Algemene voorwaarden

U kunt een gedeeltelijke tussenkomst in de schade krijgen van het Vlaams Rampenfonds als uw materiële schade door een ramp voldoet aan 3 voorwaarden:

  • De materiële schade is veroorzaakt door een natuurramp die erkend is door de Vlaamse Regering.

  • U hebt voor meer dan 500 euro schade. Er is een franchise van 500 euro voor schade aan private goederen. Dit wil zeggen dat u de eerste 500 euro niet terugbetaald krijgt.

  • De beschadigde goederen zijn niet verzekerbaar door uw eigen brandpolis eenvoudige risico’s. U moet uw schadegeval bij uw brandverzekeraar aangeven.

Voor schade aan niet-verzekerde teelten en niet-binnengehaalde oogsten kunt u enkel een schadevergoeding aanvragen als u een brede weersverzekering heeft afgesloten voor minstens 25% van het teeltareaal.

Schade die in aanmerking komt

U kunt alleen een vergoeding aanvragen voor:

  • goederen die geen eenvoudig risico inhouden, zoals grote industriële en commerciële complexen.

  • goederen die gedekt zijn door een bijzondere polis, zoals de verzekering alle bouwplaatsrisico’s, de omniumverzekering in het kader van een motorrijtuigenpolis…

  • goederen die niet verzekerd zijn omdat u op het ogenblik van de ramp recht hebt op een leefloon of op gelijkwaardige financiële hulp. U moet dat bewijzen met een attest van het OCMW.
  • Als u een brede weersverzekering heeft afgesloten voor minstens 25% van het teeltareaal, kunt u een gedeeltelijke schadevergoeding krijgen voor:
    • schade aan niet- verzekerde teelten en niet-binnengehaalde oogsten door vorst, storm en rukwinden, sneeuw- of ijsdruk, hevige of aanhoudende regen of ernstige droogte (opgelet: hagelschade komt niet in aanmerking)
    • als u op het ogenblik van de ramp vrijgesteld bent van de bijdrage aan het sociaal verzekeringsfonds, moet u geen brede weersverzekering hebben om een schadevergoeding te krijgen voor schade aan teelten en niet-binnengehaalde oogsten.
  • professionele bosaanplantingen

  • levende veestapel buiten het gebouw

  • de voertuigen die niet beschermd staan in een garage of onder een carport.

  • goederen die tot het openbaar domein behoren, zoals openbare wegen, spoorwegen, bibliotheken, musea…

Schade die niet in aanmerking komt

U kunt geen vergoeding aanvragen voor:

  • schade aan goederen die verzekerbaar zijn door een brandpolis eenvoudige risico’s, ook al ontvangt u geen vergoeding van uw verzekeraar omdat ze in de brandpolis eenvoudige risico’s uitgesloten worden van een vergoeding.

    Voorbeelden van goederen die verzekerbaar zijn, en dus niet in aanmerking komen voor een vergoeding van het Vlaams Rampenfonds:
    • de gebouwen of delen van gebouwen in opbouw, verbouwing of herstelling en hun eventuele inhoud.
    • de voorwerpen die zich buiten een gebouw bevinden.
    • de constructies die gemakkelijk verplaatsbaar of uiteen te nemen zijn of die bouwvallig of in afbraak zijn, en hun eventuele inhoud.
    • tuinhuisjes, schuurtjes, berghokken en hun eventuele inhoud, afsluitingen en hagen van om het even welke aard.
    • tuinen, aanplantingen, toegangen, binnenplaatsen en terrassen.
    • luxegoederen, zoals zwembaden, tennis- en golfterreinen.
    • voertuigen in het gebouw.
  • goederen die u niet verzekerd hebt niettegenstaande dit via een brandverzekering eenvoudige risico’s mogelijk was. U kunt wel een aanvraag indienen als u kunt bewijzen dat u op het ogenblik van de ramp recht had op een leefloon of een gelijkwaardige financiële hulp.

  • schade aan luxegoederen of delen van luxegoederen zoals kunstcollecties, zwembaden, tennisvelden, sauna-uitrusting, pleziervaartuigen….

  • schade aan goederen veroorzaakt door de schuld, nalatigheid of onvoorzichtigheid van de schadelijder of een derde zoals:

    • rijden met of opstarten van een voertuig in overstroomde straten.
    • schade door constructiefout of slijtage van het goed
  • schade ten gevolg.e van het bevel van een gemeente om dijken te doorbreken.
  • schade ten gevolge van stressreactie van dieren, bijvoorbeeld een op hol geslagen paard.
  • louter esthetische schade aan onderdelen van goederen die niet essentieel zijn voor de normale werking zoals:

    • schade aan zinken daken die geen lekken veroorzaakt.
    • hagelschade aan het koetswerk van voertuigen, tenzij aan ruiten, voor- en achterlichten en ruitenwissers