Subsidies voor intergemeentelijke samenwerkingsprojecten (2026-2031)
Met deze Vlaamse subsidie wil de Vlaamse Regering de gemeenten in de BBC-cyclus 2026-2031 ondersteunen in hun regisseursrol en hen stimuleren om intergemeentelijk samen te werken met het oog op de realisatie van de drie Vlaamse beleidsprioriteiten voor het woonbeleid:
- De gemeente zorgt voor een divers en betaalbaar woonaanbod afhankelijk van de woonnoden.
- De gemeente werkt aan de kwaliteit van het woningpatrimonium en de woonomgeving.
- De gemeente informeert, adviseert en begeleidt inwoners met vragen over wonen.
Stand van zaken
Op 14 maart 2025 gaf de Vlaamse Regering haar definitieve goedkeuring aan een wijziging van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, wat betreft het lokaal woonbeleid. Daarin worden voor de volgende lokale beleidscyclus 2026-2031 de krijtlijnen vastgelegd voor de opdrachten van gemeenten inzake wonen en voor een nieuw subsidiekader voor intergemeentelijke samenwerkingsprojecten.
Op 18 december 2025 keurde minister van wonen Melissa Depraetere een ministerieel besluit goed dat een subsidiebelofte verleent aan 70 IGS-projecten waaraan 263 van de 285 Vlaamse gemeenten deelnemen (92%). Dat is een toename met 12 gemeenten ten opzichte van 2025.
Toelichting bij de krachtlijnen van de subsidieregeling
De subsidiëringsperiode loopt gelijk met de volgende gemeentelijke beleids- en beheerscyclus, namelijk van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031. Initiatiefnemers die in 2025 nog geen subsidieaanvraag indienen omdat gemeenten pas later beslissen om intergemeentelijk samen te werken, kunnen in 2028 een subsidieaanvraag indienen voor de periode 2029-2031.
Artikel 2.11 van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021 bepaalt drie voorwaarden:
- Het werkingsgebied moet passen binnen de grenzen van de referentieregio’s. Gemeenten die buiten hun referentieregio willen samenwerken, dienen zo snel mogelijk een gemotiveerde afwijkingsaanvraag in via het Loket voor Lokale Besturen. Meer info hierover vindt u in de procedure voor het indienen van een afwijkingsaanvraag op de referentieregio. De Vlaamse Regering beslist binnen een termijn van orde van 90 dagen vanaf de aanvraag.
- Het werkingsgebied bestaat minstens uit drie gemeenten. De minister van wonen kan hierop een afwijking toestaan op basis van een gemotiveerde aanvraag van de initiatiefnemer. Meer info hierover vindt u in de procedure voor het indienen van een afwijkingsaanvraag op de schaalgrootte.
- Voor bestaande projecten bestaat het werkingsgebied uit minstens evenveel of meer gemeenten als het huidige werkingsgebied. De minister van wonen kan hierop een afwijking toestaan op basis van een gemotiveerde aanvraag van de initiatiefnemer. Meer info hierover vindt u in de procedure voor het indienen van een afwijkingsaanvraag op de schaalgrootte.
Artikelen 2.14, 2.15 en 2.16 van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021 bevatten voor elk van de drie Vlaamse beleidsprioriteiten een aantal basisinitiatieven die in elke deelnemende gemeente moeten uitgevoerd worden.
In artikelen 2.14, 2.15 en 2.16 van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021 is ook bepaald dat per beleidsprioriteit één of meer eigen initiatieven voorgesteld kunnen worden. Die zijn afgestemd op de lokale huisvestingssituatie en hoeven niet in elke deelnemende gemeente van het werkingsgebied uitgevoerd te worden.
Cfr artikel 2.19 van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021 is het subsidiebedrag van een project gelijk aan de subsidie voor de basisinitiatieven (basissubsidie), verhoogd met de subsidie voor de eigen initiatieven (extra subsidie).
