Voorontwerp van decreet opheffing centra deeltijds beroepssecundair onderwijs, tempering uitgaven volwassenenonderwijs, en programmatie en rationalisatie in basis- en secundair onderwijs
- Ministerraad
3 april 2026
- Op voorstel van
Vlaams minister Zuhal Demir
Samenvatting
Na adviezen van de VLOR en van de SERV, en na onderhandelingen met de sociale partners, hecht de Vlaamse Regering opnieuw haar principiële goedkeuring aan het voorontwerp van decreet over de opheffing van de centra voor deeltijds beroepssecundair onderwijs, de tempering van de uitgaven in het volwassenenonderwijs, en de programmatie en rationalisatie in het basisonderwijs en het secundair onderwijs. Het decreet bevat een rationalisatie van het ingericht studieaanbod. Dit gebeurt door de introductie van een bijkomende rationalisatienorm in het gewoon secundair onderwijs. Een rationeler ingericht studieaanbod moet ertoe leiden dat scholen de middelen effectiever inzetten. Het is hierbij belangrijk dat scholen hun middelen maximaal inzetten op de klasvloer. Het decreet bevat tevens een aantal noodzakelijke vereenvoudigingen, verduidelijkingen en wijzigingen voor programmatie en rationalisatie voor zowel het basisonderwijs als het secundair onderwijs. Het bevat ook een tempering van de uitgaven in het volwassenenonderwijs. Verder worden met voorliggend decreet de centra voor deeltijds beroepssecundair onderwijs (CDO’s) als aparte onderwijsinstelling opgeheven, en overgeheveld in de structuur van secundaire scholen. Het voorliggend decreet bevat tot slot ook een aanpassing aan de voorwaarden voor het extra werkingsbudget in het kader van de capaciteitsproblematiek in het gewoon secundair onderwijs. Dit voorontwerp van decreet wordt nu voor advies voorgelegd aan de Raad van State.