In dit artikel leest u:

  • hoe doeltreffend de huidige regelgeving inzake dienstencheques is
  • welke lessen we kunnen trekken uit goede praktijken in het buitenland
  • of de bevoegdheidsverdeling voor verbetering vatbaar is
  • op welke vlakken administratieve vereenvoudiging mogelijk is
  • hoe er kan bespaard worden.

Doeltreffendheid van de huidige regelgeving

Het dienstenchequestelsel heeft 3 doelstellingen:

  1. het witten van zwart werk
  2. het verbeteren van de werk-privé-balans
  3. de creatie van jobs voor kwetsbare groepen.

De 3 doelstellingen worden bereikt: tot 50% van de zwarte markt zou verwit zijn, de sector stelt ruim 123.000 mensen te werk, waarvan ongeveer 90.000 netto-jobs (jobs die niet zouden hebben bestaan in afwezigheid van het systeem), en 70% van de gebruikers ziet het systeem als een middel om tijd te maken voor werk en zorg. De werkzaamheidsgraad ligt onder vrouwelijke gebruikers hoger dan onder niet-gebruikers.

Het is een budgettair zwaarwegende maatregel, maar 70-87% van de brutokost wordt elders terugverdiend door de overheid in de vorm van toegenomen fiscale en sociale bijdragen, consumptie en een daling van de uitgaven voor werkloosheids- en andere uitkeringen. De reële eenheidskost van €7,2 per uur (na fiscale aftrek) is voor welgestelde huishoudens eerder laag. Een verhoging van de aankoopprijs van dienstencheques zal echter leiden tot een daling van het gebruik, in de eerste plaats bij gezinnen met eerder bescheiden inkomens. Het Mattheüseffect wordt dan versterkt, en de doelstelling van het creëren van jobs voor kwetsbare groepen komt in gevaar. De rendabiliteit van dienstencheque-ondernemingen gaat in dalende lijn, maar verschilt ook sterk tussen types ondernemingen (privaat versus publiek, bijvoorbeeld).

Lessen uit het buitenland

Er werden enkele landen (Nederland, Frankrijk en Oostenrijk) onderzocht, maar de verschillen zijn te groot om er conclusies uit te trekken.

Bevoegdheidsverdeling

De uitgaven worden gedragen door de gewesten. De terugverdieneffecten situeren zich hoofdzakelijk bij de federale overheid.

Administratieve vereenvoudiging

Het gebruik van elektronische dienstencheques wordt aangemoedigd, ter vervanging van papieren cheques. Gezien het hoge aandeel oudere gebruikers lijkt het niet raadzaam om de papieren optie, waar nog steeds 30% van de gebruikers voor kiest, versneld af te schaffen. Een vereenvoudiging van het beheerssysteem van de dienstencheques wordt, zoals aangekondigd in het Vlaams regeerakkoord 2019-2024, onderzocht. Hierover zijn echter nog geen conclusies beschikbaar om mee te nemen in deze analyse.

Besparingsmogelijkheden

Verschillende besparingsscenario’s werden onderzocht, inspelend op 2 parameters:

  • verhoging van de aankoopprijs voor gebruikers zonder verhoging van de totale inruilwaarde (enkel voordeel voor de overheid)
  • een verhoging van de inruilwaarde zonder verhoging van de subsidie (voordeel gedeeld tussen overheid en sector).

De omvang van de besparingen is sterk afhankelijk van de gebruikte elasticiteit: hoe sterk zal de vraag naar dienstencheques dalen wanneer de gebruikersprijs stijgt? De wetenschap is hierover niet eenduidig, dus wordt er gewerkt met een vork. Een verhoging van de aankoopprijs met €0,5 of een indexering van de inruilwaarde ten koste van de gebruiker, levert telkens 5% besparing op in het minimale scenario (lage elasticiteit). Om 15% te besparen moet de prijs stijgen met €2. Bij hoge elasticiteit is dit echter al meer dan bereikt met een stijging van 1 euro.

Lees hier het volledige rapport (PDF bestand opent in nieuw venster).

Ook relevant

Ook de doelgroepenkorting voor zittende oudere werknemers werd in het kader van de Vlaamse Brede Heroverweging onderzocht. Lees hier het artikel over het Vlaams doelgroepenbeleid en de doelgroepenkorting.