Wie in Vlaanderen een woning bouwt, renoveert of verhuurt moest eerder al rekening houden met een aantal verplichtingen over het plaatsen van rookmelders. Sinds 1 januari 2020 gelden deze verplichtingen voor alle Vlaamse woningen.

Waar verplicht?

Bij nieuwbouw en renovatie

Alle nieuwbouwwoningen en alle woningen die gerenoveerd worden en waarvoor een stedenbouwkundige vergunning vereist is, moeten voldoende rookmelders hebben.

Ook woningen waarvoor een bijzondere sociale lening wordt toegekend, moeten uitgerust zijn met rookmelders.

Voor huurwoningen en studentenkamers

Elke huurwoning moet verplicht uitgerust zijn met voldoende rookmelders. Dit geldt zowel voor sociale huurwoningen als private huurwoningen, kamers en studentenkamers.

‘Voldoende rookmelders’ betekent dat een zelfstandige woning (eengezinswoning, appartement of studio) op elke verdieping minstens één rookmelder moet hebben. Bij kamers moet er in de kamer zelf ook een rookmelder zijn.

Voor alle woningen vanaf 2020

Het decreet van 10 maart 2017 maakt rookmelders verplicht in alle woningen, dus ook die van eigenaar-bewoners. Sinds 1 januari 2020 moet ook een woning waarin de eigenaar zelf woont over de nodige rookmelders beschikken.

Niet-conform, wat nu?

Als een woning niet voldoet aan de rookmeldersverplichtingen, dan wordt ze in de regel als ‘niet-conform’ beschouwd. Ze voldoet dan niet aan de minimale veiligheids-, gezondheids- en woningkwaliteitsvereisten die de Vlaamse overheid oplegt (Titel III, Hoofdstuk V, van de Vlaamse Wooncode). Wie een woning verhuurt zonder rookmelders, krijgt hiervoor geen conformiteitsattest. Het verhuren van een woning zonder de nodige rookmelders is ook strafbaar.

Het niet voldoen aan de rookmeldersverplichting is een gebrek van categorie II en de woning kan dan ongeschikt verklaard worden.

Wie is verantwoordelijk bij verhuur?

De verhuurder is wettelijk verplicht de nodige rookmelders aan te kopen en te plaatsen. Als de verhuurder kiest voor een toestel met vervangbare batterijen, moet de huurder die batterijen tijdig vervangen.

Welk type plaatsen?

Installeer alleen kwalitatieve optische rookmelders (ook ‘foto-elektrisch’ is een mogelijke benaming).

  • De rookmelder moet CE gemarkeerd zijn en voldoen aan de norm NBN EN 14604.
  • Zowel een type met vervangbare batterij als een type voorzien van een niet-vervangbare batterij komt in aanmerking. Een type met niet-vervangbare batterij met een levensduur van 10 jaar wordt aangeraden.
  • De rookmelder moet reageren op de rookontwikkeling bij brand door het produceren van een scherp geluidsignaal.
  • De rookmelder mag niet van het ionische type zijn. Dergelijke rookmelders mogen al enkele jaren niet meer verkocht worden.
  • Kies een toestel dat beschikt over een testknop.

Al deze kenmerken vindt u terug op de verpakking.

Voor doven en slechthorenden

Er zijn rookmelders op de markt die speciaal ontworpen zijn voor doven en slechthorenden. Deze werken met felle flitslichten al dan niet in combinatie met een trilplaat die inschakelt in geval van nood. Op de website van het Vlaams agentschap voor personen met een handicap (VAPH) vindt u een overzicht van geschikte rookmelders voor doven en slechthorenden ((opent in nieuw venster)). Deze producten zijn weliswaar een stuk duurder dan de gewone rookmelders. Daarom voorziet het VAPH ook een tegemoetkoming voor de aanschaf van rookmelders ((opent in nieuw venster)).

Waar in de woning plaatsen?

Om wettelijk in orde te zijn moet een zelfstandige woning (eengezinswoning, appartement of studio) of kamerwoning op elke verdieping minstens een rookmelder hebben. In kamerwoningen moet er bovendien ook in elke kamer een rookmelder zijn.

Het is aan te raden om rookmelders te plaatsen in elke ruimte waar u doorheen moet op weg van de slaapkamer naar buiten (de kortste vluchtweg).

Kelders en zolders die rechtstreeks toegankelijk zijn, moeten minstens een rookmelder hebben. Dat is ook het geval voor een kelder- of zolderruimte waarin zich een technische installatie bevindt. Deze verplichtingen zijn ook van toepassing op kelders en zolders in gedeeld gebruik (bv. in appartementsgebouwen en kamerwoningen).

Hoe installeren?

  • Installeer het toestel volgens de voorschriften van de fabrikant.
  • Bevestig een rookmelder steeds tegen het plafond (want rook stijgt). (Bepaalde types kunnen ook tegen de wand geplaatst worden. Dit moet duidelijk vermeld staan op de verpakking of in de bijgesloten handleiding.)
  • Installeer de rookmelder idealiter in het midden van het plafond.
  • Installeer de rookmelder op minstens 30 cm van de muur.
  • Als de fabrikant het toelaat, kan de rookmelder ook voorzien worden op de wand. Hang de rookmelder in dergelijke situatie dan zo hoog mogelijk, maar minstens 15 cm verwijderd van het plafond en 30 cm van de hoek.
  • Maak de onderkant van de rookmelder vast (kleven of vastschroeven).
  • Bevestig de rookmelder aan het onderstel.
  • Plaats eerst de batterij en bevestig de rookmelder aan het onderstel (ingeval van een type met vervangbare batterij).
  • Zorg dat de rookmelder na installatie is ingeschakeld.
  • Druk na de installatie op de testknop.
  • Controleer na plaatsing of het alarmsignaal in alle vertrekken van de woning te horen is, ook met gesloten deuren.

Na de installatie?

  • Test de rookmelder minstens een keer per maand.
  • Verwijder af en toe het stof van de rookmelder met een stofdoek of stofzuiger (niet met water!).
  • Haal enkel de batterij uit je rookmelder om deze te vervangen. Een 9V batterij heeft een levensduur van ongeveer een jaar, AA batterijen gaan doorgaans 2 à 3 jaar mee.
  • Bij een type met een niet-vervangbare batterij: vervang de rookmelder na de geldigheidsduur van de niet-vervangbare batterij (doorgaans 10 jaar).
  • Overschilder de rookmelder nooit en plak de gaatjes niet toe!
  • Volg verder de voorschriften van de fabrikant.

Rookmelders hebben een beperkte levensduur om snel rook te detecteren. De sensoren zullen na verloop van tijd (10 jaar) minder goed werken. Vervang daarom na 10 jaar alle rookmelders, ook die met een vervangbare batterij.

Rookmelders op kot

  • Kijk na of er voldoende rookmelders hangen. Is dit niet het geval, spreek de kotbaas erover aan.
  • Test de rookmelder 1 keer per maand, bijvoorbeeld elke eerste donderdag van de maand om 12u. Stof de rookmelder op dat ogenblik ook eens af.
  • Saboteer de rookmelder zeker niet.
  • Als het een toestel met vervangbare batterijen is: haal de batterijen er niet uit en vervang ze tijdig.