Volgens de Woordenlijst wordt standhouden aaneengeschreven, maar ook stand houden is correct.

De combinatie kan worden opgevat als een samengesteld werkwoord. Ze wordt dan aaneengeschreven en – zoals andere werkwoorden – ontkend met het bijwoord niet.

  • Dat kaartenhuisje zal niet standhouden.

De combinatie kan ook worden opgevat als een woordgroep. Stand en houden worden dan los geschreven en stand wordt – zoals andere zelfstandige naamwoorden – ontkend met het telwoord geen.

  • Dat kaartenhuisje zal geen stand houden.