"Nuanceren is blijkbaar controversieel"
In de nieuwe documentairereeks Het Bestaat laten makers Tess Uytterhoeven, Marleen Wetzelaer en Sven Van Den Eynde slachtoffers, plegers en experten aan het woord over een onderwerp waar tot nu toe vooral over werd gezwegen: seksueel misbruik van kinderen. De documentaire wil slachtoffers een hart onder de riem steken, maar kijkt ook naar preventie en behandeling. Het thema raakt de vele professionals binnen ons agentschap.
In een ideale wereld kijkt iedereen naar dit onderwerp zoals jullie.
Tess, waarom wilde je een documentaire maken over zo’n gevoelig onderwerp?
Tess: “De documentaire is ontstaan in de nasleep van de zaak Pichal, waar heel veel commotie rond was. Door er onderling over te praten, ontdekten we hoe weinig we eigenlijk weten over het thema. Tijdens onze research raakten we meer en meer overtuigd dat we deze reeks moesten maken. Want er is nog zoveel dat we als samenleving kunnen doen voor de slachtoffers: hoe reageren we wanneer iemand vertelt dat hij of zij seksueel misbruik heeft meegemaakt? Hoe zorgen we ervoor dat we door onze reactie niet nog meer schade veroorzaken? En hoe kunnen we voorkomen dat kinderen in de toekomst slachtoffer worden? Want als we willen dat het misbruik stopt, moeten we ook durven kijken naar de plegers. Voor ons was het belangrijk om ook hen aan het woord te laten, omkaderd door experten. Anders kan je niet het volledige verhaal vertellen. En dat wilden we met deze docu net wel doen.”
De getuigenissen van enkele slachtoffers in de eerste aflevering grijpen je naar de keel.
Tess: “Ja, het was ook voor ons aangrijpend om hun verhalen te horen. Ik sta in diepe bewondering voor de manier waarop ze die hebben gebracht: heel sereen, maar enorm krachtig. Tijdens de eerste visie ontmoetten de slachtoffers elkaar voor het eerst allemaal in het echt. Dat was een heel warm moment, echt mooi om te zien hoeveel deugd het hen deed. Er is die avond nog heel lang nagepraat met mekaar. Wat sterk naar voren kwam, was dat ze wilden getuigen om andere slachtoffers te helpen. Ze willen hen moed geven en een duidelijk signaal naar de buitenwereld sturen: praat erover, duw het niet weg, we willen gehoord worden.”
Dat is misschien wel één van de opvallendste boodschappen uit de reeks?
Tess: “Bij seksueel misbruik is de dader vaak iemand uit de directe omgeving: een vader, grootvader, oom of leerkracht. Als iemand die we goed kennen wordt beschuldigd, is het moeilijk om dat te aanvaarden. We willen er niet over praten of vegen het liever onder de mat. Maar daardoor kan een slachtoffer helemaal alleen komen te staan. Terwijl die net dan met duizend en één vragen zit. We moeten een klimaat creëren waarin het slachtoffer centraal staat, waarin we meer durven luisteren, ook al hebben we misschien niet direct alle antwoorden.”
Tegelijk laat je in de documentaire ook plegers aan het woord. Dat ligt maatschappelijk bijzonder gevoelig.
Tess: “We moeten ook durven kijken naar hun motieven, naar hoe hun gedrag zich ontwikkelt en naar de mogelijkheden om in te grijpen. De experten met wie we werkten, zoals Minne De Boeck (directeur Justitiehuis Antwerpen en oprichter Stop it Now, hulplijn ter preventie van seksueel kindermisbruik, red.) en Ingeborg Jeandarme (psychiater en expert seksuele delinquentie bij zorggroep Myna) hebben ons daar heel sterk op gewezen.”
“Het was soms best heftig om met daders in gesprek te gaan, maar we geven hen geen platform om hun gedrag goed te praten. We willen begrijpen wat er gebeurt en welke mogelijkheden er zijn om nieuwe feiten te voorkomen.”
Dat klinkt voor vele professionals binnen ons agentschap vertrouwd in de oren.
Tess: “Ik vind het heel waardevol dat er binnen jullie agentschap aandacht is voor zowel slachtoffers als daders. Het zijn twee totaal verschillende perspectieven, maar als je seksueel misbruik echt wil terugdringen, heb je beide nodig. In een ideale wereld is iedereen daarvan overtuigd, maar zover zijn we helaas nog lang niet. Trouwens, daders opvolgen en begeleiden lijkt me geen evidente opdracht, maar door mijn gesprekken met hen weet ik hoe belangrijk dat is.”
Was het moeilijk om daders te vinden die wilden getuigen?
