We schrijven ernaartoe aan elkaar als de combinatie een voornaamwoordelijk bijwoord is. Dat is het geval als u de combinatie kunt vervangen door het oorspronkelijke voorzetsel en een naamwoord. De vorm -naartoe gaat terug op de voorzetselcombinatie naar … toe of het voorzetsel naar.

  • Ik ga ernaartoe. (= ik ga naar iets toe, bijvoorbeeld naar de kermis)
  • De weg ernaartoe is gevaarlijk. (= de weg naar iets toe, bijvoorbeeld naar de vuurtoren)
  • Ik ben ernaartoe gelopen om het te bevrijden. (= ik ben naar iets gelopen, bijvoorbeeld naar het konijn)

Na ernaartoe kan ook een dat-zin volgen. De dat-zin heeft in zulke zinnen dezelfde functie als een naamwoord.

  • Alles in je leven leidt ernaartoe dat je je kwaliteiten als leider ook gaat gebruiken. (= alles in je leven leidt naar iets toe, zoals in: alles in je leven leidt naar leiderschap)

In andere gevallen schrijven we ernaar en toe van elkaar. Toe maakt dan deel uit van een werkwoord.

  • Ik leef ernaar toe. (toe en leven vormen samen het werkwoord toeleven (naar iets))
  • We gaan ernaar toewerken. (toe en werken vormen samen het werkwoord toewerken (naar iets))

De delen van het voornaamwoordelijk bijwoord ernaartoe zijn ook van elkaar gescheiden als er tussen er en naartoe een ander zinsdeel staat. De volgorde met de gesplitste vorm is vaak gebruikelijker dan die met de ongesplitste vorm. Soms is de ongesplitste vorm uitgesloten.

  • Ik ga er volgende week naartoe / volgende week ernaartoe.
  • Alles in je leven leidt er op die manier naartoe / op die manier ernaartoe dat je je kwaliteiten als leider ook gaat gebruiken.

De spelling er naar toe*, in drie opeenvolgende woorden, is in geen enkel geval correct.