Wat brengt de dynamiekmonitor in kaart?

De focus van deze dynamiekmonitor ligt op de evolutie van bewegingen van werknemers, jobs en werkgevers tijdens het eerste en tweede jaar van de coronacrisis. Die bewegingen kunnen gaan over aanwervingen, exits, toenames in het aantal jobs… Werkgevers maakten tijdens de coronacrisis gebruik van uitzendarbeid en tijdelijke werkloosheid. Dit had een grote invloed op het aantal werknemers en gewerkte uren op de Belgische en Vlaamse arbeidsmarkt. Ook die evolutie brengt de monitor in kaart.

De cijfers die in het onderzoek centraal staan, traceren veranderingen in de werkgelegenheid op het niveau van de werkgever en brengen bewegingen in kaart die verborgen blijven achter de gebruikelijke netto-statistieken. Daarbij wordt rekening gehouden met overnames of fusies van ondernemingen: dit zijn wijzigingen waarbij de jobs niet noodzakelijk verloren gaan.

Het onderzoek omvat gedetailleerde gegevens per sector en voor het Vlaams Gewest, maar ook tot op het niveau van verschillende Vlaamse subregio’s in de Vlaamse provincies. Enkele voorbeelden van zulke subregio’s zijn de provinciehoofdsteden, maar ook onder andere Roeselare, Dendermonde, Maaseik en Mechelen.

Vijf evoluties komen aan bod:

  1. Aanwervingen en exits
  2. Jobtoename en -afname
  3. Uitzendjobs
  4. Starters
  5. Tijdelijke werkloosheid

Wil u de cijfers op een overzichtelijke manier raadplegen? Bekijk dan de infographic op pagina 12 in het onderzoeksrapport ((opent in nieuw venster)).

Dynamiekmonitor voor het Vlaams Gewest

De arbeidsmarktdynamiek werd in het Vlaams Gewest tijdens het eerste crisisjaar zwaarder getroffen dan de andere gewesten. We zien er, in vergelijking met het Brussels en Waals Gewest, de grootste daling van de aanwervingen en de jobtoename, en tegelijk groeit de jobafname exponentieel.

Vanaf 2020-2021 kent het Vlaams Gewest een inhaalbeweging, maar vooral het Waals Gewest toont de sterkste tekenen van herstel. Zo bereiken de aanwervingen daar alweer het niveau van voor de crisis, terwijl in Vlaanderen nog steeds minder mensen instromen dan in de periode voor corona.

Werk-naar-werktransities

Opvallend is dat de werk-naar-werk transities in loondienst sterker afzwakken in het Vlaams Gewest dan in de andere gewesten. Terwijl die in 2020-2021 opnieuw sterk zijn gestegen in het Waals Gewest, blijft deze mobiliteit in Vlaanderen verder dalen. Minder mensen veranderen van job, terwijl we bij een economisch herstel net meer mobiliteit verwachten op de arbeidsmarkt, zoals in het Brussels en vooral het Waals Gewest. Die wissels zijn een krachtige motor voor de invulling van vacatures. Het gebrek aan werk-naar-werk transities in loondienst werpt zo een nieuw licht op de hoge vacaturegraad en de arbeidsmarktkrapte in het Vlaams Gewest. De wissels in loondienst meten enkel transities van één loontrekkende betrekking naar een andere loontrekkende betrekking.

Ondernemerschap

In groot contrast staat de evolutie van startende ondernemingen en zelfstandigen. Hun aantallen blijven tijdens het eerste jaar crisis verder stijgen in het Vlaams Gewest, terwijl ze in de andere twee gewesten dalen. Mogelijk treedt hier een verschuiving op tussen statuten, waarbij meer werknemers in Vlaanderen zijn overgestapt van een loontrekkend naar een zelfstandigen statuut (in bijberoep) in vergelijking met vorige jaren en in vergelijking met andere gewesten. Dit kan een gedeeltelijke verklaring zijn voor de verminderde werk-naar-werk transities. Het is een voorzichtige hypothese, die verder onderzoek nodig heeft.

Uitzendarbeid en tijdelijke werkloosheid

Uitzendwerk daalt sterk in elk gewest tijdens de eerste crisisgolf. De uitzendsector neemt duidelijk de rol op van schokdemper op de arbeidsmarkt. Een half jaar later zien we de eerste tekenen van herstel. Het Waals Gewest scoort hier beter dan het Vlaams Gewest. Ook werd in zo goed als elke sector tijdelijke werkloosheid (zowel tijdens de eerste als tweede coronagolf) intensiever ingezet in het Waals dan in het Vlaams Gewest.

Subregionale dynamiekmonitor

Er zijn grote verschillen tussen subregio’s wat betreft de evolutie van in- en uitstroombewegingen tijdens het eerste jaar van de crisis. Subregio’s in Vlaams-Brabant, Limburg en Antwerpen evolueerden vrij gemiddeld, maar vooral in West- en Oost-Vlaanderen reageerden subregio’s heel divers.

Dat sommige regio’s tijdens de crisis beter blijven scoren dan andere, heeft een duidelijke sectorale grondslag. In regio’s waar het sectoraal profiel eerder gericht is op industrie en bouw, houdt de arbeidsmarkt goed stand. In regio’s waarvan het profiel eerder bestaat uit commerciële en niet-commerciële diensten, die zwaarder werden getroffen door de crisis, zien we een grotere impact van de crisis.

We doen ook al een voorzichtige uitspraak over de evolutie van de subregionale arbeidsmarkten een jaar na het uitbreken van de crisis. West- en Oost-Vlaanderen vertonen alvast de meest bloeiende heropleving op vlak van in- en uitstroom, al wordt het niveau van voor de crisis nog niet bereikt. In Vlaams-Brabant en Antwerpen vallen de dynamieken sterk terug. Limburg kent op vlak van de instroombewegingen de sterkste heropleving, maar tegelijk zakt de uitstroom naar een dieptepunt.

Conclusie

De coronacrisis had een negatieve impact op het aantal aanwervingen en de toename van het aantal jobs. In vergelijking met het Brussels en Waals Gewest werd de arbeidsmarkt in het Vlaams Gewest harder getroffen. Tegelijk tekent Vlaanderen vanaf 2020-2021 een herstel op. Daarnaast bleef ook tijdens de coronacrisis het aantal startende ondernemingen en zelfstandigen in Vlaanderen stijgen. Deze dynamiekmonitor neemt ook streken binnen de Vlaamse provincies onder de loep. Daarbij zien we dat de impact op de lokale arbeidsmarkten tijdens de coronacrisis heterogeen was, zeker in enkele subregio’s in West- en Oost-Vlaanderen.

Over dit onderzoek

Dit onderzoek monitort de arbeidsmarktdynamiek voor het Vlaams Gewest op basis van gedetailleerde cijfers over alle loontrekkenden in België en de gewesten. Het baseert zich op data van Dynam-Reg, het samenwerkingsverband van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (RSZ) en HIVA-KU Leuven en de drie gewestelijke partners, het Brussels Instituut voor Statistiek en Analyse (BISA), het Departement Werk en Sociale Economie en Waals Instituut voor evaluatie, toekomstverwachting en statistiek (IWEPS), waarin unieke cijfers over de trends in de dynamiek van de arbeidsmarkt beschikbaar worden gesteld.

De uitvoerders van dit onderzoek zijn HIVA-KU Leuven, in het kader van de Viona-Leerstoel “Loopbaantransities en Arbeidsmarktdynamiek 2021-2023”, van het Departement Werk en Sociale Economie.