Tess: “Toch wel, maar het is ook niet evident natuurlijk. Via therapeutische centra, zoals het Universitair Forensisch Centrum, vonden we enkele kandidaten. Sommige daders wilden getuigen om mensen te helpen die met een gelijkaardige stoornis worstelen. Om hen te tonen: er is hulp, maak er gebruik van. Je kan stoppen met het plegen van seksueel misbruik. Dat vond ik heel belangrijk.”
Minne De Boeck is ervan overtuigd dat deze docureeks een ontradend effect kan hebben op potentiële daders. Door andere daders te horen vertellen, door zich bewust te worden van de strafrechtelijke gevolgen. Jullie doen aan preventie.
Tess: “Dat is fijn om te horen. Er zijn ook mensen die worstelen met bepaalde gevoelens, gedachten of gedragingen. Als zij hulp kunnen zoeken vóór ze feiten plegen, kan dat hopelijk slachtoffers voorkomen. Zo tonen we ook getuigen die vertellen hoe ze erin geslaagd zijn om uiteindelijk niet over te gaan tot feiten.”
“Een van de verhalen die me is bijgebleven, gaat over een jongere die merkt dat zijn pornogebruik steeds verder escaleert. Hij komt uiteindelijk terecht bij beelden van seksueel misbruik van kinderen, terwijl hij zelf zegt: ‘ “dit wil ik niet, hoe kan ik hiermee stoppen.’ ”
“Voor mij was dat een heel belangrijk verhaal. Want daar gaat het ook over onze kinderen en jongeren. Digitale pornografie, algoritmes en de manier waarop seksueel materiaal vandaag beschikbaar is, creëren nieuwe situaties die vorige generaties veel minder kenden. Ook daar moeten we veel meer over durven praten.”
Met deze docu hebben we hen een stem kunnen geven. Nu is het aan ons om te luisteren.
Wat heeft jou het meest verbaasd tijdens het maken van de documentaire?
Tess: “Eerst en vooral de cijfers. 1 tot 2 kinderen per klas is slachtoffer. Dat is hallucinant. De omvang van het probleem is veel groter dan we hadden kunnen vermoeden. Monja Van Waerebeek, rechercheur kindermisbruikmateriaal bij de Federale Politie zegt: ‘ “ze rijden het beeldmateriaal hier net niet binnen met een camion.’ ” Onwaarschijnlijk eigenlijk.
“Ik was ook verbaasd over het positieve effect van de verschillende therapieën. Voor deze reeks ging ik ervan uit dat iemand die een kind seksueel heeft misbruikt dat altijd opnieuw zal doen. Maar de experten die we spraken, hebben dat beeld sterk genuanceerd. Behandeling kan een belangrijke rol spelen in het verminderen van recidive. Dat is waarom we die therapeutische trajecten wilden laten zien.”
“In één van de afleveringen tonen we een slachtoffer dat in gesprek gaat met enkele daders. Ik ben zelf een grote bewonderaar van Moderator en van herstelgerichte gesprekken. Het kan een slachtoffer helpen bij het verwerken en een pleger confronteren met de impact van zijn gedrag. Maar wat me het diepst heeft geraakt, zijn de moedige getuigenissen van de slachtoffers. Met deze docu hebben we hen een stem kunnen geven. Nu is het aan ons om te luisteren.”
Seksueel misbruik is een complex probleem. Eén van de grote verdiensten van de reeks is dat jullie die complexiteit niet uit de weg gaan.
Tess: “Niet iedereen die pedofiele gevoelens heeft, is een pleger. Een groep van daders wil wel geholpen worden. En nee, het is niet omdat het misbruik stopt dat de lijdensweg voor het slachtoffer dan voorbij is. We kiezen bewust voor nuance, maar dat blijkt bij dit onderwerp bijna controversieel te zijn.”
Is het te ambitieus om te denken dat mensen daar open voor zullen staan?
Tess: “Ik hoop vooral dat mensen na het zien van onze documentaire even uit het zwart-witdenken stappen. Dat ze misschien beseffen: wacht eens, dit is complexer dan ik dacht. Welke rol kan ik zelf spelen? Hoe reageer ik als iemand mij vertelt dat hij of zij slachtoffer is? Waar kunnen mensen terecht als ze merken dat ze met problematische gevoelens of gedragingen worstelen? En wat kunnen we doen om sneller in te grijpen? Je hoeft het niet met alles eens te zijn. Je mag moeilijke vragen stellen. Maar laten we vooral energie steken in hoe we slachtoffers kunnen helpen, en hoe we ervoor kunnen zorgen dat niet opnieuw een kind misbruikt wordt.”