Het subsidiebedrag voor de basisinitiatieven wordt berekend op basis van de volgende indicatoren:
1° het aantal private huishoudens binnen het werkingsgebied;
2° het aandeel huurwoningen binnen het werkingsgebied;
Het subsidiebedrag voor de eigen initiatieven is forfaitair bepaald en is afhankelijk van het aantal deelnemende gemeenten binnen het werkingsgebied.
De subsidiebedragen zullen jaarlijks op 1 januari geïndexeerd worden.
Artikel 2.23 van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021 bepaalt de inhoud van de subsidieaanvraag. Aangezien de basisinitiatieven voor elk project hetzelfde zullen zijn, volstaat daarvoor in de subsidieaanvraag een engagementsverklaring van de gemeenten. Voor de gekozen eigen initiatieven wordt in de subsidieaanvraag een plan van aanpak opgenomen, dat bestaat uit een beschrijving van de geplande acties, een gedetailleerd overzicht van wanneer de acties zullen worden uitgevoerd en een beschrijving van de beoogde resultaten.
Het plan van aanpak voor de eigen initiatieven moet de nodige informatie bevatten over onderstaande vijf aspecten. Het agentschap beoordeelt op basis daarvan of een subsidie voor de eigen initiatieven kan toegekend worden:
- Het plan van aanpak past binnen de Vlaamse beleidsprioriteiten voor wonen (of is beleidsprioriteitoverschrijdend);
- Het plan van aanpak vertrekt van een lokale nood, doelgroep of problematiek en geeft aan welke de problematiek of nood of doelgroep is, hoe een bepaalde doelgroep zal worden ondersteund en/of hoe een bepaalde nood of problematiek zal worden aangepakt of verbeterd;
- Het plan van aanpak heeft aandacht voor een integrale samenwerking (met diverse actoren, gemeentelijke diensten, …);
- Het plan van aanpak beschrijft in welke gemeenten van het werkingsgebied de eigen initiatieven zullen uitgevoerd worden, de stappen, een planhorizon en te behalen resultaten. Er kan een plan van aanpak uitgewerkt worden per beleidsprioriteit of één allesomvattend plan van aanpak. De initiatiefnemer maakt een plan van aanpak op maat van de lokale context; hij maakt dus zelf de keuze hoe hij zijn plan van aanpak zal vormgeven afhankelijk van de invulling van de initiatieven, de lokale situatie en/of het niveau van expertise;
- Het plan van aanpak is voldoende ambitieus, maar realistisch waarbij de risico’s en kansen goed in beeld worden gebracht.
Wonen in Vlaanderen stelt een sjabloon van subsidieaanvraag ter beschikking. Bij gebruik van dit sjabloon beantwoordt de inhoud van uw subsidieaanvraag aan artikel 2.23 van het Besluit Vlaamse Codex Wonen.
Tot 30 juni 2025 kan de initiatiefnemer het agentschap uitnodigen voor een verkennend overleg over het ontwerp van projectvoorstel. Initiatiefnemers die een verkennend overleg wensen, contacteren daarvoor de begeleider lokaal woonbeleid die actief is in hun provincie.
Uiterlijk op 30 september 2025 dienen de initiatiefnemers hun subsidieaanvraag voor de periode 2026-2031 in via lokalebesturen.wonen@vlaanderen.be(opent in uw e-mail applicatie).
Uiterlijk in december 2025 neemt de Vlaamse minister van Wonen een beslissing over de toekenning van een subsidie. Het ministerieel besluit bevat een meerjarige subsidiebelofte voor de periode 2026-2031; de jaarlijkse subsidiebedragen per project zijn erin opgenomen.
In de periode 2026-2031 zal jaarlijks in januari op basis van een ministerieel besluit het begrote totale jaarbudget voor alle projecten vastgelegd worden. De jaarlijkse subsidie voor elk project zal uitbetaald worden met een schijf van 70% in februari en een saldo van 30% na evaluatie van het werkingsjaar.
