De trajectbegeleider van de school maakt in overleg met de mentor een opleidingsplan op. Het opleidingsplan geeft het individuele leertraject weer en is afgestemd op de noden en mogelijkheden van de jongere. Het omvat zowel de lescomponent als de werkplekcomponent.

De mentor staat in voor een goed verloop van het leerproces van de jongere en volgt de competentieverwerving van de lerende op. De mentor creëert een ontwikkelingsgericht en stimulerend leerklimaat door de jongere taken te geven die afgestemd zijn op zijn mogelijkheden en het opleidingsplan. Door het takenpakket te verdiepen en te verbreden, zorgt hij voor een opleidingstraject met steeds weer nieuwe uitdagingen.

De jongere merkt dat hij betrokken wordt bij de werkzaamheden en steeds meer verantwoordelijkheid krijgt, en dat er doorgroeimogelijkheden voor hem ontstaan. De mentor laat de jongere kennismaken met relevante, nieuwe technieken en betrekt de jongere bij externe activiteiten, zoals beurzen of sectorbijeenkomsten.

De mentor volgt de ontwikkeling van de jongere en stemt het eigen handelen daarop af. Door te variëren in de wijze van begeleiding kan de mentor bijsturen in het leerproces van de jongere. De mentor toetst, analyseert en evalueert geregeld of de leerdoelen worden behaald en hoe dat gebeurt. Als bepaalde werkzaamheden in de onderneming onvoldoende aan bod komen, wordt in overleg met de school naar alternatieven gezocht.

De mentor staat ook in voor de begeleiding van de lerende op de werkplek. Hij is het aanspreekpunt voor de lerende en voor de trajectbegeleider van de opleidings- of onderwijsverstrekker. De mentor heeft oog voor het welzijn van de jongere op de leerwerkplek. Hij voert geregeld begeleidingsgesprekken met de jongere.

De mentor hoeft die taken niet allemaal zelf op te nemen: hij kan ook collega’s inschakelen in het leerproces van de jongere. Het is daarom belangrijk dat het volledige team achter de keuze staat om een jongere op te leiden.

De rol van mentor vergt heel wat vaardigheden. Hij of zij is expert, opleider, begeleider én administrator. Daarom is in de erkenningsvoorwaarden voorzien dat de mentor minstens 25 jaar moet zijn, minstens vijf jaar praktijkervaring moet hebben en een mentoropleiding moet volgen. Er is een ruim aanbod van opleiding, begeleiding en ondersteuning voor de mentor voorzien.

De onderneming erkent en ondersteunt de taak van de mentor zodat die zijn taak zo goed mogelijk kan uitvoeren. Ze ziet erop toe dat de mentor voldoende tijd en ruimte krijgt om de jongere op te leiden. Om die reden is het aantal leerlingen dat de mentor gelijktijdig mag opleiden, beperkt.

Lees meer over het aantal leerlingen dat gelijktijdig opgeleid mag worden.