen. 5351 van deze overeenkomsten werden gestart in het schooljaar 2020-2021 zelf, een stijging van 3% ten opzichte van het schooljaar 2019-202, waarvan 63% voor L&W opleidingen en 37% voor Duaal Leren. Het aantal gestarte overeenkomsten in het kader van L&W daalt wel elk jaar, terwijl het aantal duale overeenkomsten stijgt. Er worden steeds minder overeenkomsten vroegtijdig beëindigd, maar nog steeds gaat het om een groot aantal van het totaal aantal afgelopen overeenkomsten (33%). Net als vorig jaar werden overeenkomsten voornamelijk vroegtijdig beëindigd omwille van een moeilijke samenwerking tussen onderneming en leerling, het beëindigen of veranderen van de opleiding van de leerling en overmacht.

Meer weten?

Meer details, een uitgebreide stand van zaken en cijfermateriaal zijn te vinden in het jaarrapport van het Vlaams Partnerschap Duaal Leren.