De projecten worden begeleid en ondersteund door een stuurgroep waarin elke deelnemende gemeente ten minste is vertegenwoordigd door een mandataris. De stuurgroep komt minstens twee keer per werkingsjaar samen. Wonen in Vlaanderen wordt uitgenodigd voor de vergaderingen van de stuurgroep en monitort zo mee de realisatie van de doelstellingen.
Op de eerste stuurgroepvergadering van elk werkingsjaar, die plaatsvindt in het eerste kwartaal, bespreekt de stuurgroep de uitvoering van de basisinitiatieven en van de eigen initiatieven van het afgelopen werkingsjaar. De essentie van die besprekingen wordt opgenomen in een stuurgroepverslag. Voor de basisinitiatieven hanteert de initiatiefnemer een zelfevaluatie. Voor de eigen initiatieven moet het stuurgroepverslag de nodige info bevatten over:
- De mate van uitvoering van het plan van aanpak;
- De mate waarin de lokale nood, doelgroep of problematiek werd aangepakt;
- De mate waarin een integrale samenwerking (met diverse actoren, gemeentelijke diensten, …) werd bewerkstelligd
Tevens bevat het stuurgroepverslag de bevestiging dat minstens 20 % van de projectkosten gefinancierd worden door de deelnemende gemeenten. Dat kan met een verklaring op eer.
Op de laatste stuurgroepvergadering van elk werkingsjaar bespreekt de stuurgroep de planning voor het volgende werkingsjaar. Ook van die stuurgroepvergaderingen wordt een verslag aan Wonen in Vlaanderen bezorgd.
De stuurgroepverslagen vormen de rapportering over de eigen initiatieven van het afgelopen werkingsjaar en worden bezorgd aan het agentschap. Op basis daarvan evalueert Wonen in Vlaanderen de uitvoering van de eigen initiatieven. In functie van de validering van de zelfevaluatie van het IGS-project kan het agentschap bijkomende informatie opvragen of bijsturingen voorstellen.
Wonen in Vlaanderen beoordeelt een werkingsjaar op basis van de verslagen van de stuurgroepvergaderingen. Die beoordeling kan leiden tot een vermindering van het subsidiebedrag (in mindering te brengen op het saldo, of terug te vorderen) of - in extremis - tot een herziening of stopzetting van de subsidiëring.
Wonen in Vlaanderen hanteert het volgende wegingskader bij de beoordeling van een werkingsjaar:
Jaarlijks - voor het volgende werkingsjaar
Artikel 2.30/1 van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021 bepaalt dat initiatiefnemers van IGS-projecten die reeds vanaf 2026 eigen initiatieven uitvoeren, jaarlijks een aanvraag kunnen indienen voor het vervangen van een of meerdere eigen initiatieven. Die aanvraag kan ingediend worden na de laatste stuurgroepvergadering van een werkingsjaar, waarop de planning voor het volgende werkingsjaar besproken wordt.
Het agentschap bevestigt de ontvangst van de aanvraag.
De aanvraag bevat:
- De argumenten voor de toevoeging of vervanging van het eigen initiatief.
- Een toelichting van het nieuwe eigen initiatief
- Het stuurgroepverslag met de goedkeuring van de aanvraag door de stuurgroep.
