Achtergrond

Ook in België en Vlaanderen heeft de coronacrisis de manier waarop mensen werken veranderd. In maart 2020 sloten velen de deur van hun werkplek achter zich om op ongeziene schaal van thuis uit te werken. We maakten de balans op van telewerk tijdens het eerste jaar van de coronacrisis (april 2020 – april 2021), en bekijken daarbij de evoluties van telewerk, de impact op de arbeidsproductiviteit, en welke bevolkingsgroepen vaker in jobs met telewerk aan de slag zijn.

1 jaar telewerk tijdens corona

Aan het begin van de coronacrisis, in april 2020, werkt bijna de helft van de beschikbare werknemers minstens deels op afstand. Het telewerk daalt in de zomer van 2020, maar stijgt terug tijdens de herfst, het moment van de tweede golf. In de maanden januari-april 2021 blijft het aandeel van de beschikbare werknemers dat aan telewerk doet steeds boven 45%. De Vlaamse ondernemingen werken dus op grote schaal vanop afstand, met de sectoren van de consultancy, de engineering services, en de informatie en communicatie op kop. Tegelijk zou het vele telewerk de arbeidsproductiviteit parten spelen. Bij ondernemingen die telewerken, geeft 45% aan dat hun arbeidsproductiviteit lijdt onder het telewerk tijdens corona. Telewerk zou vooral het uitwisselen van ideeën en het netwerken bemoeilijken. Verder blijkt dat telewerk sterk samenhangt met opleidingsniveau: hooggeschoolden werken veel vaker thuis dan midden- en laaggeschoolden.

Een vooruitblik

Blijft telewerk ook na corona deel uitmaken van de werkweek? Als we mogen afgaan op de Vlaamse werkgevers, dan is dat wel het geval: uit de ERMG-enquête blijkt dat werkgevers schatten dat hun werknemers gemiddeld 1,3 dagen per week zouden telewerken na corona. Dat is een stijging met bijna 1 dag per week vergeleken met het pre-crisisgemiddelde van 0,4 dagen per week. In de toekomst zullen vele Vlaamse werknemers vermoedelijk hybride werken: telewerk is wellicht een blijver.

Lees het volledige artikel (PDF bestand opent in nieuw venster).