Wonen in Vlaanderen beoordeelt de aanvraag aan de hand van dezelfde criteria die gebruikt werden bij de subsidieaanvragen in 2025. Het nieuwe eigen initiatief moet passen in het plan van aanpak van de subsidieaanvraag dat moest beantwoorden aan onderstaande vijf aspecten:
- Het plan van aanpak past binnen de Vlaamse beleidsprioriteiten voor wonen (of is beleidsprioriteitoverschrijdend);
- Het plan van aanpak vertrekt van een lokale nood, doelgroep of problematiek en geeft aan welke de problematiek of nood of doelgroep is, hoe een bepaalde doelgroep zal worden ondersteund en/of hoe een bepaalde nood of problematiek zal worden aangepakt of verbeterd;
- Het plan van aanpak heeft aandacht voor een integrale samenwerking (met diverse actoren, gemeentelijke diensten, enzovoort);
- Het plan van aanpak beschrijft in welke gemeenten van het werkingsgebied de eigen initiatieven zullen uitgevoerd worden, de stappen, een planhorizon en te behalen resultaten. Er kan een plan van aanpak uitgewerkt worden per beleidsprioriteit of één allesomvattend plan van aanpak. De initiatiefnemer maakt een plan van aanpak op maat van de lokale context; hij maakt dus zelf de keuze hoe hij zijn plan van aanpak zal vormgeven afhankelijk van de invulling van de initiatieven, de lokale situatie en/of het niveau van expertise;
- Het plan van aanpak is voldoende ambitieus, maar realistisch waarbij de risico’s en kansen goed in beeld worden gebracht.
Vermits het engagement voor de uitvoering van de eigen initiatieven van de initiële subsidieaanvraag in 2025 werd bekrachtigd door de gemeenteraden, wordt aanbevolen om toevoegingen of vervangingen niet lichtzinnig door te voeren en deze grondig af te wegen. Een bespreking en goedkeuring binnen de stuurgroep zijn minimaal vereist. Een beslissing van de gemeenteraad kan aangewezen zijn, ondanks het mogelijk vertragend effect, maar wordt door Wonen in Vlaanderen niet verplicht via de regelgeving.
Uiterlijk dertig dagen vanaf de datum waarop het agentschap de aanvraag om een of meer eigen initiatieven te vervangen, heeft ontvangen, beslist het agentschap over die aanvraag. Het agentschap brengt de initiatiefnemer op de hoogte van de beslissing.
In 2028 - voor de periode 2029-2031
Artikel 2.30 van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021 bepaalt dat initiatiefnemers eenmalig uiterlijk op 30 juni 2028 een aanvraag kunnen indienen voor de periode 2029-2031 voor een herziening van het werkingsgebied en ook, als het project uitsluitend bestaat uit de basisinitiatieven, een aanvraag kunnen indienen voor een subsidie voor eigen initiatieven. Binnen een maand vernemen zij van Wonen in Vlaanderen of hun herzieningsaanvraag ontvankelijk is. Uiterlijk in december 2028 neemt de Vlaamse minister van Wonen een beslissing over de gevraagde herziening en het herberekende subsidiebedrag voor de periode 2029-2031.
Documenten
- Ministerieel besluit van 18 december 2025 - Subsidiebelofte periode 2026-2031
- Ministerieel besluit van 29 januari 2026 - subsidie IGS-projecten 2026
- Ministerieel besluit van 1 april 2026 - indexering subsidie IGS-projecten 2026
- Kaart IGS-projecten Vlaanderen 1.1.2026
- Kaart IGS-projecten West-Vlaanderen 1.1.2026
- Kaart IGS-projecten Oost-Vlaanderen 1.1.2026
- Kaart IGS-projecten Antwerpen 1.1.2026
- Kaart IGS-projecten Vlaams-Brabant 1.1.2026
- Kaart IGS-projecten Limburg 1.1.2026
- Overzicht IGS-projecten - werkingsgebieden, eigen initiatieven, acties (2026)
- Parameters voor subsidieberekening – cijfers per gemeente (2023)
- Toelichting over IGS 5.0
- Vragen en Antwoorden over IGS 5.0
- Sjabloon van subsidieaanvraag voor IGS 5.0
- Inspiratiehandboek voor initiatieven lokaal woonbeleid
Regelgeving
Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021
Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, wat betreft het lokaal woonbeleid (goedgekeurd door de Vlaamse Regering op 14 maart 2025)